Grote milieuproblemen teisteren "Bloeiend Brabant'

Dokument, Ned.1, 23.28-0.13u.

Brabant ligt de Bredase cineast Joost Seelen na aan het hart. Gegrepen als hij is door de vervuiling, die in deze eens zo schone provincie toesloeg, maakte hij een drie kwartier durende televisiedocumentaire, die hij Bloeiend Brabant noemde. Maar van Seelens bewogenheid is niet zo bijster veel te zien. Het is allemaal wat bloedarmoedig. Een beetje meer emotie had ook gemogen. Journalistiek correct is Bloeiend Brabant, dat net zo goed "Bloedend Brabant' had kunnen heten, daarentegen wel: de feiten geven en de kijker zelf de vrijheid laten om zijn conclusie te trekken.

Voor iemand, die bekend is met de Brabantse situatie, waar milieu en economie op het ogenblik een verwoed gevecht om de voorrang leveren, is de film misschien wel een enigszins draderige vertoning, die gezien het late uur van uitzending menigeen als slaapmutsje zal dienen.

Voor een niet-Brabander daarentegen heeft Seelen alles wat de provincie beweegt en bedreigt inzichtelijk op een rijtje gezet. Met behulp van oude beelden plaatst hij een en ander in een historisch perspectief. Aan bod komen de verzuring en de vermesting, de strijd tussen milieuactivisten enerzijds en boeren en industrie anderzijds, de promotie van Brabant door zijn gunstige ligging aan de ene kant en aan de andere kant de gevolgen daarvan: verdere verstening, dichtslibbing van de wegen en nog meer vuil. De giftige resten van de welvaart liggen op verwerking te wachten in betonnen bakken op het industrieterrein Moerdijk met de namen van de “gulle gevers” erbij. Maar de beeldvoering zal ook voor de buitenstaander in het algemeen té terughoudend overkomen om werkelijk een brok in de keel te krijgen.

Uitzonderingen daargelaten. Zoals die varkens, die in zakjes poepen of de vrouw uit Budel-Dorplein (Attentie: met één “p”) die in een zandstorm staat omdat zinkfabrieken van het landschap een woestijn maakten. Of de kleine Rik van drie, die achter de “chemokar” aanloopt met in zijn handje de tak van een laurierstruik als het zoenoffer aan Welvaart en Vooruitgang. Een beetje verontwaardiging ziet men bij de door het milieu in zijn nering bedreigde Peelboer, die een paal de grond inslaat en zegt dat wat de boeren het milieu zouden aandoen allemaal “te zeer overtrokken” wordt.

Brabant is na de oorlog vanuit pure ellende en armoede een provincie in goeden doen geworden. Van wingewest werd het een winstgewest. Maar winst voor wie? “Welvaart dankzij het varken”. Dat is de tekst op een door boeren meegevoerd spandoek uit de jaren zeventig tijdens een confrontatie met milieuactivisten. Maar ook mest dankzij het varken: naar de samenstellers berekenden per jaar genoeg om er 6000 voetbalvelden met een laag van tien centimeter mee te bedekken.

Wat er met dit Brabant moet? Rond de Peel het hoogveen terugbrengen, zoals een vurige milieuridder aldaar betoogt? De beekjes weer laten meanderen? Alleen nog maar, zoals wordt gezegd, kennisintensieve en daardoor niet-vervuilende bedrijvigheid toelaten?

De Brabantse milieugedeputeerde dr. R. Welschen zegt het in de film zo: “Het probleem is dat de industrie, het verkeer, de raffinaderijen en de boeren veel te veel milieu naar zich toe hebben gehaald. Om het evenwicht te herstellen is een revolutie nodig.” Revolutie? Een beetje terug naar vroeger, zonder dat men er opnieuw armoede voor hoeft te gaan lijden, zou ook al heel mooi zijn. Dat is de les uit Seelens documentaire en het is zijn kracht dat hij de kijker uiteindelijk geen andere conclusie overlaat.