Oestvolskaja krast telkens op de ziel

Concert: Ensemble St. Petersburg o.l.v. pianist Oleg Malov, m.m.v. Josef Rissin (viool) en Olga Rissin-Morenova (piano). Programma: Oestvolskaja: Sonate (1952), Octet (1950) Duet (1964), Sonates nr. 4 (1957) en nr. 6 (1988) Symfonie nr. 5 (1990). Gehoord: 12/6 Paradiso, Amsterdam. Herhaling 13/6 aldaar.

“Ik heb een afschuw van mensen voor wie het commentaar bij een symfonie belangrijker is dan de symfonie zelf”, beweert Sjostakowitsj in zijn memoires. “Zij laten zich imponeren door een groot aantal schitterende woorden, terwijl de muziek zelf pathetisch en naargeestig kan zijn.” De strekking is duidelijk: maak het hoofd vrij, luister naar de muziek en besluit pas daarna of deze waarachtig en sterk is, ongeacht alles wat anderen erover gezegd of geschreven hebben.

In het geval van de in 1919 in St. Petersburg geboren componiste Galina Oestvolskaja is luisteren met zo'n onbevangen oor geen sinecure. Over deze voormalige leerling van Sjostakowitsj, die volgens eigen zeggen uitsluitend componeert wanneer ze "in een toestand van genade raakt', zijn in korte tijd zoveel lyrische woorden geschreven dat ze de luisteraar haast al bij voorbaat dwingen tot bewondering. Temeer daar bijna alles wat er over deze componiste is beweerd ook "waar' is.

Om met Elmer Schönberger te spreken, die Oestvolskaja voor Nederland ontdekt heeft: haar muziek lijkt buiten de tijd te staan, haar werken zijn stuk voor stuk afschaduwingen van een groter geheel, composities die krassen op de ziel zonder één seconde respijt. Of in de woorden van Sanin: “In al haar werken hoort men de zware voetstap van de Tijd en de angstwekkende ademhaling van de Eeuwigheid.”

Het zijn adequate beschrijvingen van de indruk die Oestvolskaja's muziek achterlaat. Maar is het wel een aanbeveling dat de componiste zichzelf met toenemende grimmigheid herhaalt in iedere compositie, met een steeds vervaarlijker slagwapen en steeds miniemere middelen?

Ik neig naar een negatieve interpretatie van Oestvolskaja's kwaliteiten. Prachtige samenklanken in het origineel geïnstrumenteerde Octet en de Vijfde Symfonie met zijn al even bijzondere bezetting ten spijt, deden Oestvolskaja's humorloze mokerslagen mij vooral tijdens de pianosonates en de beide werken voor viool en piano steeds geïrriteerder naar adem snakken. Zou het toeval zijn dat Sjostakowitsj in zijn memoires met geen woord over zijn leerling rept, ook al schijnt hij haar muziek ooit wereldwijde erkenning te hebben voorspeld? Intussen niets dan lof voor de integere en bevlogen Oestvolskaja-interpretaties van het viool-pianoduo Rissin-Morenova en pianist Oleg Manov met zijn Ensemble St. Petersburg.