Van Aerle komt terug na lange lijdensweg; "Het waren eenzame tijden. Je staat voortdurend buiten de groep'

GOTHENBURG, 12 JUNI. Na drie knie-operaties in een korte periode probeerde de befaamde Belgische specialist professor Marc Martens hem maar vast op het ergste voor te bereiden. “De kans is klein dat je ooit nog topvoetbal speelt”, zei hij tegen Berry van Aerle.

Het pessimisme van de medicus bleek ongegrond. Met een vierde operatie werd zijn carrière gered. Ondanks een zwaar geschonden knie raasde Van Aerle in een recordtijd weer op de rechtervleugel van PSV, werd landskampioen en verdrong de afgelopen weken Danny Blind op de rechtsbackplaats in het Nederlands elftal. Aan die ene dag, nu bijna een jaar geleden, waarop hij met chirurg Cees-Rein van den Hoogenband voor een consult naar Martens toog, denkt de 29-jarige Helmonder nog weleens terug.

“Martens sprak van een Gullit-knie. Hij heeft Ruud immers verschillende keren geopereerd. Maar bij mij begon hij niet meteen te snijden. Hij kneep er zo eens in en kwam toch met een diagnose. Ik kan me nog goed herinneren dat ik met een flinke kater in de auto van Van den Hoogenband terugreed naar Nederland. Ik was me een vingerhoedje geschrokken. Ik dacht, nondeju, het is afgelopen met me. Van den Hoogenband wilde me echter nog een keer opereren en vond toen een stuk zwevend kraakbeen zo groot als een gulden. Daardoor schoot mijn knie steeds op slot.”

Bij de revalidatie liep Van Aerle nog twee keer een spierverrekking op, maar daarna was er een einde gekomen aan een lange lijdensweg. De ellende begon bij een voorzet tijdens de interland Duitsland-Nederland in München, najaar 1988. Een knie-operatie was het gevolg. Het herstel zou lang op zich laten wachten. Behalve de banden bleek alles in het gewricht aangetast: de meniscus, het kapsel, het kraakbeen. “Ik maakte bovendien de fout na elke operatie te snel weer te willen spelen. Ik ben iemand die genoeg heeft aan negentig procent. Ik dacht steeds: als ik kan lopen en schieten dan ben ik fit. Dat bleek niet goed te zijn. Ik had er geen erg in dat ik weer een misstap kon maken. Nu moet ik tot het einde van mijn carrière krachttraining doen om dat rechterbovenbeen te versterken.”

Na al het blessureleed kan Van Aerle daar wel mee leven. Vaak heeft hij momenten gekend, dat hij er geen gat meer in zag. “Vier keer moest ik opnieuw dat revalidatieproces doorlopen. Dat waren eenzame tijden. Je staat voortdurend buiten de groep, maar je moet wel zware oefeningen doen. De fysiotherapeut zei echter steeds: 'het moet goed komen, dat kan niet anders'. Zijn morele steun heeft me door die moeilijke periode heen geholpen.”

Juist in deze tijd van het jaar werd het incasseringsvermogen van Berry van Aerle in 1991 ook op een ander gebied op de proef gesteld. Hij kreeg behalve lichamelijke ook geestelijke pijn te verwerken die maar langzaam slijt. In een maand tijd overleed zowel zijn vader als zijn moeder. Twee aangrijpende gebeurtenissen kort achter elkaar. Zijn moeder zou doodgaan aan kanker, dat stond vast. Maar zijn vader stierf onverwachts nog eerder. Een visgraatje was in zijn keel blijven steken en dat had een abces gevormd. Tijdens een bezoek van Berry en zijn echtgenote Willeke sprong de ontsteking open en zijn vader stikte bijna voor hun ogen, raakte in coma en zou enkele weken later in een ziekenhuis overlijden. Zijn moeder volgde snel.

Die dramatische familie-omstandigheden in de zomer van '91 spoken nog steeds door het hoofd van Van Aerle nu hij in trainingskamp vertoeft voor het EK. “Als je in Nederland bezig bent denk je er minder aan. Al vergeet je dit natuurlijk nooit. Maar hier op de kamer komen die herinneringen toch sneller terug. Vroeger belde je ook nog eens naar huis. Dat gaat gewoon niet meer. Je denkt ook: ze hadden erbij kunnen zijn, ze hadden dit mee kunnen maken. Ik wil allerminst zielig overkomen, want dat ben ik niet. Toen het pas gebeurd was dacht ik: ik kan niet een half jaar thuis gaan zitten. Ik moet verder. Iedereen maakt sterfgevallen mee. Bij mij is dat alleen op een bijzondere manier gegaan. Het is eigenlijk nog maar kort geleden, hè.”

