In Rio voorlopig akkoord bereikt over bescherming bos

RIO DE JANEIRO, 13 JUNI. Onderhandelaars van de rijke en arme landen hebben gisteren een voorlopig akkoord bereid over een bossenverklaring.

Tijdens een plenaire vergadering zou later een defintieve tekst worden opgesteld. Tevens hebben de onderhandelingen geleid tot de voorbereiding van een conventie tegen de oprukkende woestijnen op aarde. Die moet in 1994 gereed zijn.

De bossenverklaring behoorde - samen met de nog steeds niet opgeloste financiële paragrafen over financiën en atmosfeer - tot de laatste struikelblokken van de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro. Kern van het bereikte akkoord is de vaststelling dat bossen van belang zijn als economisch goed, maar dat dit alleen op “duurzame” wijze geëxploiteerd mag worden, dus zonder dat de totale hoeveelheid bos wordt bedreigd.

Vooral landen wier economie van de houtexport afhankelijk is (zoals Maleisië), of wier bevolking voor brandstof op bos is aangewezen (India) hebben tot het laatst vastgehouden aan het “soevereine recht” op de exploitatie van bos. De rijke landen houden vol dat bossen een “mondiaal” belang hebben, onder meer omdat zij kooldioxyde vastleggen, die anders in de atmosfeer zou terechtkomen. Vooral de Verenigde Staten, die veel waarde hechten aan een bossenverklaring, leggen hierop de nadruk.

Volgens de “niet-bindende verklaring met principes ter behoud van de bossen” is handel in tropisch hardhout slechts geoorloofd, wanneer die is gebaseerd op “multilateraal overeengekomen regels en procedures die consequent zijn met het internationale recht en de praktijk”. Nederlandse experts zeggen dat deze formulering in het uiterste geval ruimte laat om de import van niet-duurzaam gekweekt hardhout te verbieden. Het Nederlandse kabinet houdt de mogelijkheid open zo'n handelsbeperking per 1 januari 1995 uit te voeren. Maleisië houdt staande dat zo'n standpunt in strijd is met de regels van de GATT, de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel.

Niet-gouvernementele organisaties hebben grote bezwaren tegen het bereikte akkoord. Een Greenpeace-woordvoerder zei gisteren dat het akkoord “de weg vrijmaakt voor de motorzaag”. Volgens hem maakt het akkoord “een knieval voor de Wereldbank”, die grootschalige ontwikkelingsprojecten steunt, waarmee onherstelbare schade wordt aangericht aan het bos en de gemeenschappen van inheemse bosbewoners.

Zwitserland, Oostenrijk en Liechtenstein hebben gisteren een verklaring over het klimaat naar buiten gebracht, waarin zij zich vastleggen op strengere bepalingen dan die welke zijn vastgelegd in het huidige klimaatverdrag. De EG-landen hebben een verklaring van dezelfde strekking afgelegd. Die verklaring was een Nederlands initiatief, dat aanvankelijk door Zwitserland en Oostenrijk werd gesteund, maar tenslotte uitmondde in een verklaring van de EG, waarvan deze twee landen geen lid zijn.