Zwart geld (1)

Het leven van een marktkoopman gaat zelden over rozen. Vraag het maar aan meneer Geld, handelaar in ongeregelde goederen.

Nadat oma is overleden, ruimen haar kinderen meestal de zolder op. Oude spullen, die ze zelf niet willen hebben, brengen ze naar een handelaar in tweedehands goederen. Ze verwachten voor die meestal waardeloze rommel nog een behoorlijke prijs te krijgen ook. “Het is antiek”, roepen de kinderen tegen de uitdrager. “We hebben er bovendien kostbare herinneringen aan, alleen passen die lampen, stoelen en tafels jammer genoeg niet in onze moderne woninginrichting.”

Komen ze met zulke verhalen toevallig in het pakhuis van meneer Geld terecht, dan helpt die ze snel uit de droom. “Wees blij dat ik er nog iets voor wil betalen”, pleegt hij te zeggen. “Niemand geeft een stuiver voor die lompe, loodzware meubelen. En denkt u dat mensen tegenwoordig iedere dag van zo'n ouderwets servies willen eten? Kom nou gauw! Ik bied vijfhonderd gulden voor de hele handel, en dat is goed betaald.”

Je hebt erfgenamen - dat zijn mensen die na iemands overlijden geld en andere bezittingen van de overledene erven - die dan kwaad worden en roepen dat ze wel andere gegadigden weten, die een aanzienlijk hoger bedrag op tafel willen leggen. “Dan ga je toch met een ander in zee”, zegt meneer Geld in zo'n geval doodgemoedereerd. Meestal tikt hij de aangeboden spullen vervolgens toch voor een prikje op de kop. Veel mensen hebben er niet veel zin in om lang met de goederen van hun oma te leuren.

Soms ook nemen de erfgenamen direct genoegen met een lage prijs. Diep in hun hart zijn die al lang blij dat ze de oude meubels en kleren kwijt zijn, en wat de opkoper er nog voor geeft is mooi meegenomen.

Maar veel mensen kijken hem aan alsof ze meneer Geld een uitzuiger vinden, wanneer zij de inboedel van hun ouders uiteindelijk bij hem achterlaten. Ze denken dat hij de zojuist aangekochte zaken de volgende dag met woekerwinst zal verkopen. Zulke klanten stemmen meneer Geld diep treurig. Snappen ze niet dat hij veel spullen in geen jaren kwijtraakt? En al die tijd zit zijn geld erin. Sommige zaken verkoopt hij waarschijnlijk nooit. Dat zijn echte "winkeldochters', die hij ten slotte maar met zijn oude vrachtauto naar de vuilnishoop buiten de stad brengt. En soms heb je een onverwachte meevaller.

Een week geleden kwam iemand aanzetten met een groot buffet. Meneer Geld bood er vijftig gulden voor. Na enig loven en bieden wisselde het buffet voor zeventig gulden van eigenaar. Na de koop snuffelde de marktkoopman nieuwsgierig in alle laden. Raak! In een verborgen laatje zet een dikke envelop, vol bankbiljetten, zoals meneer Geld ze nog nooit in zijn leven had gezien. Zou het "zwart' geld zijn, dacht hij meteen (dat is geld dat iemand vroeger heeft verdiend zonder het netjes aan de belastingen op te geven). Of zou iemand het in de oorlog hebben verstopt?

(wordt vervolgd)