Goudkoorts met tragische gevolgen; De laatsten der Yanomani

Vijf jaar geleden spoedden goudzoekers zich naar het gebied van de Yanomani-Indianen op de grens tussen Brazilieen Venezuela. Zij haalden er goud, ze brachten er nieuwe ziekten. De goudzoekers zijn nu uit het gebied verdreven, maar de gevolgen van hun aanwezigheid zijn nog duidelijk zichtbaar.

De piloot van de Cessna is zich wellicht niet bewust van het anachronisme dat hij aanwijst: een shabono (hut) van de Yanomami-Indianen die bedekt is met felblauw plastic. Twintigste eeuw en Stenen Tijdperk ontmoeten elkaar hier in het Noordbraziliaanse oerwoud. Na een uur vliegen vanaf de stad Boa Vista is het plastic het eerste spoor van de ontmoeting tussen de Yanomami en de "garimpeiros', de goudzoekers. Nog een uur verder verschijnen de vijf gebouwtjes van de post Homoxi.

In Homoxi wappert de Braziliaanse vlag. Ook in de jungle is "ordem e progresso', orde en vooruitgang, het motto. Tien kilometer van de Venezolaanse grens mag er geen misverstand over bestaan dat dit Braziliaans grondgebied is. Er landt niet iedere dag een vliegtuig op de post. Meteen drommen tientallen Yanomami-Indianen om het toestel. Anderen doen geen moeite om overeind te komen uit hun hangmat. De meesten zijn gekleed in een korte broek. Sommige vrouwen dragen een armband van bloemen en bladeren. Bij anderen verhogen stokjes in de wangen hun schoonheid.

Toch lijken de Yanomami die ik hier zie niet op onze contemporary ancestors zoals Napoleon Chagnon die in zijn beroemde studie "Yanomamö: The Fierce People' beschreef. Eerstejaars antropologiestudenten die dit als eerste case-study lazen, zullen met angst hun veldonderzoek tegemoet hebben gezien. Van het trotse en oorlogszuchtige volk dat Chagnon in de jaren zestig aantrof, lijkt niet veel over. Zij maken een verzwakte en uitgebluste indruk.

Geen schrift

Er leven ongeveer 22.000 Yanomami-Indianen "tussen Orinoco en Amazone', het heuvelachtige oerwoud in de grensregio van Venezuela en Brazilië. Bijna de helft van hen woont in de Braziliaanse deelstaat Roraima. De Yanomami hebben geen schrift, de geldeconomie heeft bij hen nog geen intrede gedaan. Het zijn jagers en verzamelaars. De mannen jagen met pijl en boog op apen, reeën, wilde varkens en vogels. De vrouwen verzamelen vruchten, larven, krabben en ander eetbaar gedierte. Ook zorgen zij voor de tuinen, waar vooral bananen, maniok en zoete aardappelen worden verbouwd. Dit alles volgens het principe "slash and burn': een stuk oerwoud wordt gekapt, afgebrand en enkele jaren voor landbouw gebruikt. Als uitputting van de aarde dreigt, wordt een volgend stuk gecultiveerd.

Tot aan de jaren zeventig bleef het contact met de zich beschaafd noemende wereld beperkt tot een incidentele rubbertapper of pelsjager. De eerste missieposten verschenen in de jaren zestig. En natuurlijk waren er de onvermijdelijke antropologen. In het midden van de jaren zeventig kwam aan deze "splendid isolation' een einde door de aanleg van de weg Perimetral Norte, onderdeel van een ambitieus regeringsproject om het Amazonewoud te ontsluiten. Wegarbeiders en, in hun voetspoor, pioniers brachten griep en mazelen. Sommige Yanomami-dorpen verloren de helft van hun bevolking. In dezelfde tijd zetten ook de eerste goudzoekers voorzichtige schreden in de jungle.

Maar daar bleef het niet bij. Geologische studies onthulden in de jaren tachtig de aanwezigheid van goud. In 1987 overspoelden de goudzoekers het Yanomami-gebied. Twee jaar later, op het hoogtepunt van de golf, waren er zo'n 50.000 goudzoekers. De ontmoetingen tussen de oorspronkelijke bewoners en de goudzoekers waren vaak bloedig. Ook op langere termijn waren de gevolgen voor de Yanomami dramatisch. Goud werd voor hen het equivalent van honger en ziekte. Nu, een jaar nadat de regering de laatste goudzoekers uit het gebied verdreef, zijn de gevolgen nog zichtbaar.

