De vrije val van "zakkenvuller' Lafontaine

BONN, 13 JUNI. “Die jongen kan het vergeten, maar hij weet het zelf nog niet.” Zo sprak begin deze week Hans Apel, de vroegere SPD-minister van financiën en van defensie ('76-'82), over Oskar Lafontaine, de minister-president van het armlastige Duitse deelstaatje Saarland. Lafontaine is al enige weken op een voor hem vervelende manier in het nieuws, als Absahner (zakkenvuller) en als voorbeeld bij uitstek van een politicus die veel spreekt over eerlijk delen, en het kabinet-Kohl zeer hard kritiseert omdat het daaraan zijns inziens te weinig doet, maar privé gans anders denkt en handelt.

Hans Apel is allang weg uit de actieve politiek, hij kon zich veroorloven hardop te zeggen wat veel prominente en nog veel meer niet prominente SPD'ers denken over de 48-jarige Quer- und Vordenker Lafontaine, de man die in 1990 in de Bondsdagverkiezingen mislukte als kanselierskandidaat.

Der Spiegel meldde twee weken geleden dat Lafontaine sinds zijn aantreden als minister-president van Saarland, in 1985, naast zijn salaris (25.000 mark per maand) nog eens voor zo'n 300.000 mark bruto aanvullend wachtgeld uit zijn vorige betrekking (burgemeester van Saarbrücken) heeft ontvangen.

Daarmee is dit politieke kleinkind van oud-kanselier Willy Brandt nu de hoofdpersoon geworden in een veel breder Duits treurspel. Namelijk een spel van door massamedia aangejaagd antiparlementarisme, van massaal wantrouwen in politici en instituties.

Geen uniek Duits spel in deze Europese hoogtijdagen van het referendum. Zij het dat in het Duitse geval kan worden gezegd dat heel wat politici het er met hun meer dan voortreffelijke pensioen- en andere regelingen in eigen zaak wèl zelf ook naar hebben gemaakt.

Lafontaines wachtgeld was het gevolg van een door zijn regionale regering in 1986 voorgestelde wetswijziging, die eensdeels regelde hoe de wachtgeldpositie van gewezen politici en ambtenaren moet zijn, en anderdeels juist moest voorkomen dat actieve politici ook nog eens, of alvast, pensioen uit een vorige baan zouden krijgen.

Door een “technische fout”, die hij kennelijk in zes jaar tijd ondanks maandelijke extra bedragen van circa 4.000 mark nog niet had vastgesteld, was hij in het genot van pensioenbetalingen geraakt die volgens de letter van de wet legaal waren, maar overigens geheel in strijd met de geest van de regeling. Of zoals Inge Wettig-Danielmeier, Bondsdaglid en penningsmeester van de SPD, het omfloerster zei: “Niet alles wat legaal is, is ook legitiem”.

Verder ging het verhaal zoals zulke verhalen bijna altijd gaan. Lafontaine ontkende eerst, sprak vervolgens van een “technische fout” en beloofde daarna 100.000 mark netto voor een goed doel weg te geven (“terug te geven”, dat is een schuldbekentenis) zeiden zijn critici.

Voorlopig eind van het lied: de gebenedijde pensioentrekker valt nu zijn kritici en hun “laaghartige moddercampagne” aan. Hij spreekt van Rufmord en noemt zijn “zwakzinnige” tegenstanders “schaamteloze vlegels”.

Het is een pijnlijke film die de radeloze SPD-top in Bonn met doorgaans afgewend hoofd en af en toe heel plichtmatige betuigingen van solidariteit aan de Saarlandse vice-voorzitter moest doorstaan. Er is geen krant of tijdschrift in Duitsland dat ook maar één goed woord voor de wonderbaarlijke Saarbrücker Geldvermehrung over had. Van alle kanten snellen nu notabelen aan, met voorop natuurlijk bondspresident Richard von Weizsäcker en bondsdagpresidente mevrouw Rita Süssmuth, om brede en onafhankelijke commissies voor te stellen die de arbeidsvoorwaarden van politici nader kritisch moeten doorlichten. Men zou er het vrijmoedige gebruik dat de familie Süssmuth nog niet zo lang geleden van dienstauto's bleek te maken bijna van vergeten.

Formeel heeft de politicus Lafontaine de affaire nu overleefd. In de landdag in Saarbrücken (51 zetels) stond de meerderheidsfractie van de SPD, wel te verstaan: bij hoofdelijke stemming, eergisteren als één man achter hem bij de afwijzing van een oppositionele motie van afkeuring van de CDU (18 zetels) en de FDP (3).

Dat was na een serie woedende debatten waarin vanaf de tribune vervalste 1000-markbiljetten met de beeltenis van Lafontaine de zaal in werden gegooid. En waarin hij zelf met een klein formaat schoolbord optrad, waarop hij via een eigens gemaakte grafische voorstelling probeerde aan te tonen dat hij van die wachtgeldregeling op den duur eigenlijk slechter zou zijn geworden. “Ach Oskar, hij sprak veel, zei weinig en overtuigde niet”, kopte de Bildzeitung trefzeker. Het serieuze weekblad Die Zeit had hem in een openingsartikeltje onder de kop Nach dem Fall al naar het politieke kerkhof gebracht.

Gisteren kwam de pensioenexpert prof. Battis, ingeschakeld door de CDU, nog melden dat Lafontaines wachtgeld onrechtmatig was geweest. Maar het echte, het politieke, kwaad was toen allang geschied. Over wijlen het CSU-boegbeeld Franz-Josef Strauss zei Egon Bahr (SPD) ooit: “Hij is een kerncentrale met de zekeringen van een koeienstal.” Die typering hebben CDU/CSU'ers de afgelopen dagen met graagte gebruikt voor Oskar Lafontaine, een SPD-ster die gevallen is.