Verdriet is een gave; Gesprek met de dichter James Merrill

De Amerikaanse dichter James Merrill raakte op jeugdige leeftijd bevriend met de Nederlander Hans Lodeizen. De beide dichters schreven over elkaar en droegen gedichten aan elkaar op. Na de dood van Lodeizen in 1950 werd Merrill een van de toonaangevende dichters van de Verenigde Staten. Lucas Ligtenberg sprak met hem aan de vooravond van zijn vertrek naar Poetry International. “Hans was de eerste Europeaan met wie ik bevriend was. Hij kende Sartre, notabene in de jaren veertig.”

James Merrill: Selected Poems 1946-1985. Uitg. Alfred A. Knopf, 339 blz. Prijs ƒ 55,-

- : The Changing Light at Sandover. A Poem. Uitg. Alfred A. Knopf, 560 blz. Prijs ƒ 65,30

James Merrill leest woensdag 17 juni op Poetry International.

De aangrijpendste regels die ik van James Merrill heb gelezen, staan in zijn in memoriam van de in 1979 overleden dichter Elizabeth Bishop. Merrill schrijft niet over haar werk, maar over hoe hij haar heeft gekend en waarom hij haar zo graag mocht. Zelfs wie nooit eerder van haar heeft gehoord, is onmiddellijk voor haar gewonnen. Misschien was het een onmogelijk mens, misschien was het een lieve dame, de verdienste van Merrill is dat hij de lezer een raak, ontroerend portret in proza voortovert.

Merrill heeft weinig proza geschreven, of het moet zijn proza in dichtvorm zijn. James Merrill is een dichter. Hij groeide op als enig kind in een gezin waarvan de vader een zeer welgestelde effectenhandelaar was. Zijn vader was voor hij Merrills moeder trouwde met iemand getrouwd geweest, en twee weken na zijn scheiding van haar trouwde hij weer, voor de derde keer.

“Mijn vader was een geboren vrijgezel, ik schrijf erover in "The Broken Home': elk dertiende jaar trouwde hij. Vanaf mijn tiende merkte ik dat het slecht ging tussen mijn ouders. In "Days of 1935' beschrijf ik een fantasie die ik toen had. Dat ik net als het kind van Charles Lindbergh ontvoerd zou worden: "O come and take me away'.”

Net als elk kind van ruziënde ouders had de jonge Merrill het idee dat hij partij moest kiezen. Een onmogelijke opgave die resulteerde in de keuze voor zijn gouvernante. In het prachtige gedicht "Lost in Translation' schrijft hij over deze vrouw, een Duitse van geboorte en getrouwd geweest met een Fransman. "Schlaf wohl, chéri', zegt ze tegen hem en bekruist zijn voorhoofd. In een brief die op haar schrijftafel ligt, leest Merrill wat ze schrijft aan de curé: "...cette innocente mère,/ Ce pauvre enfant, que deviendront-ils?'

Merrill is zelf erg gesteld op dit zeven bladzijden tellende gedicht. Maar de suggestie om dit gedicht voor te lezen tijdens Poetry International wuift hij weg. “Daar heb ik de tijd niet voor! Dat zou zestien of zeventien minuten in beslag nemen.”

James Merrill woont afwisselend in New York City, waar hij geboren is, en Stonington, Connecticut. Hij brengt ieder jaar ook graag een maand of langer door in Key West in Florida. “In de wintermaanden is het daar heerlijk. Maar vooral in de lente en in de herfst zit ik graag hier”, zegt Merrill in het Newyorkse appartement. Het is nog van zijn grootmoeder geweest. De meubels en schilderijen stammen zonder uitzondering uit vroeger tijden. Zelf is hij inmiddels ook van een oudere generatie, hij is 61. De dichter is niet groot en ouder dan op de foto die zijn laatste boeken siert. Zijn spraak is uiterst verzorgd en klinkt bijna Brits beschaafd.

James Merrill is de schepper van een omvangrijk oeuvre: dertien dichtwerken, twee romans en een prozabundel met interviews, kortere artikelen en prozaschetsen. De gedichten vertonen metafysische en modernistische trekjes maar Merrill benut ook klassieke vormen. In het bijzonder knappe, lange gedicht "The Thousand and Second Night' uit 1966 bijvoorbeeld, zien we vrije versvormen, proza-citaten met bron en klassiek rijm door elkaar.

Ook inhoudelijk speelt Merrill met de lezer. In deel 4 van het gedicht doet hij plotseling alsof hij voor de klas staat en deel 1 gaat behandelen:

Now if the class will turn back to this, er,

Poem's first section - Istanbul - I shall take

What little time is left today to make

Some brief points. So. The rough pentameter

Quatrains give way, you will observe, to three

Interpolations, prose as well as verse.

