Israel ziet niet veel meer in zijn politici

PETAH-TIKWAH, 13 JUNI. Enkele minuten voordat Yitzhak Rabin zijn ronde zou maken door de winkelstraat in Petah-Tikwah, een oude stad bij Tel Aviv, vliegt een opgewonden mannetje met een bezem in de aanslag uit een winkel. Briesend van woede scheurt hij een kort daarvoor opgeplakte foto van de leider van de Arbeidspartij van de ruit van zijn winkel. “Schande”, gilt hij. “Op mijn winkelruit komt geen foto van welke socialist dan ook.”

De enthousiaste fotoplakkers willen met het mannetje in discussie gaan. “Niet doen”, zegt een tussenbeide komende functionaris van de Arbeidspartij. “Laat hem met rust. In principe heeft hij gelijk dat we zonder zijn toestemming geen foto's op zijn winkelruiten mogen plakken.” Waardig keert het mannetje naar zijn uitvalspositie in de winkel terug. Hij is gelukkig met zijn bezemzege op Rabins foto.

Na enige aarzeling wil hij wel uitleggen wat hem zojuist uit zijn kledingwinkel deed stuiven. “Toen ik in 1951 uit Irak naar Israel kwam werden we, een zieke oma en negen kinderen, in een tent ondergebracht. Wat wij toen kregen staat in geen verhouding tot wat de immigranten uit Rusland nu krijgen. Maar daar gaat het niet om. We hadden het verschrikkelijk moeilijk. Ja, ook honger. Als 14-jarig jongentje zocht en vond ik werk. Ik werd ontslagen toen werd uitgevonden dat ik geen lid van Mapai (voorloper van de huidige Arbeidspartij) was. Zonder partijlidmaatschap kon je geen werk krijgen. Kijk, dat vergeef ik ze nooit.”

Geen enkel argument kan deze man ooit bewegen voor de Arbeidspartij te stemmen. Ondanks opiniepeilingen die de Arbeidspartij nog een aardige voorsprong op Likud geven is dit kleine voorval in Petah-Tikwah typerend voor de sterke antisocialistische emoties onder de immigranten die in de jaren vijftig uit de Arabische landen naar het door de socialisten geregeerde Israel zijn gekomen en thans in overgrote meerderheid de ontwikkelingssteden bevolken. De objectieve en subjectieve moeilijkheden van hun vaak tragische absorptieproces kunnen ze niet vergeten en is een tweede- en derde-generatieprobleem geworden. Likud heeft deze emoties jarenlang behendig tegen de socialisten uitgespeeld en uiteindelijk in 1977 in een even verrassende als denderende verkiezingszege omgezet.

Volgens opiniepeilingen heeft de Arbeidspartij voor het eerst sedert jaren in de door zware werkloosheid getroffen ontwikkelingssteden een voorsprong op Likud genomen. Zal die voorsprong op 23 juni in de stemhokjes niet verdwijnen? Keren de kiezers die in de opiniepeilingen "ja' tegen de Arbeidspartij zeiden dan niet naar "huis', Likud, terug? Zal in Israel hetzelfde gebeuren als bij de jongste Britse verkiezingen, toen de in de opiniepeilingen winnende socialisten bij de stembus werden verslagen? Daarom is het ook in Israel een riskante zaak aan de hand van de opiniepeilingen de verkiezingsuitslag te voorspellen.

Rabins wandeling door de winkelstraat in Petah-Tikwah had een rustig verloop. Tientallen veiligheidsagenten hielden hem in een brede veiligheidskring gevangen. “Rabin, koning van Israel” werd er gezongen en uit de luidsprekers schalde het partijrefrein: “Israel wacht op Rabin”. Café-bezoekers zeiden dat Rabin veel meer mensen trok dan een paar dagen eerder Ariel Sharon van Likud tijdens een identieke politieke wandeling door de winkelstraat. Maar indrukwekkend was de opkomst niet. Dat was ook het beeld tijdens het optreden van Likud-leider Yitzhak Shamir tijdens een verkiezingsbijeenkomst op het Onafhankelijkheidsplein in de badplaats Natanyah. Het was een matte vertoning op een half leeg plein. Waar zijn de dagen gebleven dat Menachem Begin en David Ben Gurion massa's trokken? De verkiezingsstrijd is wel begonnen maar nog niet echt opgelaaid en het is de vraag of dat nog zal gebeuren.

Deze verkiezingen, waarvan de uitslag beslissend kan zijn voor het tijdsbestek en de vorm waarin het Israelisch-Palestijnse conflict kan worden opgelost, kenmerken zich door opmerkelijke onverschilligheid, politieke apathie zelfs. Veel mensen zeggen niet te weten op welke partij ze op 23 juni hun stem moeten uitbrengen en proclameren die dag lekker thuis te zullen blijven. Ze zeggen het vertrouwen in de corrupte politici van links en rechts te hebben verloren. De modder die in het bijzonder Likud en de Arbeidspartij naar elkaar gooien in de tv-verkiezingscampagne bemoeilijkt de meningsvorming. “Het volk weet niet op welke partij te stemmen. De tv geeft geen antwoord”, zei een vrouw in Petah-Tikwah tegen een socialistisch parlementslid dat de sfeer voor de wandeling van Rabin opwarmde.

In feite toont deze verkiezingscampagne nu al aan dat veel Israeliërs het vertrouwen in de kwaliteit en morele waarden van de politici hebben verloren. De Israeliërs hunkeren naar politici die op eerlijke manier, met schone handen, voor de hoogste belangen van het land opkomen. Velen hebben het gevoel dat ze gezien het bijzonder lage peil van de verkiezingscampagne door de politici niet serieus worden genomen, dat ze te maken hebben met twee grote partijen, Likud en de Arbeidspartij, die eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen en elkaar alleen om de begeerde macht en nergens anders om ver onder de gordel bestrijden.

Het condoom dat de Arbeidspartij in omloop wilde brengen (Rabin sprak zijn veto uit) met de tekst “Pas op voor de kleine heer” - de heer in kwestie is Shamir - in reactie op de Likud-drankbekers voor Rabin illustreert het niveau van de politici die elkaar via de public-relationsbureaus in deze hete zomermaand naar het leven staan, maar voor Israels echte grote problemen geen duidelijkheid verschaffen. Als Likud inderdaad verliest zal het in de allereerste plaats een straf zijn voor binnenlands wanbeleid, en niet omdat Likud tegen een Palestijnse staat is, want dat is de Arbeidspartij ook.

Foto: De socialistische partijleider Yitzhak Rabin