Henri Remmers geniet in zonnig Sevilla

Henri Remmers naaide de Stichting Holland Sevilla voor miljoenen een oor aan met het paviljoen op de Wereldtentoonstelling. Het verhaal van budgetoverschrijdingen, niet-bestaande posten en de kleine lettertjes in een contract.

“Remmers ontmoet...” heette het televisieprogramma dat de Wassenaarse journalist en zakenman Henri Pierre Remmers eind jaren zeventig maakte voor Veronica. Aan het Algemeen Dagblad vroeg Remmers toen retorisch over zijn vrijblijvende babbels met Bekende Nederlanders: “En als je daar nu 35 minuten geboeid en met een glimlach naar hebt kunnen kijken, terwijl je toch informatie hebt verkregen, dan heb je je toch geamuseerd?”

De recente escapades van de voormalige Autovisie-reporter met de Wereldtentoonstelling in het Spaanse Sevilla doen zijn credo volledig recht en zijn zowel amusant als informatief. De rol van Remmers bij de bouw van het Nederlandse paviljoen verwekt bij de toeschouwers een glimlach, die bij de betrokkenen echter allang in een grimlach is overgegaan. De betrokken bestuurders proberen ondertussen de scherven te lijmen, die Remmers in vreugdesprongen heeft gemaakt.

De Stichting Holland Sevilla '92, door overheid en bedrijfsleven gezamenlijk in het leven geroepen om de Nederlandse bijdrage in Spanje te verzorgen, heeft zijn budget met een onbekend aantal miljoenen guldens overschreden. De stichting wil geld van Remmers terugvorderen, dat ten onrechte als meerwerk is uitgekeerd voor het project waarvoor Remmers' bureautje Reco Productions hoofdaannemer was. Met het oppompen van de begroting, het opvoeren van niet-bestaande posten en het uitbenen van elk voordeel dat het contract bood, heeft Remmers de overheid het vel over de oren weten te halen en miljoenen binnengehaald.

In het voorjaar van 1989 was het einde nog nabij voor Reco Productions International, het video-produktiebedrijfje van Remmers. Het eigen vermogen was ruim 300.000 gulden negatief en van de 1 miljoen gulden schuld was ruim driekwart een kortlopende, peperdure rekening-courant bij de bank Crédit Lyonnais, dat de vorderingen in onderpand had gekregen. In een vertrouwelijk memo van 14 april 1989 nam de accountant Simon Huyzer van Deloitte, Haskins & Sells, onderdeel van Coopers, Lybrand, Dijker & Van Dien, de rol van aanspreker op zich door te gewagen van “ernstige twijfels over de voortgang van de onderneming”, het zwaarste oordeel dat een accountant kan uitspreken.

In feite was Remmers zijn bedrijf door de financiële nood al kwijtgeraakt aan een schuldeiser. De aandelen waren verpand aan Nimag Finance, een beheermaatschappijtje van een bevriende Toyota-dealer, die daarmee economisch eigenaar was geworden. Nimag had 220.000 gulden geleend aan Remmers, die de som van 1996 tot 2006 moest terugbetalen. Remmers had alleen nog het stemrecht op de aandelen, maar dat was genoeg om de zaken naar zijn hand te kunnen zetten.

Ondanks de extreem hoge schulden bleef Remmers privé-uitgaven doen ten koste van Reco Productions. “Een tripje van mevrouw Remmers naar New York ging op rekening van de zaak. Als Remmers in Londen theatervoorstellingen had bezocht, liet hij die bij de boekhouding noteren als een zakenbezoek aan Sky Channel”, zegt een oud-werknemer. De onderneming werd langzaam uitgehold en de Wereldtentoonstelling kwam dan ook als een geschenk uit de hemel voor het kwakkelende Reco.

Pag.12: Tijdnood legde Reco geen windeieren

Na veel aarzelingen had het kabinet in 1988 dan toch besloten mee te doen in Sevilla. Het stelde 8 miljoen gulden ter beschikking, een bedrag dat moest worden aangevuld met geld van het bedrijfsleven. Het ministerie van economische zaken richtte de Stichting Holland Sevilla op, een zogeheten publiek-private-samenwerking die moest zorgen dat er een tentoonstellingspaviljoen kwam. Behalve naar sponsors werd ook gezocht naar bedrijven die de bouw van het paviljoen konden begeleiden.

Reco veroverde samen met vier gerenommeerde kantoren een plaats op de kandidatenlijst, waarvan het nog altijd onduidelijk is hoe die werd samengesteld. Op 9 mei 1989 mochten de bureaus bij voorzitter Sergio Orlandini komen voor een vragenuurtje, waarbij ook Remmers aanwezig was. In juli kregen de vijf ondernemingen definitief de opdracht met een ontwerp te komen, enkele maanden nadat de accountant de noodklok had geluid voor Reco. Naar de financiële situatie werd niet genformeerd.

