Meisjesbesnijdenis

In een reactie op mijn artikel "Bolkestein gaat met islamieten praten over schijnproblemen' (NRC Handelsblad, 1 juni) wordt gesteld dat besnijdenis van meisjes wel degelijk islamitisch is. Er wordt verwezen naar de traditie-literatuur van de islam die redelijk betrouwbaar zou aantonen dat de profeet een lichte vorm van vrouwenbesnijdenis aanbeveelt (6 juni).

In mijn artikel heb ik nooit ontkend dat vrouwenbesnijdenis in de islamitische wereld nog steeds voorkomt. Integendeel. Wij hoeven niet tot de negende eeuw terug te gaan om het bestaan ervan te bewijzen. Recente literatuur over de positie van de vrouw in met name Egypte en Soedan en dichter bij huis het gedrag van sommige Somalische vluchtelingen in Nederland laten overduidelijk zien dat, ondanks de wettelijke verboden die in de jaren vijftig in een aantal islamitische landen hiertegen zijn ingesteld, deze praktijk nog steeds voorkomt.

Dit betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat de besnijdenis van meisjes een islamitische praktijk is. Het staat vast dat het hier gaat om een pre-islamitisch gebruik dat ook na de komst van de islam is blijven bestaan. Zelfs in een en dezelfde regio kwam deze praktijk in bepaalde streken wel en in andere niet voor. In de 20ste eeuw is er echter in de islamitische wereld overeenstemming ontstaan, dat de besnijdenis van meisjes niet tot de islamitische voorschriften behoort. Reden waarom men hiertegen wettelijke maatregelen heeft kunnen treffen.

Dat gezaghebbende islamitische schriftgeleerden zoals Shaltout van mening zijn dat er geen religieuze, sociale of medische gronden bestaan die de besnijdenis van meisjes rechtvaardigen, impliceert dat de sporadische tradities hierover onvoldoende basis vormen om tot het bestaan van een echt islamitisch gebruik te concluderen. Twijfel aan de echtheid van "hadiths' (uitspraken van de profeet) is noch nieuw noch kenmerkend voor "verlichte Arabische moslims die daarmee bewust de geschiedenis willen veronachtzamen of verdraaien'. Het is een van oudsher ingeburgerde werkwijze in de theologische discussies tussen de schriftgeleerden.