(-)

Yes please? The poet quotes too much? Hm. That is

One way to put it. Mightn't he have planned

For his own modest effort to be seen

Against the yardstick of the "truly great'?

Zo gaat het, met meer onderbrekingen uit de klas, verder - tot de bel gaat.

Volumineus

Vorige maand verschenen van Merrill twee volumineuze gebonden poëzie-uitgaven van al eerder gepubliceerd werk, Selected Poems 1946-1985 en The Changing Light at Sandover. A Poem. Aan Sandover, dat oorspronkelijk verscheen in 1982, is nu een "Coda' toegevoegd. Als dramatis personae in dit epische gedicht treden op: DJ & JM (zijn vriend David Jackson en de dichter zelf), Maya Deren, Mimi, George, Maria, Robert, Wystan en Hans. Allen hebben echt bestaan. Aan de binnenkant van voor- en achterflap staan hun foto's, van "Hans' heeft de schrijver geen foto maar een silhouet opgenomen.

Wystan is de Engelse dichter W.H. Auden (1907-1973). De suggestie dat Merrill en Auden elkaar goed hebben gekend blijkt echter misleidend. Merrill: “Ik kende hem omdat hij een aantal keren bij mijn buurman op bezoek kwam toen ik in Griekenland woonde. Hij was een stuk ouder en hij gedroeg zich nogal overheersend. Pas na zijn dood heb ik hem beter leren kennen, toen ik hem als personage heb gebruikt.”

De Hans in het gedicht is de in 1950 overleden Hans Lodeizen. Merrill leerde hem kennen toen Lodeizen een jaar aan de universiteit van Amherst in Massachusetts studeerde. Zij waren wel goed bevriend. Na de dood van de Nederlandse dichter heeft Merrill veel over hem geschreven.

Aan Hans Lodeizen bewaart hij nog altijd dierbare herinneringen. De fijnbesnaarde, belezen Merrill en de kosmopolitische Lodeizen waren elkaars gelijken. “Hans was ouder dan ik en hij was de eerste Europeaan met wie ik bevriend was”, zegt Merrill. “Dat maakte enorme indruk op me. Ik had al veel Frans, Duits en Italiaans gelezen maar daar kon ik met andere vrienden niet over praten. Met Hans wel, hij kende die schrijvers ook. Wat dat betreft waren wij even ver. Hij kende het surrealisme en hij kende Sartre en dat was notabene nog in de jaren veertig. Wij waren voorbeelden voor elkaar.”

Lodeizen was in 1924 in Naarden geboren. In zijn jeugd woonde hij onder meer in Italië. De middelbare school volgde hij in Den Haag toen het gezin terug was in Nederland en in Wassenaar woonde. Na een poging rechten te studeren weet de jonge Lodeizen het voor elkaar te krijgen in 1946 op Amherst toegelaten te worden. Daar leert hij de vrienden kennen die hij houdt tot zijn dood, in Lausanne in 1950: Merrill, Raymond Daum en Seldon James.

Merrill heeft Lodeizen, nadat hij van Amherst vertrok, nog één keer in New York ontmoet, zegt hij, en tijdens een wintervakantie in Parijs. “Ik gaf les op een kleine universiteit en daar had ik een lang winterreces. Toen heb ik met Hans afgesproken om elkaar in Parijs te ontmoeten. Daarna schreven we nog wel maar ik ben op een gegeven moment naar Europa getrokken. Toen ik via mijn moeder hoorde dat Hans doodziek in Lausanne lag, ben ik hem gaan opzoeken, twee weken voor zijn dood.”

Het bezoek maakte diepe indruk op Merrill: “Hij was mijn eerst dode. De eerste mij na staande persoon die stierf.” Lodeizen ging op dat moment eigenlijk meer om met Raymond Daum. Merrill: “Hans was altijd iemand van één beste vriend. Ik kan me hem niet herinneren in een groepje - het was altijd één iemand.”

Lodeizen vertaalde een gedicht van Merrill, 'Vlieger gedicht', en schreef een gedicht naar Merrill: 'Vormen van de dood'. Merrill: “Natuurlijk was ik zeer gevleid toen hij me het resultaat liet zien. Ik vond het heel roerend.” In Het innerlijk behang, verschenen in oktober 1949, is een gedicht opgedragen aan Merrill, een ander begint met

Jim ik zou willen weten

wat maakt het de moeite waard

dat je door blijft schrijven.

