Pesten

Henk van Kerkwijk: Pissebed. Uitg. Leopold. Prijs ƒ22,50.

Selma Noort: Eilandheimwee. Uitg. Leopold. Prijs ƒ24,90.

In elke schoolklas zit er wel eentje, zo'n kind dat er om wat voor reden dan ook buiten valt of erger nog, gepest wordt. Er is een theorie dat dit soort kinderen zich geestelijk sterker zouden ontwikkelen dan hun populaire klasgenootjes, omdat ze in hun isolement min of meer noodgedwongen een beroep moeten doen op hun denk- en fantasiewereld. Voor kinderboekenschrijvers is dit een dankbaar uitgangspunt: tenslotte is het mooi meegenomen als je eenzame lezertjes een hart onder de riem kunt steken. En wie weet steken degenen die zo'n boek lezen zonder zich in het pispaaltje te herkennen er nog iets van op, leren ze rekening te houden met de gevoelens van anderen. Of zien ze in dat pestkoppen vaak gedreven worden door onzekerheden en frustraties.

Zoals Peter in Henk van Kerkwijks Pissebed, die op school verklapt dat zijn klasgenote Molly af en toe nog in bed plast. Dat gebeurt vooral als ze logeert bij haar moeder, een kast van een wijf dat meer aandacht heeft voor haar hobby, de ballonvaart, dan voor haar dochter. Molly, toch al een beetje een merkwaardig kind door haar voorkeur voor "kruipers, ritselaars en schuifelaars' zoals torren, wurmen en oorkruipers, ligt er nu helemaal uit in de klas: ze is immers een "pissebed'.

Van Kerkwijk gaat het probleem bedplassen te lijf volgens de methode die via de vrouwenbladen tot diep in de samenleving is doorgedrongen: práát erover en je zult zien dat je niet alleen staat. Inderdaad, Molly's vader heeft vroeger met iets dergelijks rondgetobd en daar een oplossing voor gevonden. En kijk eens aan, bij Molly en Peter werkt die zowaar ook!

En zo kwam alles toch nog goed. Zelfs die karikaturaal getekende vitterige moeder landt aan het eind van het boek pardoes met haar luchtballon in de tuin om haar dochter en de lezers duidelijk te maken dat ze ook de beroerdste niet is. Het is een geforceerd einde aan een boekje waarin de schrijver veel overhoop haalt zonder ergens diep op in te gaan. Laten we het vooral luchtig houden, lijkt hij zich te hebben voorgenomen, en dus mocht het allemaal niet te lang duren. De heldere stijl die Van Kerkwijk hanteert maakt gelukkig wel weer wat goed. Dat hij in staat is scherp te formuleren blijkt al uit zijn kernachtige beginzin: “Molly's moeder had schouders als een fietsstuur.”

Raven, de hoofdpersoon in Eilandheimwee van Selma Noort, is ook zo'n kind dat anders is dan de anderen. Dagelijks vaart hij van het kleine eiland waar hij woont naar het vasteland. Daar wonen zijn klasgenoten en daar gaat hij naar school, maar het is een volstrekt vreemde wereld: “Raven begreep niet waarom ze zand uit de duinen hadden gehaald en dat tussen vier balken hadden gekiept. Hij begreep niet waarom de kinderen tussen die balkjes met dat beetje zand moesten spelen als de duinen vlakbij waren. Een van de kinderen vroeg zelfs: "Heb jij thuis ook een zandbak?' "Wel zand, maar geen bak,' zei hij eerlijk.”

Op zijn eiland, temidden van de kleurige houten huisjes, is de romantische Raven gelukkig, op het vasteland heerst een benauwende sfeer en de kinderen maken hem uit voor liegbeest omdat ze zijn verhalen over thuis niet willen geloven. Maar ook hier helpt de auteur het tobbende buitenbeentje aan een lotgenoot: zijn juf is net als hij afkomstig van een eiland en blijkt ook last van heimwee te hebben. Als een soort toverfee slaagt de juf erin de andere kinderen te betrekken in wat Raven bezighoudt. Met een bak zand, een grote schelp en wat piepkleine poppekleertjes richt ze een exotisch tafereeltje in in het klaslokaal en zo laat ze geheimzinnige dingen gebeuren.

In het niemandsland waarin het verhaal speelt, dragen de mensen rare namen als Noenke en Sippora en gaan kinderen zonder begeleiding de zee op. Selma Noort beschrijft deze wonderlijke omgeving als iets heel vanzelfsprekends, en in die zin is Eilandheimwee een fascinerend sprookje geworden. Maar echt meeleven is er voor de lezertjes - in de leeftijdsgroep van zes tot en met negen jaar - niet bij: daarvoor steunt de schrijfster te sterk op die betoverende sfeer en besteedt ze te weinig aandacht aan haar personages. Raven en de anderen zijn niet veel meer dan bewegende poppetjes die hulpeloos ronddobberen in een origineel maar tamelijk pretentieus verhaal.