Met de computer op zoek naar de ideale belastingroute

AMSTERDAM, 12 JUNI. Wie een moedermaatschappij in Japan bezit doet er goed aan voor zijn Duitse dochtermaatschappij een tussenholding in Nederland op te richten. Een dochter in Engeland hangt men beter direct onder Japan, fiscaal gesproken.

Deze denkbeeldige tax routing is berekend door de World Tax Planner, een belastingtechnisch computerprogramma dat het accountantsbureau TRN Groep (onderdeel van het wereldwijde Deloitte Touche Tohmatsu) voor vijf à zes miljoen dollar heeft ontwikkeld. Slechts vijf fiscalisten binnen de TRN Groep hebben toegang tot het programma voor de advisering van cliënten omdat “je de uitkomsten niet klakkeloos kunt overnemen”, aldus mr H. Koller, jurist bij de TNR Groep, tijdens een demonstratie in het Amsterdamse World Trade Centre.

De taxplanner, waarvan de eerste versie in 1983 verscheen, bestaat uit een database die regelmatig ververste informatie over nationale en lokale belastingwetgeving en jurisprudentie vele landen bevat. De computer berekent de gevolgen van fusies of acquisities in andere landen en kiest zelf de laagste in- en uitvoerrechten, BTW's, bronbelastingen, vermogens- en vennootschapsbelastingen “op een objectieve wijze - zonder de voorkeuren van de belastingadviseur, hoewel die daardoor niet overbodig is geworden”, meent Koller.

Voor een internationaal opererende organisatie wordt een fiscale constructie bedacht die de geldstromen tussen holding, tussenholding en werkmaatschappij zo inricht dat het inkomen zo veel mogelijk binnen het concern blijft. In het simpelste geval voorkomt de taxplanner bijvoorbeeld dat in twee landen vennootschapsbelasting wordt betaald voor één en dezelfde vennootschap.

De taxplanner zoekt ook naar creatievere oplossingen. Middels treaty shopping geeft hij de gunstigste bilaterale verbinding uit de achthonderd opgeslagen verdragen aan, waardoor een bedrijf, maar ook een particulier, voor zijn internationale activiteiten allerlei belastingen kan omzeilen. Een medewerker van de TRN Groep noemt een extreem voorbeeld, ook wel bekend als de dutch sandwich.

Een industriëel ontwerper woont in Monaco en ontvangt auteursrechten voor ontwerpen die in andere Europese landen in produktie genomen zijn. Van alle kanten stroomt geld binnen, waarover hij elke keer inkomstenbelasting betaalt. De ontwerper zet een BV op in Nederland en één op de Antillen. De inkomsten die door de Nederlandse BV stromen blijven netto gelijk omdat dit land met vrijwel alle andere Europese landen speciale verdragen heeft afgesloten. Op de Antillen hoeft geen inkomstenbelasting te worden betaald. De Nederlandse BV hangt er als een worstje tussenin.

Nederland komt naast de bekende landen met de "milde belastingregimes' vrij veel voor in de adviezen van de taxplanner, voor een deel vanwege de zogeheten deelnemingsvrijstelling: dividenden uit deelnemingen in Nederlandse bedrijven worden niet belast. Het op handen zijnde nieuwe belastingverdrag met de Verenigde Staten, waarvan de precieze inhoud nog onbekend is, zou hier overigens roet in het eten kunnen gooien.

Is de zogeheten thin capitalisation in Nederland weinig gebruikelijk, de taxplanner geeft aanwijzingen voor zulke financiering in het buitenland. “Een ondernemer zal zijn bedrijfsresultaat in een land met een hoge belastingdruk graag zo laag mogelijk willen houden”, luidt de uitleg van de TRN Groep. “Daarom financiert hij maar een heel klein deel van zijn bedrijf met eigen vermogen. De rest leent hij omdat de rente veelal fiscaal aftrekbaar is.” In sommige landen, zoals de Verenigde Staten, wordt deze praktijk overigens steeds minder getolereerd. Dat meldt de taxplanner in een verklarende noot.