George Steiner: Proofs and Three Parables. Uitg. ...

George Steiner: Proofs and Three Parables. Uitg. Faber. Prijs ƒ 25,75

Toni Morrison: Jazz. Uitg. Chatto & Windus. Prijs ƒ 60,90

Tim Parks: Italian Neighbours. Uitg. Heinemann. Prijs ƒ 65,55

Emily Prager: Eve's Tattoo. Uitg. Chatto & Windus. Prijs ƒ 36,50

Wendy Cope: Serious Concerns. Uitg. Faber. Prijs ƒ 21,40

In George Steiners novelle Proofs is de hoofdpersoon een corrector van een Italiaanse drukkerij die, wegens vrijpostigheid uit de communistische partij gezet, druk is blijven discussiëren in een marxistische praatgroep, en dan moet meemaken dat al de Oosteuropese communistische regeringen ten val komen. Zijn intiemste gespreksgenoot is een priester met marxistische sympathieën; samen vergelijken zij de merites van communisme en katholicisme, en die van Rusland en Amerika. De wreedheden van de kerk zijn erg geweest, erkent de priester, maar zij werden begaan om zielen te redden; zo'n excuus hebben de communisten nooit gehad. Maar de grootste communistische vergissing, antwoordt de corrector, is geweest een overschatting van de mens, en die was juist prachtig: "Every beggar is a prince of possibility.'

De meeste lezers zullen de argumenten herkennen, uit andere geschriften en uit eigen gesprekken. Steiner is niet een man van zo'n onverklaarbare originaliteit dat alles wat hij beweert als nieuw klinkt. Wel is hij belezen en scherpzinnig en hij brengt de ideeen van zijn fictieve intellectuelen zo zorgvuldig met elkaar in botsing, dat het verhaal er spannend van wordt. Alsof er misschien toch een ongehoorde conclusie uit zal komen.

De verwachting wordt echter niet vervuld, maar de spanning doet de lezer goed. De aandacht blijft geconcentreerd, en als wij ons aanwennen om altijd net zo nauwkeurig te redeneren zal menigeen de oren spitsen.

Steiner kan een hulp zijn in de nooit aflatende strijd tegen onze slordigheid, ook met zijn "A Conversation Piece', een joods gesprek over Abraham en de bereidheid om Izaäk te offeren. Dat gesprek is een van de korte parabelen waarmee het boek besluit, en het is de grondigste van de drie. De mooiste vondst is verwerkt in "Desert Island discs'. De verteller kiest hierin geen lievelingsmuziek voor een radioprogramma maar een zestal veelbetekenende geluiden uit zijn verbeelding en zijn herinnering.

Steiner is zo'n bekende lastige man dat de lezer de neiging heeft lastig terug tegen hem te doen, maar wat hij te vertellen heeft is duidelijk.

George Steiner: Proofs and Three Parables. Uitg. Faber. Prijs ƒ 25,75

Toni Morison is een gepassioneerde Amerikaanse woordkunstenares, en zij geniet zo veel aanzien bij veel lezers dat ik ondanks de herinnering aan een moeizame omgang met haar Pulitzerprijs van 1988, Beloved, vol verwachting aan Jazz begon. Maar opnieuw werd de omgang moeizaam. De woordkunst overheerst de gebeurtenissen en de personen, zoals in een opera de muziek de inhoud van het libretto overstemt. Wanneer Joe Trace bij een rivier in Virginia een vrouw zoekt die daar in het wild leeft en die misschien zijn moeder is, hoort hij een muziek die op het geluid van bos en water lijkt, maar dan iets van een stem krijgt. “Knowing the music the world makes has no words, he stood rock still and scanned his surroundings. A silver line lay across the opposite bank, sun cutting into the last of the night's royal blue.” Een mooi begin van de dag, maar de lezer die opkijkt van het boek hoort de stem van de vertelster, niet het ruisen van de rivier.

Het verhaal van Joe die in 1926, in het jazztijdvak, zijn vrouw drie maanden lang bedroog met een achttienjarig meisje dat hij daarna neerschoot, en van de voorgeschiedenis in het zuiden en het vervolg in New York, wordt verteld door een onzichtbare en onherkenbare ik, die zich af en toe in de eerste persoon enkelvoud laat horen en dan weer verdwijnt in de tekst. Wie is dat, en wat moet zij? Zij is, zou ik zeggen, de schrijfster zelf, met al haar fictieve personen. Ze is overal in betrokken, ze staat nergens buiten.

Voor lezers ligt het anders. Die staan er buiten, en al laten sommigen zich meesleuren, lezers zoals ik stribbelen tegen. Was Toni Morison maar wat terughoudender, dan zouden meer lezers haar volgen tot het eind van haar verbeeldingswereld.

Toni Morrison: Jazz. Uitg. Chatto & Windus. Prijs ƒ 60,90

Boeken die beschrijven wat een eigenaardig genoegen het is om in Italië te wonen bestaan er bij honderden. Tim Parks, die voornamelijk romancier is, heeft nu geschreven over zijn leven in Montecchio bij Verona.

