Kosten zorgsector met 7,6 procent gestegen

DEN HAAG, 12 JUNI. De kosten van de gezondheidszorg zijn in 1991 met 7,6 procent gestegen tot 44,7 miljard gulden. Dat is 3,2 miljard meer dan in 1990 en anderhalf procent hoger dan de raming van het ministerie van WVC. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die vanochtend zijn gepubliceerd.

De kosten van de intramurale gezondheidszorg (in instellingen) zijn in 1991 met 8 procent gestegen tot 24,7 miljard gulden. Dat bedrag vertegenwoordigt 55,2 procent van de totale kosten van de gezondheidszorg. Binnen de intramurale gezondheidszorg zijn de kosten van de ziekenhuizen met 9 procent gestegen en die van de verpleeghuizen met 6,5 procent. In de intramurale zorg zijn de kostenontwikkelingen volgens het CBS vooral beïnvloed door gestegen personeelskosten.

Bij de extramurale gezondheidszorg (zoals eerstelijns-hulp, huisartsen, specialisten) stegen de kosten in 1991 met 7,5 procent tot 17,6 miljard gulden. De kosten van specialistische hulp gingen met ongeveer 10 procent omhoog tot 2,8 miljard gulden en die van de huisartsenhulp met 6,3 procent tot 2,1 miljard gulden. Aan tandheelkundige hulp werd met 2,1 miljard gulden 9,4 procent meer uitgegeven dan in 1990. De kosten van genees-, verband-, kunst- en hulpmiddelen stegen met 8,3 procent tot 5,6 miljard gulden.

De kosten van medisch-specialistische hulp over 1991 zijn ongeveer 250 miljoen gulden hoger dan de bijna 2,1 miljoen gulden waarvan was uitgegaan. Ziekenhuizen, specialisten en drie overkoepelende organisaties van ziektekostenverzekeraars kwamen eind 1989 in het zogenoemde vijfpartijen-akkoord overeen dat de jaarlijkse uitgaven voor medisch-specialistische hulp (exclusief tandheelkundige specialismen) drie jaar lang bevroren zouden worden op 2.085 miljoen gulden. Afgesproken werd dat specialisten overschrijdingen zouden compenseren in de vorm van tariefverlaging.