Duisenberg begrijpt vrees van de Denen voor Europa wel

DEN HAAG, 12 JUNI. Voor het eerst in de Nederlandse parlementaire geschiedenis verscheen gisteren de president van De Nederlandsche Bank in de Tweede Kamer.

Dr. W.F. Duisenberg overbrugde de welbewust gekoesterde afstand tussen de centrale bank en het parlement om in een hoorzitting zijn mening te geven over de economische en monetaire unie, het streven van de Europese Gemeenschap om voor het einde van deze eeuw tot één gemeenschappelijke munt te komen. Duisenberg was één van de vier deskundigen die de vaste Kamercommissies voor EG-zaken en Financiën hadden uitgenodigd om hun licht te laten schijnen over de Europese Unie.

De hoorzitting markeerde het begin van het Nederlandse ratificatieproces van het Verdrag van Maastricht, dat voor het einde van het jaar door de Eerste en Tweede Kamer goedgekeurd moet worden. Voor een verrassing, zoals de Denen vorige week met hun referendum deden, zal het Nederlandse parlement naar het zich laat aanzien niet zorgen. De vragen van de parlementariërs waren overwegend vriendelijk en hooguit bezorgd dat "Maastricht' niet zou doorgaan.

Duisenberg toonde een opmerkelijk begrip voor de uitslag van het Deense referendum. Hij deelde de Deense vrees voor overheersing van de EG door de grote landen, ook al beschermt het EG-verdrag de positie van de kleinere landen. “Ik heb begrip voor de beroering in Denemarken. Ik zou niet graag zonder Denemarken verder willen gaan.”

Nederland zal door de economische en monetaire unie gedwongen worden tot verdere aanpassingen om succesvol stand te kunnen houden op het Europese spoor. De voorwaarden die gesteld zijn aan toetreding tot de slotfase van één munt hebben betrekking op de omvang van het financieringstekort en van de staatsschuld. Maar, zei Duisenberg, de collectieve uitgaven zullen onder druk komen te staan en aanpassingen in de sociale zekerheid kunnen noodzakelijk zijn. “De wisselkoers zal geen rol meer spelen om de concurrentiepositie van Nederland te verbeteren. Daardoor zal een zwaarder accent komen te liggen op de matiging van lonen en prijzen. Van de economische en monetaire unie gaat een disciplinerende werking uit”, aldus Duisenberg.

Anders dan de bankpresident, die wil dat de vermindering van het financieringstekort ook in de volgende kabinetsperiode prioriteit behoudt, zei prof. dr. E.J. Bomhoff dat Nederland zich de komende jaren moet richten op de kwaliteit van de overheidsuitgaven en op verlaging van belastingen. Bomhoff, hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus universiteit, was van mening dat de zwakke plekken in het verdrag niet zijn te herstellen en dat Nederland zich op politieke gronden moet afvragen of het de stap naar de monetaire unie wil zetten.

In dat verband wees hij op de mogelijke deelname van landen met in Nederlandse ogen twijfelachtige financieel-economische gewoontes. “Is het in ons belang dat de Bank van Palermo straks in Nederland een filiaal kan openen?” vroeg hij zich retorisch af.

Monetaire eenwording met Duitsland brengt wel een direct voordeel, betoogde Bomhoff. Dit zal een lagere rente op de Nederlandse staatsschuld opleveren, waardoor de minister van financiën zich jaarlijks een miljard gulden aan rentelasten kan uitsparen, berekende hij. De Kamerleden veerden aangenaam verrast op.