Galeriehouder Van Hulsen veilt collectie moderne grafiek; "Friesland doet weinig voor kunst'

De Leeuwarder galeriehouder Aiko van Hulsen (75) laat 16 en 17 juni zijn bijzondere collectie moderne grafiek in Amsterdam veilen, die hij als eigenaar van een van de oudste galeries in Nederland opbouwde. Maar dat betekent niet dat hij wil stoppen met zijn werk.

Veiling collectie moderne grafiek van Van Hulsen, Van Gendt Book Auctions, Brandwijnsteeg 2, Amsterdam, di 16 en wo 17 juni. Kijkdagen 13, 14 (10-16u) en 15 juni (9-13u). Expositie eindexamen Vredeman de Vries, galerie Van Hulsen, Nieuwestad 99, Leeuwarden, t/m 2 juli. Di t/m za 12-17u.

Hij was de eerste die grafiek van Victor Vasar'ely in Nederland tentoonstelde, herinnert hij zich. In 1968. Hij confronteerde het Friese publiek in de jaren zestig ook met Peter Struycken, Ad Dekkers, Marte Röling. Voor Friesland was galerie Van Hulsen, schreef de Leeuwarder Courant naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van de galerie in 1975, cultureel gezien "het venster op de wereld'.

Dat was ook zijn doel toen Aiko van Hulsen in 1950 de kunsthandel die hij in 1942, vijftig jaar geleden, van zijn vader overnam, veranderde in een galerie voor moderne kunst. En dat is nog steeds zijn doel: de Friezen nieuwe tendenzen in de kunst tonen. “Laten zien dat er meer is in de kunst dan een landschapje of een huisje, boompje, beestje,” zegt hij.

Zijn plakboeken vol tentoonstellingsuitnodigingen laten zien dat hij ook jonge Friese kunstenaars de kans bood zich aan het publiek te tonen. Kunstenaars als Auke de Vries of de Vier Evangelisten begonnen bij Van Hulsen. Ook nu is die "honger naar nieuwe ontwikkelingen', zoals hij het zelf noemt nog niet gestild: de studenten van de Vrije Academie in Leeuwarden, opgericht uit protest tegen het feit dat de Friese hoofdstad zijn kunstacademie aan Groningen moest afstaan, exposeren bij hem. En deze maand toont hij eindexamenwerk van de laatste lichting studenten van de academie Vredeman de Vries voor die verhuist naar Groningen.

In de afgelopen tweeënveertig jaar dat hij zijn galerie had, verzamelde Van Hulsen grafiek van exposanten. “Werk dat ik mooi vond, van Appel, Alechinsky Corneille, Vasarély, Dekkers, Schoonhoven. Van Gerrit Benner ook, en van verschillende andere Friese kunstenaars. Soms kocht ik ook wel eens wat om een rode stip te kunnen plakken bij een werk op een tentoonstelling, als er weinig verkocht was.”

Zo onstond een grafische collectie die een afspiegeling is van Van Hulsens beleid. En daardoor van de ontwikkeling van de Friese kunst tussen de jaren vijftig en tachtig, en ook van de internationale kunst met grafiek van onder anderen Andy Warhol, Wolf Vostell en een pionier van de abstracte kunst Max Bill. Om die reden wilde hij zijn collectie graag als één geheel bij elkaar houden.

Aangezien hij zich meer verwant voelde met het op nieuwe tendenzen gerichte tentoonstellingsbeleid van de directeur van het Groninger Museum, Frans Haks, dan het behoudend beleid van het Fries Museum (Van Hulsen: “een museum voor oorijzers en opgegraven stenen, nog steeds”), bood hij zijn collectie aan Frans Haks aan.

Die was wel geïnteresseerd, maar toen de provincie Friesland daar lucht van kreeg, toonde die belangstelling. Van Hulsen bood zijn collectie Benners, Friese kunstenaars en moderne grafiek aan voor een bedrag dat de helft van de verzekerde waarde was. (Bedragen weigert hij te noemen). De provincie had er niet meer dan een kwart van dat bedrag voor over. Voor Van Hulsen was dat opnieuw het bewijs dat de Friese 'pommeranten' (hoogwaardigheidsbekleders) weinig ophadden met zijn voorliefde voor moderne kunst. Haks wilde zich niet mengen in de interne Friese strubbelingen en trok zich terug.

Van Hulsens poging om de collectie als een geheel te behouden was daarmee gestrand. En na een hartgrondig 'de provincie kan de pot op' besloot hij alles dan maar gewoon te veilen. Voor zijn collectie Benners en Friese kunstenaars vond hij twee particuliere kopers. En de honderden vellen overige moderne grafiek gaan maandag bij het Amsterdamse veilinghuis Van Gendt onder de hamer.

Het gaat hem natuurlijk aan het hart, zegt hij, naar de kale wanden van zijn woonkamer kijkend, maar hij heeft liever dat de kunstwerken zo bij liefhebbers terecht komen, dan dat de collectie liefdeloos in bijvoorbeeld een Fries archief wordt weggesloten.

Veel mensen denken dat Van Hulsen zijn galerie sluit, nu hij zijn privé-collectie van de hand doet. Maar dat is volgens hem absoluut niet het geval. “Ik ga door tot 2000, als er niks tussenkomst,” zegt hij lachend. Van de opbrengst van de veiling overweegt hij een fonds te stichten waaruit een tweejaarlijkse aanmoedigingsprijs voor een jonge Friese kunstenaar gefinancierd kan worden. Die Marguerite-prijs (genoemd naar zijn vrouw) zou afwisselend aan een jonge musicus en een beeldend kunstenaar uitgereikt moeten worden.

Want het kunstklimaat in Friesland moet gestimuleerd worden, omdat wat hem betreft de provincie het laat afweten op dat gebied. “Het Frysk Orkest, de kunstacademie, alles is al naar Groningen verhuisd,” zegt Van Hulsen. “ Ik zeg wel eens: we zijn een eiland. Aan de noord-, zuid- en westkant zijn we ingesloten door water, en aan het oosten ligt Groningen, dat ons ook niet uit het isolement haalt. Friesland, Leeuwarden heeft behoefte aan een sobere moderne expositiehal, waar eens in de maand nieuwe beeldende-kunsttendenzen uit binnen- en buitenland getoond worden. Je zou hier bijvoorbeeld ook toch eens Marlene Dumas moeten laten zien. Bij de nieuwbouw van de schouwburg De Harmonie had dat mooi gekund, zo'n expositiezaal. Maar men wil de moderne kunst onderbrengen in een nieuw kamertje in het Fries Museum. Een gemiste kans.”

Foto: De Leeuwarder galeriehouder A. van Hulsen: "Met veilingopbrengst een prijs beginnen om jonge kunstenaars aan te moedigen' (foto Sake Elzinga)