ASPECTEN DER JOODSE CULTUUR

Neues Lexikon des Judentums door Julius H. Schoeps (red.) 496 blz., geïll., Bertelsmann Lexikon Verlag 1992, f 112,70 ISBN 3 570 09877 X

Dictionary of Jewish Lore and Legend door Alan Unterman 216 blz., geïll., Thames and Hudson 1991, f 65,65 ISBN 0 500 11022 0

"Malach ha-mavet' is Hebreeuws voor de engel des doods. Deze engel heeft tot taak het menselijk leven te beëindigen. De engel des doods is bedekt met ogen, en hij druppelt vergif van zijn zwaard in de open monden van degenen die hem zien en aanstaren. Ashkenazim, joden afkomstig uit West- en Centraal-Europa, noemden hun kinderen nooit bij de naam van levende verwanten. De engel des doods zou zich kunnen vergissen. In het geval van ernstige ziekte was het gebruikelijk de patiënt een extra naam te geven, zodat de engel niet in staat zou zijn zijn slachtoffer te identificeren. En mocht men niet in staat zijn de engel des doods te slim af te zijn, dan kon ook liefdadigheid of serieuze bestudering van de Torah zijn macht teniet doen.

Deze engel des doods is een van de ongeveer zestienhonderd steekwoorden in de Dictionary of Jewish Lore and Legend, een verklarend woordenboek over aspekten van joodse mystiek, folklore, volkswijsheid en legendes, bijeengebracht en uiteengezet door rabbijn Alan Unterman. De engel des doods heeft geen plaats gekregen in een ander recent verschenen en vergelijkbaar werk, het Neues Lexikon des Judentums. Meer dan honderd auteurs hebben bijdragen geleverd aan dit wetenschappelijk woordenboek, dat met ongeveer drieduizend rubrieken en meer dan dertig essays een groot aantal facetten van de joodse geschiedenis en cultuur beslaat.

De eerste vraag waarmee samenstellers van een lexicon als hier besproken worden geconfronteerd is: wat nemen we op en wat laten we weg? In het geval van het Neues Lexikon des Judentums was dit zowel een probleem van definitie als van analyse. De redactie diende niet alleen vast te stellen wat specifiek "joods' was, maar ook wat de joden bijzonder heeft geraakt of beïnvloed en om die reden vermelding verdiende. Bij de keuzes die zijn gemaakt, kunnen wel enige vraagtekens worden geplaatst. Waarom heeft de Russische schilder Marc Chagall een eigen lemma in het lexicon en de Duitse dictator Adolf Hitler niet? Waarom is de Amerikaanse filmer Woody Allen wel opgenomen, maar de Weense schrijver Robert Musil niet?

Over het algemeen echter is zowel de keuze van onderwerpen, als de wijze waarop deze onderwerpen zijn beschreven alleszins acceptabel. De auteurs hebben zich moeite getroost een zo groot mogelijke objectiviteit te handhaven. In discussies wordt geen stelling genomen (zie bij voorbeeld onder "Historikerstreit' of de "Endlösung'). Bij de algemene thema's (landen, steden en historische gebeurtenissen) beperkt men zich tot de specifieke joodse "invalshoek'. In vrijwel alle rubrieken zijn literatuurverwijzingen opgenomen. En een aantal complexe elementen van de joodse cultuur, geschiedenis en verhouding tot de niet-joodse omgeving zijn in aparte essays uiteengezet, zoals bijvoorbeeld over antisemitisme, de vrouw in het jodendom, zionisme, joodse muziek, joden en het nationaal-socialisme. De redactie van het lexicon heeft zich enigermate laten leiden door de vermeende interesses van het Duitse publiek. Er is sprake van een lichte neiging tot eenzijdigheid. Dit geldt niet alleen voor de keuze van onderwerpen en literatuurverwijzingen, maar vooral voor de toon en het woordgebruik die in de inleiding en in sommige essays worden gebezigd. Het heeft iets weg van een educatieve Wiedergutmachung, overlopend van begrip en soms nogal moraliserend.

Het nut van boeken als het Neues Lexikon des Judentums is gemakkelijk te bepalen. In zijn voorwoord schrijft redacteur Julius Schoeps dat het lexicon zich in eerste instantie richt tot een ""niet-joodse doelgroep met historische, politieke, culturele en religieuze belangstelling, die een zekere vooropleiding heeft genoten en haar interesses wil bevredigen''. Ik ben niet-joods, enigermate geschoold en gezegend met een gezonde interesse op genoemde gebieden, en kan na lezing van dit werk zonder aarzeling vaststellen dat het aan de verwachtingen voldoet.

Dat geldt, mutatis mutandis, ook voor het Dictionary of Jewish Lore and Legend. Alan Unterman meent dat de rationele elementen van het joodse geloof vaak te zeer worden benadrukt. Deze rationalisering spoort niet met de kleurrijke overtuigingen en levenswijzen van een aanzienlijk deel van de joodse gemeenschappen, vooral die in Oost-Europa voor de Tweede Wereldoorlog. Unterman wil dit beeld corrigeren en de irrationele kant van het joodse geloof en cultuur voor het voetlicht brengen: de talloze legendes, de mythes, de tradities en gebruiken, de overgeleverde kennis en het bijgeloof. Het resultaat, de Dictionary of Jewish Lore and Legend, is een verzameling van zeer uiteenlopende, soms serieuze, maar dikwijls ook merkwaardige en grappige zaken. Ze bevat biografieën van joodse mystici en wonderrabi's, historische gebeurtenissen, plaatsbeschrijvingen, uitleg van regels en rituelen, van joodse filosofie, liturgie, folklore, taal en literatuur. Het lezen van het boek vereist aandacht, maar lukt vrijwel altijd op eigen kracht. Unterman gebruikt weinig begrippen die hij niet ergens in het boek uitlegt. Zelfs een zinsnede als ""since it is mitzvah to help an agunah, a bet din might allow her to remarry on flimsy evidence of her husband's death'' wordt na enige studie geheel helder.

Het Neues Lexikon des Judentums en de Dictionary of Jewish Lore and Legend zijn leesbaar, informatief en fraai geïllustreerd. Ze bieden ideaal achtergrondmateriaal voor de waarschijnlijk tamelijk omvangrijke groep belangstellenden in Judaica - zowel in joodse kringen als daarbuiten.