Weer op zoek

Jan heeft geen nieuwe fiets gekregen voor zijn verjaardag. Dus gaat hij maar weer op zoek naar zijn oude fiets. Waar is die toch gebleven?

Jan vertelde tegen zijn moeder dat zijn fiets nog niet was gevonden. Moeder zei: Waar kan je fiets dan zijn?

Weet ik niet, zei Jan bedroefd.

Ik snap veel, maar dit niet, zei moeder. Weet je wat, we gaan nog een keer zoeken.

Oké, zei Jan.

Ze gingen weer naar school, maar de fiets stond nergens.

Ho, zei moeder. Misschien staat hij in de achtertuin , of in de garage.

Maar toen ze thuis kwamen en in de garage keken, stond de fiets er niet. En ook niet in de tuin.

Wat raar, zei moeder. Waar kan hij dan zijn?

Dat weet ik niet, zei Jan.

Hij moet toch ergens zijn, zei moeder.

Ja, maar waar, vroeg Jan.

Dat weet ik niet, zei moeder. Nou, dus ik zal je maar met de auto naar school brengen.

Ja, zei Jan, dat zal wel moeten.

(wordt vervolgd)