Commissie wil wegennet in EG flink uitbreiden

ROTTERDAM, 12 JUNI. Het huidige wegennet van 37.000 kilometer in de EG is niet in staat om de toename van het goederen- en personenvervoer op te vangen en moet de komende tien jaar met 12.000 kilometer worden uitgebreid. Dit heeft EG-transportcommissaris Karel van Miert gisteren gezegd bij de presentatie van het EG-verkeersinfrastructuurplan waarin ook de verbetering van de vaar- en spoorwegnet aan bod komt.

Het huidige wegennet in de EG zou met dertig procent moeten worden uitgebreid om aan de behoefte te voldoen. De lidstaten zullen de kosten, geschat op 275 miljard gulden, voor een belangrijk deel zelf moeten dragen. Van Miert presenteerde gisteren een wegenkaart met het ideale EG-wegennet dat in overleg met transportspecialisten uit de EG-lidstaten is opgesteld.

Meer dan 70 procent van het goederenvervoer en 60 tot 70 procent van het personenvervoer in de EG gaat over de weg. Volgens de transportcommissaris zullen opstoppingen, milieuverontreiniging en verkeersongevallen toenemen als het wegennet niet tijdig wordt uitgebreid.

Veertig procent van de extra wegen moeten in Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje, de armere lidstaten met een relatief slecht ontwikkeld wegennet, worden aangelegd. In Nederland en België zijn volgens de Commissie maar enkele verbindingsstukken nodig. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan een weg tussen Enschede en de Duitse grens. Daarnaast moeten de verbindingen met Midden- en Oost-Europa en Scandinavië aanzienlijk verbeterd worden. Dit houdt in dat vooral in Duitsland nog veel extra wegen moeten komen.

De kosten van het totale verkeersinfrastructuurplan bedragen tussen de 1.000 en 1.500 miljard ecu (2.300 en 3.450 miljard gulden). Bij de plannen is er vanuit gegaan dat het personen- en goederenvervoer tegen het eind van de eeuw met 30 procent zal zijn gestegen. Daarbij is groei als gevolg van de Europese eenwording buiten beschouwing gelaten.

Volgens de transportcommissaris kunnen de gebruikers van de infrastructuur niet langer alleen de overheid laten opdraaien voor de kosten. Zij zullen meer moeten betalen voor het gebruik, neemt Van Miert aan. De Commissie heeft alleen geld over voor de vier armere lidstaten. Als de andere lidstaten daarmee akkoord gaan, komen projecten daar in aanmerking voor bijdragen uit het zogeheten "cohesiefonds'.

Van Miert zei dat veel van de uitbreidingen van de infrastructuur al door nationale overheden zijn gepland en de lidstaten zelf moeten bepalen wanneer ze welke verbinden aanleggen. Wel vindt hij dat overheden projecten die voorkomen in zijn blauwdruk van de Europese infrastructuur prioriteit moeten krijgen.

Het EG-transportplan pleit verder voor stimulering van gecombineerd weg/ rail/ water-vervoer. Als deze vormen van goederentransport beter op elkaar aansluiten, kunnen de minst milieuschadelijke combinaties worden bevorderd en overbelasting van het wegennet worden voorkomen.