Dubieuze Zaken

Strafrecht is mensenwerk, dus zijn fouten niet uit te sluiten. Daarover gaat het in het recent verschenen boek "Dubieuze Zaken, de Psychologie van strafrechtelijk bewijs', van een drietal rechtspsychologen waaronder Crombag, van wie bovendien in deze krant op 16 mei jl. een interview verscheen.

Daarin dook, gekoppeld aan mijn naam, ook mijn beroepsgroep op, meer specifiek de forensisch (gerechtelijk) psychiater als rapporterend deskundige ten behoeve van terechtzittingen. Crombag: ""Dat is een van die geneeskundige plaatsvervangers van de Here Jezus op aarde. Die mensen kunnen de meest fantastische dingen beweren zonder uit te leggen hoe ze eraan komen. We noemen dat de psychiater als leverancier van onzin.''

Dat is een ernstige beschuldiging. Is zij zorgvuldig met argumenten onderbouwd, is er nog ruimte voor discussie of is het alleen maar een ordinaire scheldpartij? Met die vragen in gedachten begon ik het hoofdstuk "Gedragsdeskundigen over de verdachten', te lezen. Hun verhaal is gebaseerd op 35 strafzaken waarin mogelijk iets mis is gegaan in het bewijs, in methodisch opzicht een beperkt aantal gezien de vèrgaande conclusies die zij trekken. Om aan te tonen dat in enkele van die zaken het psychiatrische rapport een dubieuze rol speelde, brengen zij enkele citaten daaruit, maar geen moment laten zij zien hoe representatief die zijn.

Op die wijze is het wel erg makkelijk om van wat dan ook een wantoestand te construeren. Een artikel van mijn hand, in 1984 gepubliceerd in een vakblad, moet het ook ontgelden. Daarin beschrijf ik de in de praktijk overigens zelden voorkomende situatie van een verdachte die een ten laste gelegd feit ontkent en in het onderzoekscontact waarneembaar verward is ten gevolge van een ernstige geestesziekte (psychose). Als in het onderzoek waarneembaar is dat ook die ontkenning verweven is met die verwardheid, is het verantwoord om de rechtbank de informatie te geven dat indien de rechtbank dat feit bewezen acht, die ontkenning waarschijnlijk verband houdt met die verwardheid.

Wat maken de auteurs hiervan? ""Zij [de forensische psychiaters] beschouwen ontkenningen bij voorbaat als pathologisch.''

En zo rijgt zich de ene generalisering aan de andere. Bovendien deel ik totaal niet de ervaring van de auteurs dat rechters de conclusies van gedragsdeskundigen vrijwel zonder uitzondering en zonder een kritische bespreking overnemen in het vonnis omdat het werk van deze deskundigen zich aan iedere zichtbare logica zou onttrekken. Bij twijfel kan bovendien een rechtbank opdracht geven voor een tweede psychiatrisch onderzoek of de rapporterend psychiater oproepen en ter terechtzitting kritisch ondervragen.

Zo hoort het ook. Een misvatting van de auteurs is hun stelling dat het advies over de toerekeningsvatbaarheid "bewezen' moet worden. Dat advies is echter een kwestie van inschatten, taxeren, zoals dat geldt voor iedere psychiatrische diagnostiek. Dat heeft alles te maken met de aard van het vak, de stand van kennis, maar ook met de complexiteit van het fenomeen mens welke zich niet volledig laat vastleggen in maat en getal.

Daarom mist psychiatrische diagnostiek iedere relevantie voor het feitenrechtelijke bewijs. Het typeert het niveau van discussiëren in "Dubieuze Zaken' dat de auteurs prompt daaraan de opmerking verbinden: ""Wat hij dan wel denkt te leveren blijft onduidelijk.'' Daarover is in de afgelopen jaren veel gepubliceerd.

Het is natuurlijk niet zo dat al hun kritiek op het werk van de gedragsdeskundigen in het strafrecht iedere realiteitswaarde mist. Het probleem is dat zij bijna bij voortduring beschuldigen om te beschuldigen, onzorgvuldig met feiten en begrippen omspringen en altijd maar dat beschuldigend-ridiculiserende toontje aanslaan, dat iedere discussie onmogelijk, een welles-nietes-situatie onvermijdelijk maakt. Jammer.

Ter vergelijking: we luisteren allemaal regelmatig naar de weersverwachting, we weten ook allemaal dat die soms niet uitkomt. In de redeneertrant van Crombag c.s. zijn alle metereologen dus lieden die zich afgezanten van Jezus op aarde wanen met een aureool van uiteraard niet bestaande deskundigheid.

Toch blijven wij allemaal naar de weersverwachtingen luisteren, merken bovendien dat deze momenteel beter kloppen dan enkele jaren geleden. Ook de metereologie is niet volmaakt maar maakt vooruitgang. Dat geldt ook voor de forensische psychiatrie. Via intensieve onderlinge contacten worden steeds meer kwaliteitseisen gesteld aan de uit te brengen gedragsdeskundige rapportages. Een algemene doelstelling is dat deze rapporten zo geformuleerd worden dat de jurist die dat rapport leest a.h.w. over de schouder van de rapporteur kan meekijken naar het onderzoek. Geen duistere magie maar open, begrijpelijk en daardoor controleerbaar. Dat moeten de kenmerken zijn van een heden-ten-dage uit te brengen psychiatrisch rapport.

Parallel daarmee zijn onlangs richtlijnen opgesteld ten behoeve van een keuzestage forensische psychiatrie voor aanstaande psychiaters. Aan diverse universiteiten wordt onderricht gegeven aan juridische studenten over de systematiek die aan een psychiatrische rapportage ten grondslag moet liggen, de principes waarop deze gebaseerd is, de regels die daarvoor gelden, dilemma's die kunnen optreden. De forensische psychiatrie is volop in beweging. Volmaaktheid zullen we nooit bereiken, want de mens blijft ingewikkeld. Gelukkig maar.