Ook de landingsbaan van Homoxi is door de goudzoekers aangelegd. Het opschrift "ourisaria' - goudwinkel - markeert nu een gezondheidspost. Hierbij behoren drie houten gebouwen waar de patiënten en hun familieleden verblijven, en een kantoortje van de FUNAI, de Nationale Dienst voor Indiaanse Zaken. In de schaduw van een watertoren roosteren vijf kinderen riviergarnaaltjes op de bovenkant van een onthoofde olieton. Zorgvuldig draaien ze ieder hun garnaaltje om tot het eetbaar wordt verklaard.

Er ontstaat commotie onder de Yanomami als drie kinderen en een oudere vrouw via de vleugels het vliegtuig bestijgen om naar Boa Vista te vliegen. De paniek is in hun ogen te lezen. Het vliegtuig vertrekt, nagestaard door dertig paar donkerbruine ogen. Een groepje Yanomami nestelt zich op de landingsbaan om daar voorlopig niet van af te komen. Zij wachten tevergeefs op de spoedige terugkeer van hun familieleden. ""Waarschijnlijk hebben zij tuberculose, die op de post niet behandeld kan worden. Zij gaan naar het Casa do Indio, het speciale Indianen-ziekenhuis in Boa Vista, waar rekening wordt gehouden met hun gebruiken'', legt Iuliana Voicu uit. Zij is coördinatrice van het Artsen zonder Grenzen-team dat op de gezondheidspost werkt.

""De goudzoekers introduceerden en verspreidden allerlei ziekten die de Indianen onbekend waren. Vooral malaria, maar ook mazelen, tuberculose, griep en zwarte koorts'', zegt Voicu. ""In sommige Yanomami-dorpen is zestig tot tachtig procent met malaria besmet. Sinds de invasie van de goudzoekers in 1987 is ongeveer eenvijfde van de Braziliaanse Yanomami omgekomen. In 1991 stonden er drie sterfgevallen tegenover elke geboorte. De ontwrichting van de bevolkingsopbouw is enorm, vooral door de hoge kindersterfte. De Yanomami beseffen goed dat de "shaman', hun medicijnman, geen verweer heeft tegen deze nieuwe ziekten.''

Voicu: ""De goudzoekers hebben de voedselsituatie geruïneerd. Ze deelden, om de Yanomami gunstig te stemmen, voedsel uit. De Indianen verwaarloosden hun eigen voedselproduktie en werden afhankelijk. Het zal een paar jaar duren voordat dit is hersteld. Waar de goudzoekers in de buurt waren, zoals bij het dorp Theri-Theri, is de toestand veel slechter dan in de dorpen die verder verwijderd liggen van de plaats waar goudzoekers opereerden. Er zijn in Brazilië maar weinig Yanomami-gemeenschappen die de dans geheel zijn ontsprongen. In Venezuela is de situatie veel beter omdat daar nauwelijks goudzoekers zijn geweest.''

Een epidemie leidt, zegt ze, tot fatalisme en apathie in het dorp. ""De jacht wordt gestaakt, evenals het verbouwen van voedsel. De Indianen trekken zich terug in hun hangmat. Daar wachten zij lijdzaam op hun einde.''

Maanlandschap

Het pad naar Theri-Theri voert door een rivierbedding die als gevolg van de goudwinning is veranderd in een maanlandschap. De rivier zoekt onwennig haar weg tussen de metershoge kiezelbergen, olievaten en onderdelen van generatoren. Een beeld dat kilometers lang ongewijzigd blijft. Ook liggen er tientallen meters lange rubberen slangen. In een poel hebben twee goudschalen hun einde gevonden.