Remmers ging voortvarend aan de slag. Voor het opstellen van de begroting, die binnen de 15 miljoen gulden moest blijven, haalde hij L. van Weezendonk als financieel-directeur binnen. Bij Crédit Lyonnais werd de rekening-courant tijdelijk verhoogd van 50.000 tot 100.000 gulden onder de belofte dat de volgens Remmers nagenoeg zekere opdracht alles zou goedmaken.

“Onderscheidend, innovatief, origineel, opvallend” waren de zogeheten "gegevens' in de video, die het masterplan begeleidde. In een animatie trekt een onduidelijk glazen gebouwtje aan het oog voorbij, met tapis-roulants die 5.000 tot 6.000 mensen per uur moeten kunnen verwerken. Met een centraal plein dat “wat ons betreft associaties opwekt met het Leidseplein in Amsterdam”. En met de roltrap, die de bestuurders van de stichting nog heel wat hoofdbrekens zou kosten.

De begroting voor dit moois, die in oktober 1989 samen met het masterplan bij de stichting werd ingediend, bleef inclusief BTW binnen de 15 miljoen gulden. Volgens de financieel-directeur zat er voor Reco zo'n 15 tot 20 procent winst in. Bovendien was er voor de financiële administratie en controle weliswaar 220.000 gulden opgevoerd, maar hadden de accountants van Deloitte Dijker & Van Dien al aan Reco toegezegd hun diensten "in natura' ofwel gratis aan te bieden. Reco sleepte de opdracht in de wacht en leek voorgoed uit de zorgen.

Voor Remmers was de opbrengst echter niet genoeg en moest de oogst nog beginnen. Direct na de gunning toog hij naar het Holland Trade House, thuisbasis van de stichting, in Den Haag om te onderhandelen over een zogenaamd "gat' in de begroting. Naast de "taakstellende' begroting van 15 miljoen had Reco ook een "reële' begroting van 18,3 miljoen ingediend. Het verschil van 3,3 miljoen was geschapen door het uit de losse pols verhogen van de afzonderlijke posten, zodat bijvoorbeeld de filmopnamen (tulpenvelden, molens) die de bezoekers in de looptunnels te zien zouden krijgen geen 175.000 maar 220.000 gulden kostten.

Remmers kreeg het voor elkaar dat hij voor dit "gat' sponsors mocht zoeken. In ruil daarvoor mocht de stichting zelf geen sponsors meer aantrekken buiten de hoofdsponsors die toen al in het bestuur zaten zoals KLM, Philips, Heineken en Ahrend. Het nagenoeg failliete Reco stelde zich zonder blikken of blozen garant voor het extra bedrag van 3,3 miljoen. De verruiming van het budget werd uiteindelijk op 8 mei 1990 vastgelegd op papier van het advocatenkantoor Stibbe, Blaisse & De Jong in het contract, dat behalve door Remmers ook werd ondertekend door bestuursvoorzitter Orlandini.

De lange tijd die lag tussen de aanbesteding van de opdracht in oktober 1989 en het definitieve contract op 1 mei 1990 wijst al op de moeizame totstandkoming van de "ontwikkelingovereenkomst'. De stichting had verzuimd om te werken aan een contract tijdens de zomermaanden van 1989 gedurende welke de bureaus zwoegden op hun ontwerp. Reco kreeg daardoor het initiatief en kwam in december 1989 met een concept-contract, waarover raadsman mr. T. Bouma van de stichting vorig week al opmerkte dat het volledig was toegesneden op Reco. De lange maanden die Bouma, tevens landsadvocaat, daarna nodig had om het contract bij te stellen, werkten in het voordeel van Reco dat in tegenstelling tot de stichting niet in tijdnood zat.

Lezing van het resultaat leert dat het contract voor Reco gunstiger was dan voor de stichting. “De stichting stelt Reco voor uitwerking en realisering van het project een bedrag van f 15.000.000,-- (zegge vijftien miljoen gulden) ter beschikking”. (Het al genoemde extra bedrag van 3,3 miljoen was opgenomen in een bijlage). “Overschrijdingen van het budget komen voor rekening van Reco, tenzij in deze overeenkomst uitdrukkelijk anders is bepaald”, luidt een passage die op het eerste gezicht voordelig lijkt voor de stichting.

Het venijn zit natuurlijk in de uitzonderingen die “uitdrukkelijk bepaald” moesten zijn. Zo kwamen in geval van een afgekeurd bestek (de gedetailleerde ontwerptekeningen) de kosten van een nieuw ontwerp voor rekening van de stichting. Bij de vaststelling van het budget werd er bovendien vanuit gegaan dat in Nederland en Spanje BTW-vrijstelling kan worden verkregen, zo niet dan is de extra BTW meerwerk.