Lodeizen schreef het gedicht "Avond bij de Merrill's', waarin hij op enigszins badinerende toon een avondje thuis bij Jims moeder beschrijft. Merrill wijdde van zijn kant een paar gedichten aan Lodeizen. Het eerste en het laatste gedicht van de bundel The Country of a Thousand Years of Peace (1959) zijn direct aan hem opgedragen, maar de schaduw van "Hans' hangt over de hele bundel, waarvan de titel slaat op Zwitserland. Over het aan Lodeizen gewijde slotgedicht van de bundel, "A Dedication', is door een criticus gezegd dat de uitdrukking van dankbaarheid voor zijn voorbeeld sterker is dan het verdriet over zijn dood. Als Merrill deze interpretatie hoort, kijkt hij verbaasd en pakt het gedicht erbij. “Dat staat er niet. Mijn dank geldt niet het voorbeeld van de gestorvene maar de gave van verdriet, die ik erdoor ontdekte. Het gaat over hoe iemand een loutering ervaart doordat hij geschokt wordt en door elkaar geschud.”

Silhouet

"Hans' keert terug in "The Book of Ephraim', het eerste deel van The Changing Light at Sandover. Daar citeert Merrill de brief die Lodeizen schreef op de achterkant van het silhouet dat hij opstuurde: “In Génève is het de gewoonte dat alle vreemdelingen hun silhouet laten maken, en dus ging ik op een middag zitten voor het mijne.”

Het thema van "The Book of Ephraim' is het komen en gaan van liefde - of eigenlijk het verschijnen en verdwijnen ervan. Ephraim was een Griekse jood, in het jaar 8 op Xanthos geboren en in 36 op Capri gestorven. Merrill: “Socrates zou zeggen dat het een daimon is. In moderne taal heet dat een leidende geest.”

Merrill schreef later een coda bij het boek omdat “de toon van het voorgaande wat negatief was”. Hij had het gevoel dat er iets optimistisch achteraan moest komen. In het nu toegevoegde deel, een kleine veertig bladzijden, zegt hij dat er nog wel degelijk hoop is voor de toekomst, na het verdwijnen van de liefde.

Merrill hecht aan stijl en vorm. “Ik houd ervan om gedichten te schrijven en eraan te werken. Ik ben bereid geduldig te wachten tot een gedicht zijn definitieve vorm heeft. De uiteindelijke vorm heb ik al vaag in mijn hoofd als ik eraan begin en ik weet vaak ook al hoe lang het wordt. Herschrijven doe ik niet meer na publikatie.”

De waarde die hij de vorm toedicht, maakt hij onder meer kenbaar door de keuze voor rijm en metrum. Zonder die beperkingen zijn er te veel mogelijkheden, vindt Merrill. “Auden heeft eens gezegd: "De worsteling met vorm en rijm in je bewustzijn dwingt je onderbewustzijn tot het aandragen van de wonderbaarlijkste oplossingen.' Ik weet dat dat voor mij waar is.”

Het opnieuw verschijnen van eerder gepubliceerd werk in de twee nu uitgegeven boeken lijkt bijna een testament. Al het werk dat voor de eeuwigheid bewaard moet blijven, is nu bijeengebracht. Merrill: “Dit is geen einde. Ik verwacht volgend jaar nieuwe gedichten uit te brengen.”

Sinds twee jaar schrijft hij ook memoires. Deze hebben betrekking op de periode 1950 tot 1952. De ervaringen uit deze jaren, die naar eigen zeggen bepalend waren voor zijn vorming, heeft hij nooit uitvoerig gebruikt of beschreven. “Ik vertrok uit New York met de bedoeling een ander mens te worden. Ik ging in analyse, ik ben gaan reizen en na die periode was ik volwassen.”

Merrill kan van zijn eigen werk genieten als het eenmaal klaar is. Hij leest graag in het openbaar voor en doet dat in de regel een keer of tien per jaar. “Maar ook in stilte kan ik van ouder werk genieten.” Hij heeft gastcolleges gegeven op universiteiten, hoewel hij niet te spreken is over de creative writing programs die aan Amerikaanse universiteiten worden gegeven. “Vooral bij jonge mensen bestaat het gevaar dat ze te veel door de docent worden gestuurd, omdat die hen actief beïnvloedt, of omdat ze het idee hebben dat ze aan een verwachting moeten voldoen. Het is beter om eerst zelf een houding tegenover het schrijven te bepalen. Zijn er in Nederland geen creative writing programs? Heel verstandig.”

Merrill heeft een afspraak downtown. Ik kan meerijden in de taxi. Hij trekt een monsterlijk, geheel verschoten jack aan en draagt een grote papieren tas mee. Je zou hem een kwartje geven. Hij geeft de taxichauffeur instructies en kijkt tijdens de rit om zich heen naar wat er op straat gebeurt. De chauffeur rijdt Fifth Avenue af en vergeet Merrills aanwijzingen. Als door een wesp gestoken veert Merrill op en roept gebiedend: “Ik zei toch dat je bij de 23ste straat moest stoppen!” De chauffeur verschiet en springt op de rem. Alsof er niets is gebeurd, geeft Merrill me een hand en reikt langs mij heen om de deur voor me te openen. Wat een aristocraat.