Anderhalf jaar geleden pompte hier nog een generator water en zand door een grote bak, waarin kwik lag te wachten om de goudkorrels aan zich te binden. ""Door het kwik dat de goudzoekers gebruikten stierven de vissen, en het wild werd verjaagd door het lawaai van de generatoren'', zegt Paolo Yanomami, de gids die z'n kennis van het Portugees dankt aan de goudzoekers. Hij legt uit hoe de Yanomami de rampspoed verklaren: ""Omame, onze schepper, heeft ons gewaarschuwd dat hij diep onder de grond "xawara' had begraven. Het vrijkomen van deze stof zou de Yanomami dood en verderf brengen. Alles was in orde zolang het goud diep in de aarde verborgen bleef, maar het ging mis toen de blanken het goud naar boven haalden. Bij de verhitting van het goud ontsnapte de xawara en maakte de Yanomami ziek.'' De overlevering van de Yanomami heeft de gevaren van exploitatie van het gebied blijkbaar voorzien.

De landingsbaan waarmee de goudzoekers bij Theri-Theri materiaal en voedsel binnenvlogen, ligt op een steenworp afstand van het dorp. Diepe bomkraters liggen keurig naast elkaar op de landingsbaan. De piloot heeft een zorgvuldig bommentapijt geknoopt. Zo maakte het Braziliaanse leger in 1991 de aanvoerroutes van de goudzoekers onklaar. Dit maakte deel uit van de operatie "Selva Libre' - een vrije jungle - die president Collor de Mello in 1990 begon onder druk van het buitenland. Aanvankelijk zette de regering vooral pamfletten in: "Burger, u begaat twee misdaden, a: het illegaal bezetten van Indianengebied, b: het illegaal goudzoeken.' Het pamflet eindigde met de strafmaat: drie jaar gevangenis en inbeslagneming van al het materiaal. Toen de zachte aanpak geen vruchten afwierp, werden de goudzoekers met geweld uit het gebied gezet.

Blauw plastic verraadt al snel de ligging van Theri-Theri. Ondanks het plastic is de shabono indrukwekkend. Een deurtje verschaft toegang tot de donkere hut, die een diameter van twintig meter heeft. De rook snijdt de adem af. Het eerste dat ik zie is het schijnsel van enkele vuurtjes. Drie broodmagere honden komen voorzichtig op ons af. De shabono is grotendeels verlaten, de meeste van de ongeveer zestig bewoners zijn op jacht of verzamelen voedsel. In hangmatten, bestaand uit repen boomschors of lappen stof, liggen zo'n vijftien Indianen. De meesten zijn ziek, de helft van het dorp heeft malaria. Kinderen onder een jaar zijn er niet meer.

Aan een balk hangen pijl en boog en een geweer broederlijk naast elkaar. Afgezien van het geweer is hier niets waaruit blijkt in welke eeuw ik me bevind. Het duurt een tijdje voordat ik de bron ontdek van het schrapende geluid dat voortdurend te horen is: een Yanomami bewerkt een tak met een bovenkaak van een zwijneschedel. In de hele shabono is niets eetbaars te vinden, behalve een klein trosje bananen. "Hoe dichter bij de goudzoekers, des te slechter is de situatie.' De woorden van Voicu gonzen door mijn hoofd.

Paaltjes

Demini is een Yanomami-gemeenschap die de goudzoekers wèl buiten de deur wist te houden. De landingsbaan bij Demini is een rudimentair deel van de Perimetral Norte, de weg die nooit is afgemaakt. Naast de landingsbaan staan tien mannen met oranje helmen onder twee zonnepanelen, in een houding alsof ze op de bus wachten. Zij zorgen voor de afbakening van het Yanomami-reservaat. Tienduizenden betonnen paaltjes vormen de grens, een gebied van 94.000 vierkante kilometer dat de Yanomami eind 1991 in bruikleen hebben gekregen.

Na zo'n drie kwartier lopen van de landingsbaan bereiken we een grote stuk platgebrand oerwoud, waar tien hutten verspreid liggen. Luci Mare van de CCPY, de Commissie voor de Creatie van het Yanomami Park, loopt met ons mee. Mare legt uit dat dit de tijdelijke woonplaats is van de stam. Op deze plaats wordt een nieuwe shabono gebouwd. Het plastic ontbreekt, de tijdelijke behuizing is geheel opgetrokken uit palmbladeren. De weldoorvoede honden die ik hier zie vormen de volgende tekenen dat het hier beter gaat dan in Theri-Theri. Een aapje en twee groene papegaaien doen zich te goed aan de vele vruchten. Een vrouw bakt grote maniokkoeken, een man speelt achteloos met een handvol citroenen. Zijn gezicht betrekt als hij hoort welke gemeenschap ik heb bezocht. Ook zonder moderne communicatiemiddelen weten de Yanomami van Demini hoe de meeste andere gemeenschappen eraan toe zijn.

