Kapiteins nemen eigen brood mee van huis

SIMFEROPOL, 12 JUNI. In de officiersmess van de onderzeebootbasis Balaklava is het stil.

De kapiteins kunnen er hun lunch niet meer betalen. Ongeveer vierduizend roebel per maand hebben ze te verteren. Van die wedde kan de 1.200 roebel die de kok van de menage nu voor het dagelijkse eten eist, niet meer af. De mannen, die ooit een der meest prestigieuze, zij het militair relatief onbeduidende, krijgsmachtonderdelen van de Sovjet-Unie vertegenwoordigden, nemen tegenwoordig brood mee van huis. De enigen die zich hier te goed doen aan een aangename lunch zijn wij, wij die hier in de "verboden' zuidpunt van de Krim nota bene helemaal niet mogen rondneuzen maar er dank zij de voormalige vakantiechauffeur van Chroesjtsjov, Brezjnev en Gorbatsjov toch zijn. Dat is pas een crisisverschijnsel.

De vraag of hun vloot ooit echt Oekraïens zal worden, boeit de officieren van Balaklava daarom eigenlijk nauwelijks. Ze hebben meer belangstelling voor het wel en wee van hun oude bevelhebber in Sevastopol, de admiraal die tegenwoordig als vrije ondernemer in licentie Beiers bier brouwt en daarmee onder de manschappen een trend heeft gezet. En de gewone matrozen interesseert de kwestie hoe dan ook geen snars. Die vervelen zich hier in Balaklava vooral, de meesten hebben zelfs nog nooit meegemaakt dat er een onderzeeër is uitgevaren. Het is dat er door buitenstaanders naar wordt gevraagd, opgelierd als die zijn door het illusionistische theater dat Rusland en de Oekraïne nu al ruim een half jaar opvoeren. Maar het probleem zelf is zo evident dat het zonde is daar al te veel woorden aan vuil te maken. De "koninklijke vloot' in de Zwarte Zee zal nooit en te nimmer worden opgedeeld.

Het enige punt van discussie is derhalve de kwestie of en hoe de officieren zich nu dienen te verhouden tot de ministers van defensie in Moskou en Kiev, die beiden op gezette tijden met hun eigen commando's voor de dag komen. Gehoorzamen of niet? Generaal-majoor Valerij Koeznetsov, commandant van het garnizoen in Simferopol, deed dit voorjaar het laatste en is nu sinds ruim een maand ambteloos burger. Alle anderen volgden de politieke bevelen tot nu toe wel en zijn daarom nog steeds in dienst. “Als mens begrijp ik dat hij de orders uit Kiev niet heeft willen opvolgen, als officier ben ik het echter niet met hem eens”, aldus luitenant-kolonel Boris Solodjankin, een militair die verantwoordelijk is voor de training van de mariniers in een kamp bij Simferopol.

Pag.5: Iedere militair hier is nerveus; "Rus, Oekraïener of Wit-Rus, we voelden ons allemaal slaven'

Hij is niet de enige die een dergelijke slag om de arm houdt. Weinig in Balaklava, Sevastopol en Simferopol wijst er dan ook op dat er op de Krim nu al een confrontatie tussen Rusland en de Oekraïne wordt voorbereid. In de kamer van luitenant-admiraal Fjodor Pogorljov, de bevelhebber van Balaklava, hangt gewoon de kaart met de meeste recente informatie over de vlootsterkte van de zuidflank van de NAVO.

Admiraal Igor Alfejev van de kustbescherming op zijn beurt maakt zich nog steeds boven alles vrolijk om de mythe dat ex-president Michail Gorbatsjov in zijn datsja bij Foros tijdens de coup van vorig jaar augustus van de buitenwereld zou zijn afgeschermd. “Er was hier helemaal niets aan de hand.” En overste Vladimir Bisjnjakov, een der commandanten van de mariniers in Simferopol, trekt zich tussen de middag nog altijd onbeschroomd terug met een van zijn medewerksters, zoals we merken als we om twee uur bij zijn woning op het militaire kamp onaangekondigd aanbellen. Hoewel ze alle drie toch Rus zijn, net zoals tweederde van de eilandbewoners, en bijna allemaal een carrière elders in het voormalige imperium of zijn invloedssferen achter de rug hebben, in Afghanistan bijvoorbeeld of in het noordoostelijke Kamtsjatka.

Deze rust is ten dele het gevolg van het klimaat op de Krim. Dienen aan de Zwarte Zee is voor de gemiddelde militair geen straf maar een beloning voor bewezen diensten. Niet voor niets krijg je er als officier hier geen extra pensioenjaren bij, zoals al die KGB'ers die voor hun werk ten dienste van de politieke bonzen in dit kuuroord per jaar wel anderhalf jaar gecompenseerd krijgen. Deze officieren hebben in hun leven in gemengde etnische verbanden gewerkt, ook al was het merendeel van het kader Russisch. In de woorden van luitenant-kolonel Solodjankin, een van de vele Afghanistan-veteranen: “Vroeger hoefde ik me helemaal niet voor politiek te interesseren. We vroegen nooit naar elkaars nationaliteit. Rus, Oekraïener of Wit-Rus, we voelden ons allemaal slaven.”

