Vrijdag 12; Dialect

De Duitse regisseur Jürgen Gosch beschouwt het Nederlands als een dialect van het Duits.

Aan dit misplaatste superioriteitsgevoel is het te wijten dat de gespeelde tekst van Hebbels Gyges en zijn ring, uitgevoerd door Toneelgroep Amsterdam, op zijn zachtst gezegd een rommeltje was. De ritmiek was vaak onhandig, registers liepen door elkaar, de klankkleur van het Nederlands bezat geen eenheid. Wat ik hoorde was het ergste wat over een vertaling uit het Duits gezegd kan worden, namelijk dat ze klonk als vertaald Duits en niet als een nieuwe Nederlandse tekst.

Uit nieuwsgierigheid en wantrouwen begon ik tijdens de voorstelling mee te lezen in het tekstboek. Mijn verwondering veranderde in verbijstering: in bijna elke zin van vertaalster Barber van de Pol was geknoeid. Waar zij een eenheid in woordkeus en stijl had aangebracht, vielen nu individuele oplossinkjes te beluisteren. Ook werd "Weib' telkens "wijf' en het Duitse "willig' aldoor "willig'. Het wemelde van de germanismen. Evemin begreep ik waarom het "u' van Barber van de Pol het "je' moest worden van Jürgen Gosch. Dat is zelfs niet inhoudelijk te verdedigen, want het stuk draait om de afstand die koningin Rhodope bewaart tegenover Gyges, met alle tragische gevolgen van dien. Daarbij past geen getutoyeer.

De gespeelde tekst staat niet onder verantwoordelijkheid van Barber van de Pol. “Gosch heeft het flink bij me verknoeid,” zei ze desgevraagd. “Hij toonde zich bij de lezingen zo tiranniek en met zoveel minachting voor het Nederlands, dat ik me niet langer met de gang van zaken heb bemoeid. Hij verklaarde de tekst vogelvrij. Sommige spelers kreeg hij daarin mee, bijvoorbeeld Catherine ten Bruggencate. Joop Admiraal en Pierre Bokma waren veel trouwer aan de tekst. Zoiets heb ik niet eerder meegemaakt. Een vertaling is een onberedeneerbare eenheid die je moet respecteren. Ga je daar eigen invallen en ideeën doorheen vlechten, dan onstaat een ratjetoe. Het ergste was dat de tekst steeds meer als Vondel begon te klinken, iets wat ik voor elke prijs wilde vermijden. Ik heb uiteindelijk bedongen dat mijn vertaling onveranderd in het tekstboek is afgedrukt; Gosch behield de supervisie over wat er op de speelvloer gebeurde.”

Door dat gemorrel aan de tekst miste de voorstelling voor mij scherpte. Hieruit kan geconcludeerd worden dat buitenlandse regisseurs die het Nederlands niet beheersen zich beter op de enscenering kunnen toeleggen dan zich al te zeer bemoeien met de Nederlandse taal. Waarom zouden ze dat ook.