Het is een aanmoedigende inleiding tot zijn werk geworden. Parks heeft niet de bedoeling om Italië af te beelden als een samenleving van onweerstaanbare charme, en de Veneto is geen Toscane, zodat het verslag van het eerste jaar dat hij er doorbracht nuchter kan beginnen. Het was er meteen te warm die zomer, en warm onder een grijze lucht bovendien. Het bleek lawaaiig in het blok waar het echtpaar zich vestigde, in het bijzonder door een kettinghond die zoveel blafte dat de verleiding opkwam om hem te vergiftigen. Er kwam niet zelden een stank van de naburige industrieën het plaatsje indrijven, de vijver bij de kerk was vervuild, en in de kersttijd mistte het onafgebroken.

Weinig lezers van Parks' boek zullen zich haasten om hem te volgen naar Verona, maar wij leren Italië er nader in kennen, niet alleen in zijn klimaat en milieu, ook in zijn ambtenarij, zijn belastingen, zijn politiek en zijn conventies. In het begin klinkt het eventjes gemoedelijk exotisch, alsof wij in een reisverhaal verzeild zijn. Later merk je dat alles wordt doorgelicht door een inwoner.

Nu woon ik hier alweer vijf jaar, zegt Parks aan het slot, en "this small handkerchief of Italy has become home for me.' Hij heeft dan laten zien hoe hij het land ervaart, en er is geen twijfel aan, wie hem nog niet kende zal uitzien naar zijn volgende roman, of zijn vorige (Goodness) gaan opsporen.

Tim Parks: Italian Neighbours. Uitg. Heinemann. Prijs ƒ 65,55

De derde roman van Emily Prager, een uitstekend uitziende Newyorkse die geregeld voor Penthouse schrijft, doet denken aan Martin Amis. Net als in Time's Arrow heeft zij in Eve's Tattoo een manier uitgewerkt om haar verbeelding in contact te brengen met de Duitse kampen in de Tweede Wereldoorlog. De titelheldin Eve laat het nummer 500123 dat zij op een kampfoto van een vrouwelijke gevangene gevonden heeft op haar eigen arm tatoeëren, en vertelt aan Newyorkers die er haar over vragen telkens verschillende verhalen over verschillende Eve's. In haar eigen leven raakt zij er echter door vervreemd van haar joodse minnaar, die het zowel te pijnlijk als niet serieus genoeg vindt. Haar verhalen berusten op historische gegevens, maar de Eve's zijn fantasieën.

Het lijkt soms of Eve er een spel en een grapje van maakt, met haar Penthouse-toon. Toch is dat niet zo. Haar Duitse verhalen zijn wreed genoeg om te laten zien dat zij werkelijk probeert te weten hoe het was en hoe zij het in haar eigen wereldbeeld moet opnemen. Tenslotte ontdekt zij wie de ware 500123 was: niet een Eve maar een Leni, overtuigd nationaal-socialiste, die in het kamp omkwam nadat haar twee zoons zich in 1944 tegen Hitler gekeerd hadden.

Het verhaal maakt een zwierige draai aan het slot. Doodernstig is het niet, en Eve heeft te weinig persoonlijkheid voor een onvergetelijke romanheldin. Maar het onderzoek van Emily Prager is echt gemeend, en niet veel lezers van haar generatie zullen er meer van maken.

Emily Prager: Eve's Tattoo. Uitg. Chatto & Windus. Prijs ƒ 36,50

De Nederlandse lezer van Engelse literatuur komt zelden aan poëzie toe, wordt meestal aangenomen. Er zou een te intieme vertrouwdheid met de taal voor nodig zijn. Als daar inderdaad het probleem zit mag Wendy Cope uitgezonderd worden.

Bloody men are like bloody buses -

You wait for about a year

And as soon as one approaches your stop

Two or three others appear.

Niemand die Engels kan lezen zal er moeite voor hoeven doen. De dichteres heeft een vlug gevoel voor humor, al wordt zij af en toe nijdig als iemand haar te amusant vindt en niet voor vol aanziet. Haar titel is daar een antwoord op, en ook:

Write to amuse? What an appalling suggestion!

I write to make people anxious and miserable

and to worsen their indigestion.

Wat ook haar opzet mag zijn, Wendy Cope is onderhoudend genoeg, en wie denkt dat zij het zich makkelijk maakt moet het zelf eens proberen. Soms doet zij aan Dorothy Parker denken:

Why are men so good at sleeping?

Is it just the drink?

While we're tossing, turning, weeping,

Why are they so good at sleeping?

Hoewel Cope soms op anderen lijkt, heeft ze haar eigen toon en eigen vondsten. Nu zij al aan haar derde bundel toe is, wordt het tijd dat ze in Nederland bekend wordt.

Wendy Cope: Serious Concerns. Uitg. Faber. Prijs ƒ 21,40