Aegle Frieswijk (28) studeerde elektronica aan de ...

Aegle Frieswijk (28) studeerde elektronica aan de MTS te Leeuwarden en is werkzaam als applicatiebeheerder bij PTT-Telecom in Groningen. Hij speelt al twintig jaar korfbal bij Sport Club Oldeholtpade (SCO). Frieswijk heeft dertien interlands gespeeld. Net een week getrouwd met korfbalster Carla, maakt hij met de nationale korfbalselectie een trip van bijna vier weken door Taiwan, India en Australië, in de stellige verwachting met de Continental Champions Trophy (CCT) - aan welk toernooi Nederland als Europees kampioen deelneemt - in de bagage mee naar huis te nemen.

Woensdag 3 juni

Het idee dat je 13.700 km van Friesland zit, op een eiland ongeveer zo groot als Nederland, begint al een beetje te wennen. De sfeer in de ploeg is, sinds we zondagmiddag in Taiwan aankwamen, uitstekend. Duikboten mogen ze van Nederland niet hebben, maar korfbal wel.

Gisteren zijn we per bus vanuit de hoofdstad Taipei, dat in het noorden ligt, aangekomen in Hualien, oostelijk op het eiland. Jammer dat we René Kruse in Taipei moesten laten gaan door een trieste familieomstandigheid. De ploeg is nog in het ongewisse of René zich na India opnieuw bij de ploeg kan voegen of dat een ander lid van de selectie zich voor het laatste deel in Australië bij ons meldt.

We hebben er inmiddels een aantal workshops en clinics opzitten, die op verzoek van de Taiwanese korfbalbond worden gegeven. Het is voor ons leuk en dankbaar om te doen, je ziet wat van de cultuur en van het land en het is bovendien een aardige voorbereiding op de twee wedstrijden die we zondag en maandag om de CCT-cup tegen Taiwan moeten spelen.

Je hebt er geen voorstelling van hoe een sport als korfbal hier is georganiseerd. We hebben in het verleden een paar keer tegen Taiwan gespeeld tijdens het WK en voor de World Games, maar dat was in Europa en dus in een geheel andere omgeving. Nu zien we met eigen ogen hoe de sport zich er werkelijk heeft ontwikkeld en het verbaast me niet meer dat Taiwan tot de sterkste nieuwe korfbal-landen behoort.

Vanmorgen al vroeg uit de veren. Er staat eerst een workshop op het programma aan een junior highschool in Hualien en de rest van de dag hebben we nodig om via het Taroko National Park via het centraal hooggebergte, dat Taiwan van noord naar zuid deelt, naar Taichung aan de westkust te komen. De ons ter beschikking staande bus kruipt af en toe naar boven, waarbij de grootste hoogte wordt gehaald op 2565 meter. Bijna tien uur in de bus bij een temperatuur van ver boven de dertig graden is dan absoluut geen pretje.

Donderdag

Vanmorgen met kamergenoot Rob Edelenbos voor het ontbijt in het hotel een kopje koffie gedronken. Het blijkt een duur kopje te zijn, omgerekend negen gulden! Wat dat betreft valt Taiwan toch tegen; alles is schreeuwend duur. Voor achten zijn we al op weg om in Kaoshiung, tweehonderd kilometer zuidelijker, een demonstratie te verzorgen aan de universiteit. Voor ons doen hier dus een kort busreisje van 2½uur.

Omdat de vervanger voor René Kruse zich pas in India - op weg naar Australië - bij de ploeg zal aansluiten, moet een van de teams worden gecompleteerd door een bijzondere Chinees. De demonstratie vindt plaats op een perfect onderhouden veld. Het is alleen snikheet. We logeren in het duurste vijfsterrenhotel van de stad; een geste van de sponsor in Kaohsiung, waarbij we 's avonds te gast zijn op een negentien-gangendiner. Een culinair hoogstandje van de Taiwanese keuken. Ik ben blij dat ik de rekening niet hoef te betalen.

