JACQUES SÉGUÉLA; Een meester in uiterlijk vertoon

Vote au-dessus d'un nid de cocos door Jacques Séguéla 275 blz., Flammarion 1992, f 47,30 ISBN 2 08 066585 5

Als Papandreou in opspraak is gekomen met zijn matresse, als hij een hartoperatie achter de rug heeft, als hij verstrikt zit in politieke schandalen en als verkiezingen over negen maanden plaats zullen vinden, dan is het de hoogste tijd om de hulp in te roepen van Jacques Séguéla.

Séguéla (1934) heeft de handen vol aan politici die zich zorgen maken om hun imago. Juist als er verkiezingen voor de deur staan en hun hele toekomst op het spel staat, kost het ministers en partijleiders moeite de onzekerheid de baas te blijven. Op zo'n moment weet Séguéla wat hem te doen staat: hij dient ze moed in te spreken en tegelijk met ideeën te komen, hoe kiezers zand in de ogen kan worden gestrooid.

Toen Séguéla in september 1989 in Athene aankwam, zag hij ter plekke dat er niet veel was overgebleven van de fiere socialist. Andreas Papandreou zat lijkbleek weggedoken in een villa waar hij zich had verstopt met zijn stewardess van Olympic Airways. Buiten stonden honderd agenten, klaar om iedere fotograaf die zich liet zien het toestel uit handen te rukken.

Van de Griekse politiek had Séguéla weinig verstand, maar hij ging onmiddellijk in de aanval. Laten we er niet omheen draaien, zei hij tegen Papandreou, alles is verloren. Uw populariteit holt achteruit, u heeft de partij niet langer in de hand, economisch gaat het slecht en binnenkort zijn er verkiezingen. Dat kan nooit goed aflopen.

Wat zou u kunnen doen, vroeg de zeventigjarige premier zwakjes.

Eerst moeten de geruchten de wereld uit, meende Séguéla. De laatste keer dat de Grieken u op de televisie zagen, kwam u broodmager uit het ziekenhuis. En iedere dag lezen ze leugens over uw blonde vriendin. Dat kan niet langer, u moet afrekenen met het verleden. Organiseer een tv-optreden en zeg de waarheid: ik ben voor de hellepoorten weggesleept en Dimitra is nu de vrouw van mijn leven.

Dan de socialistische partij. Die moet aan het werk voor de komende parlementsverkiezingen. Schrijf snel een congres uit en bedenk een thema, zoiets als verzoening. Nodig Mélina Mercouri uit, die is nog altijd enorm populair, Theodorakis desnoods, en blaas de beweging nieuw leven in. Ook moet u afrekenen met de verhalen over uw corrupte regering. Herneem het initiatief. Waarom start u geen anti-drugs campagne? Dat is tegenwoordig hèt onderwerp en zoiets geeft de mensen weer perspectief. Tegelijkertijd moet u een reis maken langs een vijftal bevriende staatshoofden, dat levert altijd goede publiciteit op.

En tot slot de economie. Die staat er slecht voor, concentreer u daarom op de zaken die wel goed lopen. Zeven procent werklozen is internationaal gezien helemaal niet slecht; hamer daarop. En die dertien procent inflatie is niet de 28 procent van een paar jaar terug. Bovendien hebt u Griekenland de EG binnengeloodst; laat ook dat de mensen keer op keer weten.

Toen Séguéla vier uur later vertrok, was de premier een ander mens. Séguéla kon er zeker van zijn dat hij Papandreou's campagne mocht organiseren; het honorarium van twee miljoen dollar vormde geen enkel beletsel. Maar een week later begon hij te twijfelen. Had het wel zin om zich in de strijd te werpen voor een oude man die zich drukker maakte om zijn vriendin dan om zijn werk? Séguéla trok zich uiteindelijk liever terug. Op 18 juni 1990 leed Papandreou een zware verkiezingsnederlaag en vier dagen later werd hij opnieuw in het ziekenhuis opgenomen. Hartklachten.

RECLAMEGOEROE

Op zijn 24ste werd Jacques Séguéla bekend met een reis om de wereld die hij per 2 CV aflegde en sindsdien is het de media niet meer gelukt hem te negeren. Aandacht trekken, overdrijven, in het nieuws komen; voor Séguéla waren het zulke vanzelfsprekende zaken dat hij na een korte loopbaan als journalist vanzelf in de reclame verzeild raakte. In 1969 begon hij een eigen bedrijf en dankzij elegante campagnes - onder meer voor Citroën - en veelvuldige publieke optredens werd Séguéla de reclamegoeroe van Frankrijk.