Mare merkt mijn verbazing bij het zien van de weelde. Haar verklaring voor het verschil met Theri-Theri is duidelijk: ""De goudzoekers hebben hier nooit een basis gevonden. De gemeenschap was hier goed georganiseerd onder leiding van Davi Kopenawa. Hij had al wat meer van de wereld gezien en wist dat de goudzoekers alleen maar ziekte en honger zouden brengen.'' Kopenawa is inmiddels de beroemdste Yanomami. Als hun "ambassadeur' reist hij de wereld af om aandacht voor de problemen van zijn stam vragen. Demini is nog steeds gevoelig voor alles wat riekt naar goudzoekerij. De arbeiders die bezig zijn met de afbakening van het reservaat werden bijna door de Yanomami aangevallen, ze leken iets te veel op goudzoekers.

Op weg naar de afgedankte shabono van Demini passeren we weelderige tuinen: ananas, bananen en papaya's in overvloed. En dan doemt de verlaten behuizing op. Het is een shabono als uit het antropologieboekje. Deze is maar liefst 45 meter groot, en zo'n zeven meter hoog. In de hut dienen enkele kleurige verenbossen als decoratie. Uitgeholde boomstammen begeleidden hier enkele maanden geleden nog het helende gezang van de shaman. Achtergebleven zijn ook nog een paar blikken platen die zo te zien als rasp werden gebruikt.

Broze verdedigingswal

De CCPY heeft met de toekenning van het reservaat bereikt waar men al jaren voor vecht. Druk van regeringen en buitenlandse organisaties, begaan met het lot van de Yanomami, trok de Braziliaanse regering over de streep. Door de erkenning van het reservaat is nu duidelijk waar het Yanomami-gebied begint en is er tevens een wettelijke basis om goudzoekers aan te pakken. Het reservaat is ook niet te groot, zoals sommigen beweren. Antropologisch onderzoek wijst uit dat een gemeenschap van zo'n 100 mensen een leefgebied van 650 vierkante kilometer nodig heeft. En dat is precies de bevolkingsdichtheid op dit moment, aldus Mare.

Maar het reservaat vormt een broze verdedigingswal. Door een clausule in het decreet heeft de regering nog steeds zeggenschap over de mineralen in het Yanomami-reservaat, terwijl het Congres vergunningen kan verlenen aan mijnbouwondernemingen om de exploitatie ter hand te nemen. Gezien de sterke lobby van de mijnbouwindustrie en van de goed georganiseerde goudzoekers moet het ergste worden gevreesd.

Daarnaast kan een nieuwe regering de beslissing van Collor de Mello altijd herroepen. En dit is niet ondenkbaar, want het reservaat kent enkele sterke tegenstanders. Zo heeft het leger het decreet meteen onder vuur genomen. Volgens de militairen betekent het reservaat een aantasting van de staatsveiligheid omdat hun bases uit het gebied moeten verdwijnen. Het leger telde zelfs het aantal Indianen na. Ze konden maar 3.400 Yanomami vinden, het reservaat zou dus in ieder geval kleiner moeten zijn.

De overheid van Roraima is evenmin gecharmeerd van het reservaat: ""Wij zijn de enige Braziliaanse deelstaat die een reservaat voor blanken heeft'', zei gouverneur Ottomar Pinto. De ruim tweehonderdduizend niet-Indiaanse inwoners van de staat hebben slechts tien procent van het gebied tot hun beschikking (een groot deel van Roraima is natuurreservaat). En ook de regionale pers uit kritiek. "Collor keurt de demarcatie goed. De deelstaat Roraima verliest 25 procent van z'n grondgebied', kopte de Gazeta de Roraima onlangs. Het is dus nog niet duidelijk wat er zal gebeuren als de ogen van de internationale gemeenschap na de UNCED-conferentie in Rio wat minder op Brazilië gericht zijn.