Vrijdag

Eindelijk een rustdag, die valt op de nationale feestdag van Taiwan. We vallen met onze neus in de boter, want op het kanaal direct achter ons hotel vindt het wereldberoemde "dragon boat festival' plaats. Kaohsiung is een van de vier Taiwanese plaatsen waar dat festival wordt gehouden en er nemen zelfs ploegen aan deel uit Amerika en uit Europa. Het festival wordt ook wel "Double fifth festival' genoemd omdat het wordt gehouden op de vijfde dag van de vijfde maand van de maankalender. De bootraces worden live op tv verslagen. Grappig is dat we het eerste deel van iedere race op tv moeten volgen en dat we voor de laatste honderd meter tot aan de finish alleen maar ons hoofd hoeven te draaien en uit het raam van onze hotelkamer te kijken.

Tussen de bedrijven door gaan we de stad in, we slenteren over de markt geslenterd trainen onderling wat. 's Avonds gaan we met een grote groep winkelen, een aantal spelers koopt sportschoenen, een van de weinige artikelen die wat goedkoper zijn dan in Nederland.

Zaterdag

Kamergenoot Rob en ik hebben ons verslapen en missen het ontbijt. Voor de afwisseling neemt de ploeg deel aan een door de Taiwanese korfbalbond georganiseerd toernooi beachkorfbal; uiteraard op het strand aan de rand van de havenmonding. Het is een vorm van korfbal die we in Nederland niet kennen. Het wordt gespeeld in twee vakken met drie viertallen. Wie de aanval verliest staat in de verdediging buitenspel totdat de aanval kan worden overgenomen. En dan te bedenken dat we in Nederland net een jaar af zijn van drievakkenkorfbal!

Het spel is in Taiwan razend populair en er blijven nogal wat mensen staan kijken. Het toernooi wordt gewonnen door de in roze uitgedoste Nederlandse ploeg, die met een foeilelijke zestig centimeter hoge beker wordt opgezadeld. De tweede Nederlandse ploeg, voor deze gelegenheid in het geel, blijft buiten de prijzen. Gelukkig maar, want er wordt al wat afgesjouwd met de bagage.

Dezelfde middag staat de verplaatsing naar Taipei op het rooster. Normaal gesproken is dat een uur of vijf met de bus, ware het niet dat we tussen Taichung en Taipei in de langste file terecht komen die je je denken kunt: bijna tachtig kilometer. De reis duurt zodoende bijna tien uur, met als gevolg dat we het diner in het hotel missen. Onze gastheren blijken, zoals eerder tijdens de reis, opnieuw uitstekend te kunnen improviseren. In Taipei wordt een Chinees "bewerkt' die ons nog van een karige maaltijd voorziet.

Zondag

Eerste pinksterdag. Er is hier in Taipei niets van te merken, omdat het blijkbaar niet wordt gevierd. De meeste winkels zijn hier gewoon open en zijn dat in de regel ook tot 's avonds tien of zelfs tot twaalf uur. Een winkelsluitingswet bestaat hier vast niet.

De ploeg mag tot elf uur blijven uitslapen. De meeste spelers krijgen dan pas in de gaten dat het al een flinke tijd regent en van tijd tot tijd zelfs plenst. We krijgen de zon vandaag ook niet te zien. Wel is het drukkend warm. Na de brunch vertrekken we naar een van de universiteitssporthallen waar we laat in de middag de eerste van de twee interlands tegen Taiwan spelen voor de continentale beker, maar waar sinds acht uur die ochtend het toernooi aan de gang is voor de (Taiwanese) Associations Cup. Een leuk toernooi met, naar de finales toe, ook spannender wordende wedstrijden. Een ervan moet zelfs door strafworpen worden beslist.

De interland zelf valt wat tegen. Tegen de verwachting in is het een eenzijdige wedstrijd die we op onze sloffen met 23-7 winnen. Morgen, wanneer we de tweede interland spelen, is ons meer tegenstand beloofd.