Het gebrek aan opwinding is echter ook het resultaat van de feitelijke bevelsverhoudingen in de krijgsmacht. De Oekraïense president, Leonid Kravtsjoek, mag een deel van de vloot hebben opgeëist, het commando over de militairen op de Krim berust nog altijd bij algemeen opperbevelhebber Jevgeni Sjaposjnikov, die vanuit Moskou de GOS-troepen controleert. Het Oekraïense militaire gezantschap op de Krim is vooralsnog niet veel meer dan een blauw-gele vlag.

Maar dat betekent niet dat de situatie tot in lengte van dagen stabiel zal zijn. Integendeel, juist de materiële onzekerheid waarmee de militairen op de Krim kampen maakt hen gevoeliger voor de buitenwereld dan ze doen voorkomen. “Ik ken geen officier die niet nerveus is, geen militair die zich geen zorgen maakt over zijn huis, zijn pensioen en dus zijn toekomst”, aldus een marinier die zelf nog maar acht maanden te gaan heeft voor zijn afzwaaien.

Door de toenemende politieke polarisatie komen de eerste meningsverschillen onder de officieren zo nu en dan al aan het licht. Zo windt admiraal Alfejev er geen doekjes om dat hij, als het er op aankomt, voor de Oekraïne zal kiezen. Het merendeel van zijn collega's maakt daarentegen juist duidelijk dat het, in het uiterste geval, precies de tegenovergestelde keuze zal maken. Kolonel Bisjnjakov bijvoorbeeld zegt het, nadat hij na zijn middagpauze weer in vol ornaat op de kazerne is verschenen, op deze manier: “De vloot zal altijd één en ondeelbaar blijven. Hoe? Dat moeten de politici beslissen. Daarover durf ik geen voorspelling te doen. Politieke spelletjes zijn immers een gevoelige zaak. Maar de vloot overdragen aan de Oekraïne? Dat nooit. Want Rusland heeft deze vloot in deze ijsvrije haven nodig. Als het Gemenebest niet meer bestaat zal deze vloot dus Russisch zijn”.

In dit niet geheel heldere water proberen de verschillende politieke kampen nu te vissen. Om de spanning op te voeren voorspellen beide het ergste voor deze zomer. De jacht op spionnen van de andere kant is derhalve al begonnen. De psychologische oorlogvoering eveneens, getuige de op de Krim veelvuldig aangehaalde voorspelling van de Moskouse politicus Sergej Baboerin dat er “óf eenheid óf oorlog” zal zijn.

De Russische nationalisten op de Krim, die zich ook op dit schiereiland hebben verbonden met de apparatsjiks uit de partij, hebben daarbij een grote voorsprong. De Republikeinse beweging van de Krim, die grotendeels wordt gefinancierd door de Russische onderneming Impeks-55, zet het parlement, onder leiding van de nogal behoedzaam opererende president Nikolaj Bagrov, met haar pleidooien en handtekeningenacties voor de "onafhankelijkheid' steeds nadrukkelijker onder druk. Op 2 augustus moet ze haar grote overwinning gaan boeken in het referendum dat die dag op de Krim zou moeten worden gehouden.

Bovendien heeft de beweging tegenwoordig een eigen "held': generaal-majoor Valerij Koeznetsov, de na Afghanistan met de "rode ster' gelauwerde legercommandant, die op 7 mei van zijn superieuren in Odessa als bewijs van waardering een oorkonde en een horloge (merk Slava) kreeg toegestuurd, maar vijf dagen later door minister van defensie Konstantin Morozov van de Oekraïne werd ontslagen omdat hij met zijn weigering om overgeplaatst te worden de machtsverhoudingen had ondermijnd. Sinds hij zijn uniform heeft uitgetrokken zoekt hij nu het politieke strijdtoneel. Koeznetsov staat kandidaat voor het republikeinse parlement. Zijn programma is eenvoudig: “Niet buigen voor de Oekraïense fascisten uit Galitsië” maar één Slavische natie met de Krim als “vrije handelszone”, hetgeen hier een ander woord is voor behoud van het Russische imperium. Zoniet, dan zal het Kiev vanzelf duidelijk worden tegenover wie het op de Krim staat. Niet alleen tegenover Koeznetsov maar ook tegen zijn "vrienden' van de militaire academie in Moskou: vice-president Aleksandr Roetskoj van Rusland en chef-staf Pavel Gratsjov, twee generaals met wie Koeznetsov niet toevallig in één klas heeft gezeten.

En toch, toch wekt zelfs Koeznetsov niet de indruk er alles voor te willen opgeven. Bij het scheiden van de markt blijkt ook deze strijdlustige ex-generaal niet ongevoelig te zijn voor de kleinere dingen van het leven. Koeznetsov blijkt net een vrieskist van Nederlands fabrikaat te hebben gekocht. Maar hij kan de gebruiksaanwijzing niet lezen. Het verschil tussen de knop voor "invriezen' en gewoon "vriezen' boeit hem op deze zaterdag dan ook evenzeer als het lot van de Krim en de natie.

Foto: De mariniers op de Krim vervelen zich vooral. (Foto Oleg Klimov)