Andere noodzakelijke posten stonden wel in het contract, maar niet in de begroting zodat kostenoverschrijdingen onvermijdelijk leken. Neem de bewaking, waarvoor niets was gereserveerd, maar waarover in het contract wel staat dat de stichting bewakers in dienst neemt. Met de toevoeging dat Reco de mensen ronselt en samen met de stichting een "budget' en een opleidingsplan opstelt. Niet alleen deed Reco dit niet gratis, er werd met dit "budget' ook een open einde gecreeërd.

En dan was er de inmiddels beroemde roltrap, die zowel in de video als in het masterplan meermalen werd genoemd. De voortdurend rollende "tapis-roulant' maken een roltrap noodzakelijk, omdat op een gewone trap geweldige opstoppingen ontstaan. In het contract is de roltrap echter een stalen trap geworden, zodat een roltrap als meerwerk moest worden gerekend. Kassa voor Remmers.

Op 15 december 1989 richtte Remmers voor de activiteiten in Spanje een aparte vennootschap op met de naam Reco Productions Sevilla. Het leeggehaalde Reco Productions International stelde bovendien een rekening-courant van 26.000 gulden ter beschikking aan Remmers' jonge oogappel, een bedrag dat in 1990 nog eens werd verhoogd tot 61.000 gulden. Dit gebeurde zonder voorwaarden van terugbetaling, zodat duidelijk werd welke BV de winsten en welke de schulden mocht houden.

Om het vermogen van Remmers zelf onder te brengen werd op 12 maart 1990 de Beheermaatschappij H.P. Remmers opgericht, die tot op heden geen jaarverslag heeft gedeponeerd - wat strafbaar is. Toen Remmers in de loop van het jaar waarin de contractonderhandelingen werden afgerond uitzicht kreeg op winst, bracht hij zijn drie BV's onder in een fiscale eenheid (met terugwerkende kracht tot 1 januari 1990). Zo kon hij voor de belastingen de Spaanse winst drukken met verliezen van Reco Productions International.

Intussen was zijn eigen financieel directeur Van Weezendonk die het oneens was met het financiële beleid, begin 1990 van het toneel verdwenen. Bij het stichtingbestuur gingen geen bellen rinkelen en werden geen vragen gesteld. De bevriende Louis Leeman kwam binnen als "projectleider' voor Sevilla, met de verplichting om een keer per week te verschijnen. Zijn honorarium bedraagt minimaal 160.000 gulden per jaar exclusief BTW, zodat hij van december 1990 tot en met oktober 1992 een salaris van 440.000 gulden opstrijkt.

De kroon op het werk van Remmers is echter de verkoop van het paviljoen na afloop van de Wereldtentoonstelling in oktober van dit jaar. In het contract staan twee mogelijkheden genoemd om de opbrengst te verdelen tussen de partijen, waartoe behalve de stichting en Reco ook projectontwikkelaar Multi Vastgoed wordt gerekend. Als de partijen gezamenlijk een koper vinden, wordt de opbrengst na aftrek van de kosten verdeeld onder de drie partijen. Vindt de stichting een koper, dan hoeft zij alleen te delen met Reco.

Vorig jaar juni kocht het archeologie-park-in-wording in Alphen aan den Rijn, Archeon, het paviljoen voor een bedrag van 6 miljoen gulden. Het bedrag wordt straks niet verdeeld, maar gaat naar slechts één partij: Reco. “Reco moet daarvoor wel de zaak opruimen en vervoeren”, zegt advocaat Bouma. Het vervoer komt in elk geval voor rekening van Archeon, zodat Reco aardig wat overhoudt. De Stichting en dus de overheid ziet niets terug.

Of het paviljoen zijn geld waard is, daarover verschillen de meningen. Deze krant was daarover dit voorjaar negatief. Dat Remmers meer kreeg dan hem was toebedacht, is onbetwistbaar. In dubbel opzicht: het paviljoen dat hij liet bouwen lijkt nauwelijks op wat er in de plannen staat èn hij kreeg er meer geld voor dan begroot.

Ooit omschreef Remmers, die ondanks herhaald aandringen commentaar weigert, zijn tv-programma als “een portret waarin zo'n man of vrouw zichzelf neerzet”. In zekere zin is de wording van het paviljoen een aardig portret van Remmers.

Foto's: Opening van de World Press Photo tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen op de Wereltentoonstelling in Sevilla. Op de voorgrond (van links naar rechts) Henri Remmers, Pieter Bouw (KLM), Johan Cruyff (coach voetbalclub Barcelona) en Guus Hiddink (coach voetbalclub Valencia). (Foto NRC Handelsblad/Vincent Mentzel)

Overzichtsfoto van de Werelstentoonstelling in het Spaanse Sevilla. (Foto NRC Handelsblad/Vincent Mentzel)