Terug in het hotel bel ik eerst Carla en wissel de laatste nieuwtjes uit. Ook in Nederland blijkt alles in orde te zijn. Na het diner besluiten we om met de hele ploeg de stad in te gaan.

Maandag

Tweede pinksterdag en niet het gevoel dat het in Nederland een vrije dag is. Ook nu valt de regen soms met bakken tegelijk naar beneden. Hierdoor vervalt de geplande ochtenddemonstratie aan een basisschool in de buurt, die buiten is gepland en waar niet een-twee-drie een andere oplossing voor kan worden gevonden.

Daardoor kunnen we op ons gemak nog wat van de directe omgeving gaan bekijken. Wie het verkeer in Parijs een beetje kent, kan hier zijn ogen niet geloven. Alles gaat kris-kras door elkaar. Bussen zijn niet van je netvlies te branden, evenals honderden gele taxi's. Voorrang geef je niet, maar neem je. Oversteken vereist lef, maar wanneer je dat doet, stoppen ze op een paar centimeter voor je of rijden om je heen. Iedere doorsnee inwoner rijdt op een scooter. Vaak niet alleen, maar met het hele gezin. Het "record' zagen we in Kaohshiung, waar twee volwassenen en vier kinderen op een scooter reden. Vervoerd wordt er ook van alles op zo'n scooter, zoals een hond voor op de treeplank of buizen breeduit voorop.

Rond half vijf vertrekken we naar de sporthal van de "National Taiwan Normal University', die in de buurt ligt van het regeringscentrum en van de Chiang Kai-shek Memorial Hall. Een schitterende nieuwe sporthal, die pas enkele weken geleden in gebruik is genomen. In deze hal spelen we onze tweede wedstrijd om de continentale beker tegen Taiwan.

Voor aanvang van de wedstrijd is een openingsceremonie gepland die karakteristiek is voor landen in deze regio. Gevoel voor stijl en niet al te veel letten op de geplande tijd. Onze verbondsvoorzitter Rien Geutjes ontvangt er de hoogste Taiwanese sportonderscheiding vanwege zijn verdienste voor de ontwikkeling van de korfbalsport.

De wedstrijd, die via tv wordt uitgezonden, is het aanzien meer dan waard. Er is, ondanks het slechte weer, meer publiek op afgekomen dan gisteren bij de eerste wedstrijd. Nochtans winnen we gemakkelijk met 25-9. Ik hoef niet in actie te komen en kan vanaf de reservebank rustig toekijken. Mijn enkel heeft in de wedsrijd van gisteren toch een tik gehad. Ik zal het de komende dagen wat rustig aan moeten doen, want de trip duurt nog twee weken en met name het programma in Australië is nog zwaar.

's Avonds gaan we in groepjes de stad in en komen we in een discotheek terecht. In een andere disco werden we geweigerd omdat we er, in onze korte broek, niet welkom waren. De entree bedraagt 350 Nieuwtaiwanese dollars, ongeveer 25 gulden. Veel drinken niet, want een pilsje kost omgerekend zo'n twaalf gulden.

Het is de laatste avond Taipei, want morgen staat ons de lange vlucht via Singapore naar New Delhi te wachten.

Dinsdag

Om kwart over zeven loopt de wekker af. Ik kan het rustig aan doen, omdat ik de koffers gisteravond al goeddeels heb gepakt.

Het wordt een dag van reizen. Omdat alle vluchten via één luchtvaartmaatschappij lopen, gaat alles over Singapore. Het traject Taipei-New Delhi bestaat dus uit twee delen, met "overstappen' mee zo'n elf uur, daarbij niet gerekend het tijdverschil in ons nadeel van 2½ uur. We nemen afscheid van onze Taiwanese begeleiders die zich bijzonder goed van hun taak hebben gekweten. Wat dat betreft kunnen wij Nederlanders nog wat van deze mensen leren.

