Tsjechen zijn voortdurende Slowaakse provocaties beu

PRAAG, 13 JUNI. Václavske Námest, de centrale boulevard van Praag, heeft er dezer dagen een heel bijzonder betekenis bijgekregen. Het is niet meer alleen het plein van de heilige Václav (Wenceslas in de algemeen bekende Duitse vertaling), maar ook van de twee Václavs, voor wie, aan de voet van het standbeeld voor de beschermheilige, via een handtekeningenactie uitdrukkelijk steun wordt gevraagd: al tienduizenden handtekeningen zijn er verzameld voor Václav Havel, de president van Tsjechoslowakije en voor Václav Klaus, de overwinnaar van de verkiezingen van vorige week in de Tsjechische republiek.

Want steeds meer Tsjechen zijn het langzamerhand beu, de voortdurende provocaties en beledigingen die hun politici te verduren hebben van de andere overwinnaar in de verkiezingen, Vladimir Meciar, de leider van de beweging voor een democratisch Slowakije (HZDS). Die Slowaakse politieke avonturier dreigt niet alleen de federatie uiteen te doen vallen, maar probeert ook om door een coalitie met de SDL, de Beweging voor Democratisch Links in Slowakije, en met het Tsjechische linkse blok, de oriëntatie van het Tsjechische deel van de federatie volledig te veranderen.

Voor de meeste Tsjechen is de maat nu vol. Afgelopen zondag kondigde Meciar aan dat hij zijn steun aan de herkiezing van Havel zou onthouden, maandagavond stelde hij in zijn onderhandelingen met Klaus in Brno onaanvaardbaar hoge eisen wat betreft de soevereiniteit van Slowakije, later deze week weigerde hij een ontmoeting met de president en donderdag, bij de tweede onderhandelingsronde, toonde hij geen enkele inschikkelijkheid.

Tenzij Meciar morgen, bij de derde onderhandelingsronde in Bratislava, een volstrekt andere toon aanslaat, lijkt het niet erg lang meer te duren voordat het laatste bedrijf van het drama van Tsjechen en Slowaken begint: de ontrafeling van een meer dan zeventig jaar oude gemeenschappelijke staat tot twee: Tsjechië en Slowakije.

Over de levensvatbaarheid van de eerste maakt niemand zich echt zorgen, de Tsjechen zelf nog het minst. Vooral dank zij de ingrijpende herstructureringspolitiek van (minister van financiën) Václav Klaus kan Tsjechoslowakije zich beroemen op de meest succesvolle economie in de Oosteuropese regio sinds het ineenstorten van het communisme. Na een terugval van de industriële produktie met 29 procent is de produktie nu weer aan het groeien. De inflatie, die vorig jaar, vooral wegens het wegvallen van subsidies, tot 58 procent was opgelopen, beweegt zich nu al in bijna "normale' cijfers van 10 procent op jaarbasis. Ook de export is, na een terugval van 1989 tot 1991 met dertig procent, weer in de lift.

Maar dat alles geldt niet in gelijke mate voor Slowakije, hoewel het oostelijke landsgedeelte er wel van meeprofiteert. Terwijl de werkloosheid in de Tsjechische landen iets boven de drie procent ligt, is die in Slowakije meer dan 12 procent. De industriële produktie kwam wat wapens betreft bijna tot stilstand omdat de federale regering zich wil houden aan de internationale regels die gelden voor wapenexport: geen wapens naar echte of potentiële brandhaarden. De Slowaakse wapenindustrie en honderdduizenden van haar afhankelijke werknemers zijn daarvan het slachtoffer.

Het uiteenrafelen van de onderling zo nauw verweven economieën zou, zo is berekend door instituten van beider regeringen en door de Academie van Wetenschappen in Bratislava, een negatieve uitwerking hebben op de twee volkshuishoudingen, maar die van Slowakije het zwaarst treffen. Die is immers in sterkere mate dan de Tsjechische, afhankelijk van de onderlinge handel: "export' van Slowaakse produkten naar het westelijke deel van Tsjechoslowakije maakt meer dan een derde uit van de totale produktie; wat betreft de Tsjechische landen is die "export' naar Slowakije slechts een tiende van de totale produktie.

Een van de meer demagogische klachten die vaak van de zijde van de HZDS wordt geuit is dat Slowakije voor Praag een wingewest is, een kolonie, vanwaar de goedkope grondstoffen worden betrokken die, door Tsjechen tot eindprodukten verwerkt, veel deviezen binnenbrengen wanneer ze geëxporteerd worden. Wat van Slowaakse kant echter meestal wordt verzwegen, maar wat tegenwoordig in Praag allerminst een geheim is, is dat voor de Slowaakse begroting jaarlijks zo'n 500 miljoen dollar van Praag naar Bratislava vloeit. “Ja”, zegt een 59 jaar oude inwoner van de Tsjechische hoofdstad, een technisch ingenieur die meediscussieert op het Wenceslas-plein, “wij hebben dat land opgebouwd, maar ze willen nog meer. Maar ze weten zelf niet wat ze zich aanhalen met hun onafhankelijkheid: ze krijgen niet alleen economische problemen, maar ook moeilijkheden met hun minderheden, de Hongaren, de Roethenen, de Oekraïeners, de zigeuners. Maar laat ze maar snel onafhankelijk worden. Want gebeurt dat niet, dan zitten we hier met een federaal parlement met een linkse meerderheid terwijl we een rechtse regering willen. En dan zijn we weer terug bij de ellende van voor 1989.”