"Als trainer van Oranje sta je feitelijk buitenspel als het om de opstelling gaat'

Hij was luchtmachtofficier en coach van het Nederlandse militair elftal. Hij loodste Oranje in 1978 - samen met Ernst Happel - naar de finale van het wereldkampioenschap in Argentinië. En hij heeft nog wat misverstanden uit de weg te ruimen. Jan Zwartkruis is momenteel sportadviseur van de Antilliaanse overheid.

HILVERSUM, 13 JUNI. Kijk jongen, de kwestie is dus zo - en Jan Zwartkruis zijnde weet hij dat toevallig als beste, ja? - de kwestie is dus zo dat je als trainer van Oranje feitelijk buitenspel staat als het om de opstelling gaat. Michels weet dat ook: jij kiest in wezen alleen de laatste zestien. Welke elf spelers uiteindelijk het veld betreden maken die jongens onderling uit. In zo'n selectie worden de messen van meet af aan geslepen. Het is vanaf de eerste dag bam, er bovenop: wie staat sterk, wie ligt goed in de groep, wie dwingt respect af, wie wordt gepiepeld, wie valt af? Denk niet dat het op zulke momenten puur om voetbalkwaliteiten draait, welnee, de karakters spelen minstens net zo'n belangrijke rol.

Neem het WK van '78. Aan de vooravond van het toernooi had jij, coach, het voornemen Willem van Hanegem op het middenveld te posteren als spelbepaler. Nou, de rest van het team wou daar niks van weten! Rep, Rensenbrink, Neeskens: ze waren het gekanker van de Kromme zat, en ze kenden zijn zwakke plek: hij werd trager, hij raakte zijn scherpte kwijt. Zeg, moeten we voor die galbak een paar stappen extra zetten? Vergeet het maar. Toen Willem het in de gaten kreeg, was-ie kapot. Hele gevoelige goser, Willem. Hij hoefde al niet meer mee, begrijp je? Nee, nee, als trainer probéér je dan niet eens de zaak alsnog naar je hand te zetten. Zit de psychologie van een elftal zo in elkaar, dan heeft het geen zin met je vuist op tafel te slaan. Krijg je geforceerde oplossingen, ja? Bovendien was Willem iemand die zich gewoonweg niet liet helpen - dat verdomde-ie.

Goed-voer-doemme, had Happel gezegd. Goed-voer-doemme, der Willem nicht dabei. Ernst was op het laatste moment door de KNVB gecontracteerd om óók in Argentinië op de bank plaats te nemen. Inderdaad, daar werd je als bondscoach straal om uitgelachen: wie accepteert in hemelsnaam dat de bond plotseling iemand naast je parachuteert die geldt als een veredelde dictator? Maar wat het grote publiek niet wist - en dat mag nu best gedetailleerd de wereld in, doe maar - was dat persoonlijke omstandigheden hem, Jan Zwartkruis, dwongen tot een soepele houding.

Kijk jongen, de kwestie was zo: je vrouw krijgt op een gegeven moment een vreselijk ongeluk. Heup en benen aan brokken, aan gruzelementen, weg. Je kan kiezen, zegt de chirurg tegen je. Ben je echtgenoot of trainer? Het antwoord is duidelijk. Vandaar dat je tegen Hogewoning van de KNVB zegt: Ik kan niet mee naar Latijns-Amerika. Hij boos, hij óók praten met de medici. Maar die houden voet bij stuk, en dan wordt Ernst ingehuurd. Vervolgens mag je op het nippertje toch mee van de artsen - om in Argentinië door de pers te worden afgeschilderd als een warrige slappeling die een bijrol speelt, hulpje van een Oostenrijkse topcoach. Jan Zwartkruis zijnde bijt je in zo'n situatie je lippen stuk, zeker. Maar je vertikt het om een sociaal geval van jezelf te maken. Je weigert je echtgenote bloot te stellen aan ratten die met hun camera's voor de deur gaan liggen om plaatjes te schieten bij jouw zielige verhaal. Je hebt je trots.

Zo vervelend was het trouwens niet om te werken met Happel. Integendeel. Het Nederlands elftal presteerde aanvankelijk voor geen meter: onder het genot van whisky krabbelden de bobo's van de KNVB 's avonds voortdurend nieuwe opstellingen op de achterkant van hun sigarendozen. Happel kreeg er het lazarus van, het lazarus. Goed-voer-doemme, hoor je hem machteloos mompelen. Op een gegeven moment zeggen de bestuurders uit Zeist tegen jou: Jan, neem het over, Ernst weet het ook niet meer. Je twijfelt ééntiende seconde. Onzin, antwoord je dan. Het lóópt gewoon niet. Hoe het komt mag joost weten; we gaan gewoon door. De volgende dag schiet Happel je aan: Jan, heute Mittag Du maakt de elftalbesprechung, Du praat met de Jungens. Had-ie je opstelling gewaardeerd. Klasse, prachtvent.

Jan Zwartkruis zijnde zie je Oranje daar ondanks alles de finale halen. En verliezen. Robbie Rensenbrink schoot vlak voor tijd nog op de paal. Dat had de overwinning kunnen zijn, maar ach... er zat geen ziel in dat team. Die jongens misten Jopie, Johan Cruijff. Dat doet zeer, maar als coach respecteerde je zijn besluit om niet mee te gaan. Je was een van de weinigen die de achter grond kende, hè - een van de zéér weinigen. De kwestie was zo: 1974 verscheen voor de WK-finale tegen West-Duitsland die beruchte foto van Oranje-spelers met wat meiden in een zwembad. Danny Cruijff sprong uit haar vel. Die dreigde met een scheiding. De KNVB-elftalbegeleider vloog direct naar Nederland om het recht te breien, maar Johan moest van Danny één belofte doen: nóóit meer zo lang voor een toernooi van huis. Als latere bondscoach probeer je zo'n vedette nog om te praten - maar nee.

Niets is overigens zo ingewikkeld voor een trainer - Michels kan erover meepraten - als de omgang met topvoetballers. Ja, je hebt het Jan Zwartkruis vaker horen zeggen: bij lieden als Van Basten en Gullit is het ik, ik, ik en het geld. Je moet op die jongens instormen om hun mentaliteit klein te houden, je moet het verzet van die raspaarden breken. Aan Gullit hebben de coaches geen makkelijke gehad. Zwarte spelers zijn creatief, speels, hebben het loopvermogen om zich individueel uit te leven. Ze zijn moeilijk in het gelid van het collectief te duwen. 't Is een andere aard. Gullit moest echt leren om in dienst van de groep te spelen. Tegenwoordig offert hij zich op. Als die knaap zijn houding in Zweden handhaaft en de rest van het team manifesteert zich zo nadrukkelijk als de afgelopen weken... dan zeg je, Jan Zwartkruis zijnde: Oranje wordt Europees kampioen.

Foto: Bondscoach Jan Zwartkruis