Het is voor mij ook een dag dat ik even om een hoekje had willen kijken in Nederland omdat twee broers jarig zijn. Alsnog van harte proficiat! Bellen kan ook al niet, omdat ze daarvoor in India alle tijd nemen of de (telefoon)lijnen niet beschikbaar hebben. Dat duurt uren. Ik heb gehoord dat om harde valutaredenen driekwart van de lijnen richting India gaat en slechts een kwart andersom.

Vlak voor de landing op Gandhi Airport om tien uur 's avonds, meldt de captain van het vliegtuig dat het op dat moment nog 37 graden is. De dagtemperatuur is een graad of vijf hoger geweest. Dat belooft wat voor woensdag, wannneer wij aan de bak moeten voor de veldinterland tegen India. We worden uitstekend onthaald door onze Indiase gastheren met de hier gebruikelijke bloemenslingers. Op het vliegveld voegt de eerste secretaris van de ambassade zich reeds bij ons gezelschap.

In het hotel wordt ons door onze bondsarts nogmaals op het hart gedrukt om alleen water te gebruiken dat afkomstig is uit "gekroonkurkte' flessen. Blijkbaar liggen de gevaren op medisch gebied hier voor het oprapen. Ons wordt ook gevraagd om er in India niet zo bij te lopen als in Taiwan. Dus geen blote bovenlijven bij de mannen en (te) korte broeken bij de dames. Het zou aanstoot kunnen geven.

Woensdag 10 juni

De Aziatische uitzendingen van BBC-tv worden in India goed gevolgd. Daar doen wij in beperkte mate aan mee. Zo weten we steeds hoe het weer er uitziet in Nederland, maar ook in Delhi. Het zou 42 graden worden. Dat werd het ook, maar gelukkig staat er op het moment dat wij spelen een stevige, warme wind dwars over het veld.

Omdat het om een vriendschappelijke interland gaat, neemt bondscoach Ben Crum geen enkel risico. Na de rust worden alle spelers van de eerste helft, op Taco Poelstra na, gewisseld.

Voor het zover was, gingen we met twee medewerksters van de ambassade als gidsen, per bus een kijkje nemen in Delhi. Een belevenis op zich. Een wereld ook met twee gezichten. Ik heb nog niet eerder zo'n tegenstelling tussen welvaart en armoede gezien.

De ambassaderaad zit 's morgens reeds met ons aan het ontbijt en is ook 's middags - we spelen om half zes - aanwezig. De interland spelen we in Faridabad net even buiten New Delhi, op het "Oval' van het Haryana Cricket Stadium. Een heel groot stadion, dat momenteel wordt uitgebreid. Verrassend is het in groten getale opgekomen publiek, zo'n duizend tot twaafhonderd. Ook de tv is aanwezig. Flitsen daarvan komen morgen in het landelijk nieuwsjournaal en de wedstrijd zelf wordt zaterdag integraal uitgezonden.

De wedstrijd zelf is niet echt om over naar huis te schrijven. Daarvoor is de korfbalsport in India - ondanks het fors toenemend aantal beoefenaars - nog te jong. Het wordt uiteindelijk 21-9. Aandoenlijk, naar Nederlandse maatstaven, is het enthousiasme na afloop. Iedereen wil aan je zitten. De ruim aanwezige politie vindt dat maar niks en jaagt het publiek regelmatig bij ons vandaan. Dus zoeken wij het publiek zelf maar weer op. We laten het massaal op de korf schieten. De korf heeft het op de vierkante meter nog nooit zo druk gehad.

Na afloop zijn we de gast van de club waar het golf- en cricketcomplex toe behoort. We krijgen te maken met een mengeling van gastvrijheid en cultuur die ons nog wel even zal bijblijven. Ook daar is de staf van de ambassade bij aanwezig, waarmee we ons gezellig kunnen onderhouden.

Morgenavond zetten we onze tournee voort. Via Singapore naar Adelaide en Melbourne, waar respectievelijk de derde en de vierde wedstrijd voor de intercontinentale beker wordt gespeeld.