In 1981 ging de bekendheid over in roem. Mitterrand werd bij verrassing tot president verkozen en op de vraag hoe dat mogelijk was geweest, wezen vele handen in Séguéla's richting.

Een jaar tevoren hadden drie Franse politici een brief van hem ontvangen waarin hij zijn diensten aanbood. Reclame in de politiek wordt steeds belangrijker, beweerde Séguéla, en president Giscard d'Estaing, Jacques Chirac en François Mitterrand konden een beroep doen op zijn in Amerika verworven kennis. Gratis.

Mitterrand reageerde als enige en nodigde Séguéla uit voor een gesprek. Hij probeerde een zekere afstand te bewaren tot de man die in een roze Rolls Royce door de stad reed, maar was ook gefascineerd. Uiteindelijk stemde hij er mee in dat Séguéla iedere maandag twee uur lang bij hem aan huis zou komen in de rue de Bièvre.

De presidentskandidaat werd tijdens deze ontmoetingen niet gespaard. Séguéla leerde hem af om zijn handen verkrampt langs het lichaam te houden; als hij sprak moesten ze bewegen en onder geen beding mocht hij ze in het openbaar in de zak houden. Ook moest hij zich beter concentreren als hij op de televisie kwam; het hoofd diende helemaal leeg te zijn en ruim voor de uitzending moest hij zich met niets anders inlaten.

Over zijn bruine kostuums was Séguéla in het geheel niet te spreken. Het waren in zijn ogen grauwe bankierspakken die bij het linkse electoraat niet de juiste associaties opriepen en afgesproken werd dat Séguéla's vrouw voortaan de kleding van de partijleider zou gaan verzorgen.

De bakkebaarden verdwenen, en toen kwam Séguéla met het allerbelangrijkste. Mitterrand had enorme hoektanden die hem een wreed aangezicht verschaften. Met zo'n gebit zult u nooit president worden, voorspelde hij, en zijn invloed was toen al zo groot dat Mitterrand naar de kaakchirurg ging voor kleinere tanden.

Het affiche dat Séguéla voor de presidentsverkiezingen van '81 ontwierp, zou een regelrechte voltreffer blijken. Het radicale programma van Mitterrand maakte veel mensen bang en Séguéla gaf de bijna bejaarde partijleider een imago dat de aandacht afleidde van grootschalige nationalisaties, vermogensbelasting en ander onheil.

Zoet glimlachend heeft hij Mitterrand afgebeeld in een oer-Frans landschap. De kandidaat-president draagt een lichtkleurig jasje en op de achtergrond staat een kleine middeleeuwse kerk. Vredig, nostalgisch, vertrouwd; hier heeft iemand met meesterhand aangevoeld hoe de Fransen zichzelf het liefste zien en de slogan over de volle breedte, "La force tranquille', was al even raak. Toen Mitterrand in 1981 president werd en zo de kroon op zijn carrière zette, begonnen ook de gouden jaren voor Séguéla.

DE IDOLEN

In Demain il sera trop star, zijn vorige boek, stond Séguéla uitvoerig stil bij het sterrendom. Meer dan ooit, schreef hij, is dit een tijd van idolen. En ook al had hij hier allereerst de showbusiness op het oog, voor overige terreinen geldt hetzelfde. Of het nou om wetenschap, sport, godsdienst, kunst, zaken of muziek gaat; op ieder gebied wil het pubiek zijn held, ook in de politiek.

Hij geeft toe dat de macht hem ontbreekt om van iedereen een ster te maken. Waar niks inzit, kan zelfs Séguéla niks uithalen. Maar mensen met de potentie van een ster, die kan hij wel de weg wijzen naar roem, geld en macht. Wie het kiezerspubliek wil verleiden, moet van Séguéla aan zijn droombeeld werken en geverfd haar, passende kleding en een rechtgezette neus is in dat geval wel het minste wat van de kandidaat mag worden geëist. Roem, zegt Séguéla, gaat gepaard met enorme offers, en de echte ster is te herkennen aan het gemak waarmee hij heel zijn leven ondergeschikt maakt aan zijn carrière.

