Schaduw

Het verlangen naar schaduw, de solide schaduw van oude beuken terwijl de wind door de bladeren ruist. En dan ademhalen. En dan maar lopen.

De grond nog donker van gisteren gevallen regen. Overal zingende vogels, hier en daar het gepruttel van jonge mezen, de kreet van een specht. Misschien de beslagen keutel van een vos. Misschien het vluchtige achterdeel van een ree. Misschien het joelen van een sliert schoolkinderen op een fietspad, dat geeft niet.

Laten we zeggen: een uur. Een uur moet genoeg zijn. In een uur kun je heel wat schaduw verzamelen. En dan ga je in de zon zitten - op een boom, ontworteld aan de rand van een vroeger heideveldje. Heb je je zakmes meegenomen? Dan kun je nu een stok gaan snijden.

Het wuiven van het gras. Het hijgen van de hond. Het bewegen van de zon. De zon beweegt met de halve snelheid van de kleine wijzer, tussen negen en tien. De hond verliest een draadje speeksel van zijn tong. Het gras heeft de hei verdrongen, het wuift tevreden.

Misschien komt er een straaljager over, misschien juist niet, misschien is het juist de stilte, de warmte, dat je denkt hoe het komt dat sommige mensen liever oorlog voeren.

O jawel, ze beginnen een oorlog omdat ze het fijn vinden.