ZIGEUNERS

De stilte voor het vuur. Romi in Roemenië door Mariët Meester 191 blz., Meulenhoff 1992, f 32,50 ISBN 90 290 2517 4

De zigeuners in landen als Roemenië, Tsjechoslowakije en Hongarije, maar ook in het door de oorlog geteisterde Joegoslavië, zijn steeds vaker het weerloze slachtoffer van Oosteuropeanen die hun uit economische en sociale misère voortvloeiende frustraties botvieren. Er is sprake van pogroms en van collectieve en gewelddadige wraak op zigeuners wanneer een van hen ergens iets heeft uitgehaald. Er is ook sprake van racistische uitlatingen, niet alleen op straat, ook in de media en zelfs in uitlatingen van politiek verantwoordelijken.

Roemenië telt van alle Europese landen het grootste aantal zigeuners: volgens sommigen twee miljoen, volgens anderen zelfs drie miljoen. De meest in het oog lopenden onder hen - enkele honderduizenden - zijn ernstig in de verdrukking geraakt. Mariët Meester zocht hen op, met subsidie van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten, gedreven door solidariteit en mededogen en een grote dosis nieuwsgierigheid, en brengt in De stilte voor het vuur verslag uit van haar herhaalde reizen.

De stilte voor het vuur heeft zeker verdiensten: Meester belicht in sommige opzichten heel adequaat de omstandigheden waaronder veel van de Roemeense Roma (Romi noemt ze hen, met een Roemeense uitgang) moeten leven, hun tradities, hun onderlinge rivaliteit, het gevoel van angst ook. Ze schrijft vlot, al is het resultaat naar mijn smaak wat teveel een "ik-boek', dat evengoed "De avonturen van Mariët Meester bij de Roma van Roemenië' had kunnen heten.

Erg veel diepgang heeft het boek niet. Een rode draad ook niet. We zwerven met de schrijfster mee van het ene zigeunerdorp naar het andere, we komen te weten welke rokken de vrouwen van de diverse zigeunerkasten (zilverbewerkers, flessenschoonspoelers, bereleiders, koperslagers, afvalverzamelaars) dragen en we horen wat ze eten, hoe ze dansen en hoe ze hun kinderen behandelen.

Maar veel meer komen we niet te weten. Meester brengt de lezer ook herhaaldelijk in verwarring. Ze is - terecht - woedend als ze de racistische commentaren van Roemenen over zigeuners beluistert, al is het overdreven om, zoals zij doet, te roepen dat alle Roemenen zich daaraan schuldig maken. Anderzijds ergert ze zich zelf bij voortduring aan misdragingen van zigeuners waar ze zelf het slachtoffer van wordt en gaat ze zonder commentaar voorbij aan de kleine vormen van bedrog (handlezen, het verkopen van zogenaamd gouden ringen die van messing zijn) en diefstal die ze tegenkomt.

Veel erger is dat Meester vrijwel nergens onderscheid aanbrengt tussen geassimileerde en niet-geassimileerde zigeuners, en dat ze, als ze het al doet, over de eerste groep uitsluitend in minachtende termen spreekt. Een groot deel van de Roemeense zigeuners is geassimileerd en heeft de zigeunertradities opgegeven, is zelfs nauwelijks herkenbaar als zigeuner en wordt ook niet gediscrimineerd. Meester vindt dat kennelijk niet in de haak: ze hebben ""hun afkomst verloochend en zijn verburgerlijkt'. En: ""Het is weer zover, ik heb weer eens te maken met een verburgerlijkte Rom die is gaan geloven wat hij jarenlang heeft moeten aanhoren.' Het is dat toontje van morele verontwaardiging die De stilte voor het vuur af en toe zeer irritant maakt. Meester citeert ergens met instemming een politieman die meer aandacht voor huisvesting, werk en levensomstandigheden van de Roma bepleit - kennelijk vergetend dat dat nu juist de methode is om de Roma ertoe te brengen ""hun afkomst te verloochenen'.

Soms ook kan de schrijfster haar ongeduld niet bedwingen, zoals wanneer ze praat met iemand die enige nostalgie koestert naar de veilige tijden van vroeger, van Ceausescu: ""Ook al probeer ik nog zo om het hem aan het verstand te brengen, hij schijnt niet te begrijpen dat de orde van vroeger een opgelegde orde was.' Wat een ezel! ""Vrijheid gaat, in mijn ervaring, nooit samen met zekerheid', vindt Meester, wat wijsneuzerig. Misschien komt ze toch enige ervaring (en zeker ook enig begrip) tekort.

De schrijver of schrijfster van de achterflap van het boek spreekt van ""een meeslepend en schokkend, maar altijd genuanceerd boek'. Dat loopt dus wel los. De auteur van de achterflap verdient overigens zelf een ernstige reprimande: het Roemeense woord voor zigeuner, tigan, zo meldt hij, betekent niet alleen zigeuner, maar ook ""tuig'. En dat is lariekoek. Tigan betekent zigeuner, niets meer en niets minder.