Vote au-dessus d'un nid de cocos is het verslag van tien verkiezingscampagnes die Séguéla buiten Frankrijk heeft georganiseerd. Wat tijdens het lezen allereerst in het oog springt, is het eenvoudige karakter van de adviezen die hij verstrekt. Mélina Mercouri die campagne voert voor het burgemeesterschap van Athene, krijgt te horen dat haar make-up verkeerd is aangebracht en dat de overdaad aan sieraden wel erg aan Liz Taylor doet denken. In Bulgarije stuurt hij Jeliu Jelev, de latere president, naar de kapper en schrijft hem een nieuw pak, een das en een wit overhemd voor in verband met verschijning op de televisie. En eveneens in Bulgarije keurt Séguéla een affiche af met de volgende tekst: "De leiders van de Democratische Unie wonen niet in paleizen'. Dat is hem te breedsprakig en niet beeldend genoeg.

Op de affiches van Séguéla staan nooit veel woorden. Voor Jelev maakt hij een affiche waarop Bulgarije ligt ingebed in een rol prikkeldraad met als tekst: "45 jaar is genoeg." In Polen werkt hij ten tijde van Jaruzelski samen met Solidariteit en op de affiches verschijnt een massa mensen met groene glazen in de bril rondom de eenzame leider die een donkere zonnebril draagt. Séguéla denkt in beelden, symbolen en slogans.

Iemand als Lech Walesa is voor Séguéla een droomkandidaat. Wie tijdens toespraken dingen roept als: "Mijn programma is jullie programma' en "In het Polen van Walesa zal er in ieder dorp een bakker en een slager zijn', die beschikt over alle demagogische kwaliteiten die er toe doen.

Maar ook, zegt Séguéla, had Walesa de obsessie om te winnen. Hij werd verteerd door de honger naar macht en dat is de belangrijkste voorwaarde om de macht ook werkelijk te kunnen grijpen. Al zijn energie heeft hij gebruikt om zijn zwakheden weg te werken en zijn voordelen uit te buiten. Na een toespraak zit hij geobsedeerd te luisteren naar de bandopname; hij analyseert de momenten waarop het publiek begint te juichen en zoekt naar trucs om de volgende keer nog meer instemming af te dwingen.

OBSESSIE

Séguéla maakte propaganda voor uiteenlopende mensen als Petre Roman, Havel, Jeltsjin, Mercouri, Walesa en de Oostenrijkse kanselier Vranitzky, maar die verscheidenheid laat hem onverschillig. Ongeacht het land, het geslacht en de politieke kleur van de kandidaat telt voor Séguéla het volgende: uiterlijk vertoon is alles, wie moeilijk doet verliest verkiezingen en een of hooguit twee oorspronkelijke ideeën - honderden keren herhaald - zijn voldoende om de kiezers voor je te winnen.

In partijen heeft hij geen enkel vertrouwen; partijen zijn van vroeger toen er nog geen televisie bestond. Als in de campagne van Frantz Vranitzky geen schot zit, besluit hij om de Oostenrijkse socialistische partij niet eens meer te noemen op affiches en in spotjes. Alles wordt op de persoon van de kandidaat gegooid en in 1990 wint Vranitzky de strijd om het bondskanselierschap.

De eenvoudige ideeën die Séguéla in Vote au-dessus d'un nid de cocos rondstrooit, maken de verleiding groot om hem voor een simpele geest te houden. Wat hij zegt, klinkt oppervlakkig en bij menige bewering vraag je je af of het omgekeerde niet eveneens kan gelden. De argwaan wordt nog versterkt door de alledaagse wijsheden die hij de lezer voorhoudt, rechtstreeks overgeschreven uit de Succes-agenda. Bovendien schildert hij zichzelf zonder ophouden af als iemand met briljante vondsten wat - ook al omdat Séguéla in de reclame werkzaam is - de goedgelovigheid van de lezer danig op de proef stelt.

Maar net als in zijn vorige boeken zit ook in dit boek iets heel waarachtigs: de obsessie om de massa te begrijpen. Séguéla mag dan geen intellectueel zijn, hij is wel intelligent en zonder ophouden op zoek naar de drijfveren van ons handelen.

De uitkomst van zijn speurtocht naar het wezen van de mens is weinig glorieus. Séguéla heeft auto's aan de man gebracht, batterijen, brillen, vakantiereizen, bier, parfum, nylons en politici. En steeds opnieuw is hem gebleken dat mensen dom zijn, ongeïnteresseerd, oppervlakkig, snel afgeleid, dol op mooie kleuren en dol op mooie kleren.

Achter het uiterlijk van een volwassen mens gaat een kind van twaalf schuil, dat is de belangrijkste les die hij na jaren heeft geleerd. En die kennis verkoopt hij voor veel geld als ergens verkiezingen voor de deur staan.