"Politie Z-Afrika kan veranderen'; Inspecteur Justitie na bezoek: overheid moet het initiatief nemen

DEN HAAG, 13 JUNI. Zwarte Zuidafrikanen moeten de politie leren vertrouwen anders heeft de politieke vernieuwing in dat land geen kans van slagen. Niet alleen de blanke politie dient te veranderen maar ook de organisatie van het zwarte politie-apparaat moet drastisch gewijzigd worden.

P. van Reenen, hoofdinspecteur voor de rechtshandhaving op het ministerie van Justitie en oud-directeur van de politieacademie in Apeldoorn bracht eind vorig jaar in opdracht van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International een bezoek aan Zuid-Afrika. Volgens een - mede op grond van zijn bevindingen opgesteld - Amnesty-rapport dat deze week werd gepubliceerd, zijn leger en politie in Zuid-Afrika nog altijd betrokken bij politieke moorden in zwarte woongebieden. Amnesty International verwijt de Zuidafrikaanse regering dat zij te weinig doet om de actieve rol van leger en politie in het politieke geweld te bestrijden.

Van Reenen vindt dat de overheid daartegen een duidelijk signaal moet geven. “Wanneer zij zegt: "Dit is het nieuwe Zuid-Afrika, zo bedrijven we het politiewerk en wie dat niet aanstaat kan vertrekken', dan zullen veel politiemensen zich daaraan houden. De diehards hebben nu al de grootste moeite met de nieuwe situatie en velen stappen uit de dienst. Maar op dit moment geeft de overheid geen duidelijke boodschap in die richting aan de blanke politie.”

Bijzonder problematisch is volgens Van Reenen de positie van de zwarte politie. “In de townships en binnen de "illegale' nederzettingen heb je door de burgemeesters gerecruteerde kit-constables, instant politiemensen. Die zijn nauwelijks opgeleid maar wel bewapend en oefenen een ware terreur uit. Bovendien heeft een aantal thuislanden eigen politiekorpsen. Een van de grootste en bekendste is de slecht opgeleide en extreem partijdige Kwa Zulu-politie die aan de Inkatha-beweging gelieerd is. Pas wanneer deze politie nieuwe leden werft onder ANC-aanhangers of mensen die partijloos zijn, kan er sprake van een doorbraak zijn”, aldus Van Reenen.

Volgens Van Reenen was zijn politie-achtergrond een groot voordeel bij zijn contacten met Zuidafrikaanse politiemensen. Daardoor zou hij begrip kunnen opbrengen voor de lastige positie waarin politiemensen soms zitten. “In de media wordt de politie van Zuid-Afrika vaak afgeschilderd als een grote, kwaadaardige moloch van mensen die graag op zwarten schiet. Maar dat beeld klopt niet helemaal. Als je binnen het politie-apparaat kijkt, zie je dat de werkelijkheid veel genuanceerder is. Je vindt bij de politie zowel boeven die het leuk vinden om op zwarten te schieten als fatsoenlijke mensen. Mensen die het ook heel ernstig vinden wat er allemaal gebeurt.”

Zo ziet hij het optreden van de Zuidafrikaanse politiemajoor Dutton die een intern onderzoek leidde naar de moord op elf zwarte ANC aanhangers, met als gevolg dat vijf blanke politiemensen werden veroordeeld, als een voorbeeld van onafhankelijk, neutraal politieonderzoek. “Er is dus misschien sprake van een wil om te veranderen”, aldus Van Reenen.

In dit verband wijst hij erop dat gedrag van de politie door buitenstaanders soms ten onrechte als kwade trouw wordt uitgelegd. “Wanneer de politie werkeloos blijft toekijken en niet ingrijpt bij gewelddaden van Inkhata-aanhangers is dat doorgaans uit partijdigheid. Maar het kan ook voortkomen uit traagheid of gebrek aan coördinatievermogen.” Ook wanneer onderzoek naar politieoptreden door de politie getraineerd wordt, hoeft dat volgens Van Reenen niet altijd te betekenen dat een illegale politie-operatie wordt afgedekt. “Dat kom je in alle politiekorpsen, waar ook ter wereld, tegen dat collega's elkaar dekken. Daar moet je niet altijd een systeem achter te zoeken. Overigens ben ik er voor Zuid-Afrika van overtuigd dat de meeste onderzoeken tegen de politie getraineerd worden of in de doofpot verdwijnen.” Voor de veelgehoorde theorie dat een sinistere macht binnen of buiten de regering probeert door het scheppen van chaos het oude Zuid-Afrika weer terug te brengen zijn echter geen bewijzen gevonden, aldus Van Reenen.

“Het probleem is dat tot 1990 de politie in een gevecht op leven en dood was gewikkeld met het ANC. Jarenlang heeft de overheid gepredikt dat de vijand vernietigd moest worden. Zowel de politie als het ANC voerden hun eigen kleine, vuile oorlog. Nu is het ANC legaal, maar de politie koestert nog steeds de oude vijandbeelden. Veel politiemensen hebben altijd de apartheid gesteund. Omschakeling is dus een zware klus.”

Van Reenen, even niet als Amnesty-woordvoerder sprekend, zegt: “Ik heb wel eens een studie gemaakt van politie-organisaties die radicaal moesten veranderen. Japan, Nederland en Duitsland na de Tweede Wereldoorlog, Griekenland na het kolonelsregime. Dan zie je iets merkwaardigs. Op het moment dat er een ander politiek klimaat is, gaat er een knop om. De politiemensen die niet actief de ideologie van zo'n regime uitgedragen hebben, worden betrekkelijk probleemloos politieman in het nieuwe regime.”