Vijftien meter onder de grond handhaaft Defensie de vrede

DEN HAAG, 13 JUNI. De lange betonnen trap leidt naar een soort voorgeborchte, waar het al aardig warm is. Vlak achter de zestig centimeter dikke stalen deur staan aan twee kanten douchehokken opgesteld om gevaarlijke gassen van de kleding te verwijderen. Een vriendelijke vrouwelijke korporaal van de Marechaussee vraagt nauwgezet om identificatie. Pas dan kom je de drempel van het Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCBC) over, binnen de betonnen muren van één meter breed, vijftien meter onder de begane grond van het ministerie.

Tot voor kort heette het complex "Defensie Nood Zetel'. In oorlogstijd zouden de troepen van hieruit worden geleid. Zeven jaar geleden werd dat nog vanuit de "Regerings Nood Zetel' onder het ministerie van financiën gedaan, maar nu heeft Defensie een eigen onderkomen.

“We hebben het naamplaatje veranderd om ons aan de nieuwe taak van vredeshandhaving aan te passen. Over de gelijktijdige operaties in Cambodja en Joegoslavië bestaat niet alleen in het parlement enige vrees. Daarom is het van groot belang om over optimale informatie te beschikken en daarom zitten we hier”, zegt overste Groeneveld van de Defensiestaf. Permanent wordt het DCBC bezet door een kleine staf. Vier militairen van de Verbindingstroepen bedienen de telexen en de faxen, die slechts met het intoetsen van een codenummer in werking treden.

Een officier en een onderofficier selecteren de berichten die binnenkomen. Naast telexen uit Cambodja en Joegoslavië ook diplomatieke telegrammen uit Brussel, New York, Bangkok, Helsinki, Belgrado, Washington, Brussel en het militaire hoofdkwartier van de NAVO, Shape, in Bergen. Het televisiestation CNN staat aan, “hen kunnen we niet verslaan in de snelheid waarmee zij berichten”. In een klein kamertje naast de grote ruimte, de bescheiden Nederlandse "war room', kan je de telexen lezen van Associated Press en het ANP.

Passages uit de berichten die belangrijk zijn worden meteen onderstreept met gele inkt. Is een bericht niet duidelijk of wordt het gewantrouwd, dan komt de kleine staf in actie. Via Buitenlandse Zaken wordt opheldering gevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordigingen. Defensie past op zijn tellen. Slechts bij hoge uitzondering wordt direct contact gezocht, de regels in het diplomatieke verkeer moeten bij voorkeur strikt worden uitgevoerd, zeggen de Defensie-medewerkers plichtsgetrouw en met de stiptheid die hen is bijgebracht. Ze onderdrukken een glimlach en zwijgen even.

Gaat het om militaire gegevens dan schakelt de Defensiestaf de commandocentra van luchtmacht, landmacht en marine in. Die staven hebben vanuit hun eigen commandocentra dag en nacht verbinding met de commandanten te velde, via normale PTT-kanalen of via grondstations en satellieten. Defensie heeft voor de vredesoperaties nieuwe grondstations aangeschaft die in Cambodja en in Joegoslavië van groot belang zijn omdat landlijnen nauwelijks functioneren. Dat is ook de klacht van het thuisfront. De satellietcommunicatie voor het militaire verkeer mag daarom ook tegen betaling gebruikt worden voor korte gesprekken met familie en vrienden in Nederland. Maar niet iedere eenheid beschikt al over grondstations voor het SATCOM-systeem.

Tegen de wand van het DCBC hangen grote, met plastic beklede borden met informatie over dienstroosters en geheime telefoonnummers. Ook zijn er grote landkaarten aangebracht, waarop met zwart krijt de sectoren zijn getekend waar de Nederlandse militairen hun VN-taken uitvoeren.

Iedere ochtend maakt de dienstdoende officier een situatierapport voor minister Ter Beek en zijn staf. Afschriften gaan naar de commandocentra, de staf van Defensie, de Militaire Inlichtingen Dienst, Buitenlandse Zaken en een aantal diplomatieke missies. Uit meer dan honderd pagina's informatie wordt het dagrapport opgesteld. Over de schouders van de dienstdoende officier kijkt een medewerker van de Militaire Inlichtingen Dienst mee. Deze dienst evalueert voornamelijk de politieke berichtgeving, geeft aanvullingen of doet suggesties voor het herschrijven van enkele passages uit bescheiden, eigen, bronnenmateriaal of informatie uit kranten, van andere inlichtingendiensten, of nieuws van radio en televisie. Afhankelijk van de situatie te velde en politieke besluitvorming (VN, NAVO, CVSE, EG) zijn voor het verslag drie tot veertien velletjes nodig. In het weekeinde rijdt een ordonnans van de bunker naar Coevorden om de minister op de hoogte te stellen van de twee vredesoperaties. Verblijft hij in het buitenland dan wordt het dagrapport via een "bewaakte' fax naar hem toegestuurd. Het schema voor het aflossen van de wacht in het Defensie Crisis Beheersings Centrum loopt tot de zomer van '93.