De Koreanen

Amerikaans-Koreaanse mannen die in hun geboorteland een vrouw zochten werden als geslaagde magnaten ontvangen. Iedereen wilde met hen mee naar het beloofde land. Maar dat is nu voorbij. Er heerst in Zuid-Korea grotere vrijheid dan vroeger en de economie groeit snel. Beelden van brandende Koreaanse winkels in Los Angeles maakten een einde aan de laatste illusies over de Amerikaanse droom.

Partnerkeuze ligt gevoelig in de Amerikaans-Koreaanse gemeenschap. Ouders zien hun kinderen graag met Koreaanse vrouwen trouwen. Hae Young Shang, die in Koreatown woont, wil dat haar kinderen trouwen met Koreanen. ""Partners van verschillende culturen houden misschien wel van elkaar, maar er kan van alles gebeuren en dan begrijpen ze elkaar niet. Onze benadering van problemen is anders'', zegt ze.

Het behoud van identiteit is belangrijk geworden voor de ongeveer 25 jaar oude Koreaanse gemeenschap. Vroeger organiseerde de Koreaanse World Agape Mission Church cursussen Engels zodat de gemeenschapsleden beter konden integreren in de Amerikaanse samenleving. Nu zijn er lessen in het Koreaans voor de tweede generatie die de moedertaal nauwelijks nog spreekt. Koreanen zijn trots op hun homogeniteit. Ze vergelijken hun lotgevallen graag met die van de joden. ""We moeten voorkomen dat het Koreaanse bloed langzaam verdwijnt. Amerikanen hebben meer respect voor ons als we Koreaans zijn, niet als we tussen beide culturen in hangen. We kunnen de kleur van ons gezicht toch niet veranderen'', zegt Shang, die voor de kerk werkt.

Toch werken de kinderen niet mee; ze verwerpen vaak de conservatieve waarden van hun ouders. Ze eten liever een hamburger dan de Koreaanse rijstmaaltijden, slapen gemengd in de "dormitories' van de universiteit en nemen de vrije Amerikaanse seksuele gewoonten over. ""Sommigen komen hier 's zondags slordig gekleed binnen en zeggen dat God daar toch niet om geeft'', klaagt dominee Kim van de World Agape Mission Church. Hij ziet het brandschatten van Koreaanse winkels ook als een goddelijke straf voor te sterke aanpassing aan het Amerikaanse materialisme. ""Terwijl we fysiek in angst leven, zijn we er spiritueel zèlf schuldig aan. Ons geld kan elke dag verdwijnen, zeg ik altijd. Die eigenaren van drankwinkels moeten zo hard werken dat ze niet eens tijd hebben om naar de kerk te gaan.''

De oudere generatie heeft hoge verwachtingen. De meesten zijn voor een universitaire opleiding van hun kinderen naar Amerika geëmigreerd. Ze scheppen graag op over hun kinderen in Harvard of Stanford. Zelf zijn ze vaak ook redelijk geschoold in eigen land, maar in Amerika konden ze met hun in Korea opgedane kennis weinig uitrichten. Toch is er in Amerika werk genoeg voor iemand zonder diploma's. Koreanen leggen grote vindingrijkheid aan de dag en vallen van de ene baan in de andere.

De Koreaanse vader van Peter Park kreeg als voormalig militair in Vietnam een groene kaart om naar Amerika te gaan. Hij had eerst een pizzeria, werd later verzekeringsagent, vervolgens aannemer en handelde in textiel. Zijn textielfabriek in Guatemala heeft hij inmiddels verkocht en hij bezit nu een winstgevende delicatessenwinkel in Manhattan. ""Ze zeggen altijd tegen mij dat er niemand is om je te helpen als je naar Amerika komt. En dat je geheel op eigen kracht de blanke moet verslaan'', zegt Park, wiens ouders er uiteindelijk in berustten dat hij grafisch ontwerper is geworden en geen advocaat of dokter.

Koreatown verlaten ze na een jaar of vijf. In de ver van Los Angeles gelegen voorsteden hebben hun kinderen een betere omgeving. Ze komen soms terug in Koreatown voor het bijwonen van de kerkdienst of om zaken te doen. ""Mijn ouders zeggen altijd tegen mij: "Ik ben naar Amerika gegaan om voor jou te lijden','' zegt Edward Hwang (21), die bij zijn ouders in de welvarende en ommuurde voorstad Simi Valley woont. ""Mijn vader bezat niet meer dan een horloge en een pen toen hij hier kwam. Met niets heeft hij echt een bedrijf opgebouwd.''

Het gebrek aan winkels in wijken voor arme zwarten en latino's biedt beginnende Koreanen veel kansen. Ze beginnen kleine supermarkten of sportschoenenzaken. Meestal werken beide partners, vaak laten ze hun ouders overkomen die de zorg voor de kinderen op zich nemen. Voor banken zijn ze een onbeschreven blad, dus nemen ze voor hun startkapitaal toevlucht tot "leenclubs', onderlinge spaarcoöperatieven. Dat werkt uitstekend en het geeft Koreanen een ruime voorsprong op autochtone zwarten en latino's die evenmin bij banken kunnen lenen. Omdat Koreanen in kleine hoeveelheden inkopen, zijn de prijzen in de Koreaanse winkels veel hoger dan in de supermarkten, maar armen die niet beschikken over de bewegingsvrijheid van een auto, moeten zich erbij neerleggen. De betrekkelijk geprivilegieerde positie wekt afgunst en haat bij de autochtone zwarten en latino's. De zwarte rapper Ice Cube riep in zijn lied "Black Korea' op tot boycot of brandschatting van Koreaanse winkels. Blanken, vol schuldgevoel tegenover zwarten, durven nauwelijks te protesteren tegen dit zwarte racisme. ""De Koreanen zijn in de gevaarlijke positie van "middlemen'. De lagere klassen leven hun frustraties tegen de middenklasse en de rijken op hen uit'', zegt prof. Ivan Light van de University of California in Los Angeles.

""De blanken vinden de tegenstelling tussen Koreanen en zwarten wel gemakkelijk, want dan blijven zij buiten schot'', zegt de Koreaanse dominee John Kim van de World Agape Mission Church. Hij heeft deze goed beveiligde kerk nabij Koreatown zelf uit de grond gestampt. ""Als er één zwarte wordt doodgeschoten door een Koreaan, staan de kranten vol. Niemand schrijft over de tientallen Koreaanse winkeliers die elk jaar worden doodgeschoten.''

Brenda Park Sunoo, journaliste van de Korean Times, is sinds de rellen bang geworden. Vroeger bewoog ze zich ontspannen door zwarte wijken, nu kijkt ze behoedzaam om zich heen. ""Het kwam dichtbij een oorlogssituatie'', zegt ze over de rellen. Zwarte activisten verwachten nu geld van Koreaanse winkeliers om de buurt op te knappen. Maar ""wij zijn niet verantwoordelijk voor de problemen. Die waren er al voordat wij kwamen'', zegt Sunoo.

Midden in Koreatown is een overdekt Koreaans winkelcentrum. Er zijn dezelfde artikelen te krijgen als in de rest van Amerika, alleen zijn de kledingmaten kleiner. Er wordt uitsluitend Koreaans gesproken. Door de besloten bouw is het winkelcentrum gespaard gebleven bij de rellen. Bij de ingang heeft een Koreaan een kraam met knoedels. De zwarte bewaker knoopt wat verveeld met hem een gesprek aan. Na enig aftasten hebben ze een gemeenschappelijk onderwerp gevonden: de prestaties van de basketballclub Portland Trailblazers.

Autokapen