Verdriet werd vorig jaar vermengd met de boosheid over roddels en verdachtmakingen in de media en volksmond. Van Aerle maakte de kampioenswedstrijd tegen Volendam niet mee en zijn absentie toen vormde een voedingsbodem voor de wildste geruchten in het gemoedelijke Brabantse land. “Ik zou van mijn vrouw af zijn en een verhouding hebben met iemand anders. Op een gegeven moment hielden de mensen mij op straat aan en vroegen: is het waar wat er tussen jou en Willeke is gebeurd? Al die verzonnen verhalen en die conclusies die er werden getrokken, dat is toch typisch iets Nederlands. Het begon mij behoorlijk te irriteren en daarom heb ik toen besloten in het Eindhovens Dagblad het werkelijke verhaal uit de doeken te doen.”

Voetbal werkt als opium en kan veel ellendige gevoelens verdrijven. Bij Berry van Aerle is het toevallig ook nog eens zijn vak. De situatie bij PSV, waar hij volgend seizoen op de plaats van de gestopte rechtsback Gerets gaat functioneren, baart hem zorgen. “We zijn Gerets en Valckx kwijtgeraakt en op Europees niveau heb je spelers van dit kaliber toch nodig. We hebben zeker twee versterkingen nodig. Valckx is een allrounder die bij ons ook op het middenveld en in de aanval kon spelen. Onze nieuwe trainer Hans Westerhof heeft mij verteld dat hij volgend seizoen met PSV het Groningen-systeem wil spelen. Dus met twee aanvallers en een schaduwspits erachter. Dan moet er voor het middenveld een speler worden aangetrokken met veel loopvermogen, die achter Kieft en Romario kan opereren.”

PSV lijkt echter ver weg in Zweden waar het Nederlands elftal vanavond zijn EK-optreden aanvangt tegen Schotland. Volgens de verwachting zal Van Aerle op rechts spelen. Omdat de rechtsback in het huidige concept van Oranje als mandekker functioneert, prefereert Michels de PSV'er boven Danny Blind, die minder meedogenloos te werk gaat in de persoonlijke duels. “Het is voor mij wel een omschakeling om in de mandekking te spelen. Ik ben immers gewend om over de rechtervleugel op te komen. Dat kan nu alleen als mijn tegenstander wordt overgenomen door een ploeggenoot. In Lens zou ik op Cantona spelen. Maar toen bleek dat die Fransen met drie spitsen opereerden, ben ik als mandekker gaan voetballen anders was Winter op de rechtsbackpositie terecht gekomen. Ik moet eerlijk zeggen dat Danny Blind het tijdens mijn afwezigheid goed heeft gedaan. Ik had ook niet verwacht dat ik zo snel weer in Oranje zou spelen.”

Het Nederlands elftal vertoonde in Lens zwakke plekken in de verdedigingslinie. Gebrek aan lengte en snelheid in het centrum vormden de belangrijkste problemen. Ook tegen Oostenrijk bleek de luchtafweer trouwens tekort te schieten. Berry van Aerle was bijvoorbeeld schuldig aan de eerste tegentreffer. “Een misverstand. Ik dacht dat Van Breukelen "los' riep, maar het was "koppen'. Het mocht natuurlijk niet gebeuren. Maar ik ben nu eenmaal geen kopper. Ik begrijp verder niet dat Ronald Koeman steeds gebrek aan snelheid wordt verweten. Ik heb hem het gehele seizoen gevolgd in de Spaanse competitie. In vergelijking met zijn periode bij PSV is hij beter geworden. Een kanjer. Hij is natuurlijk nooit een sprinter geweest. Van Tiggelen en ik zullen er voor moeten zorgen dat Koeman door zijn loopsnelheid niet in de problemen komt.”

Foto: Berry van Aerle: “Ik maakte de fout na elke operatie te snel te willen spelen.” (Foto NRC Handelsblad/Michael Kooren)