Cellentekort is niet het echte probleem

Het opsluiten van meer dan één persoon in een cel, als noodmaatregel ter verkleining van het cellentekort, is nu ook voor de PvdA-fractie niet langer een onbespreekbaar onderwerp. VVD en CDA waren al eerder voorstander van een dergelijke maatregel.

Voor het vermeende cellentekort zijn vier belangrijke oorzaken aan te wijzen. Halverwege de jaren zeventig beschikte het gevangeniswezen over ongeveer 3.500 cellen voor voorlopige hechtenis en tenuitvoerlegging van straffen. Nu zijn 7.700 cellen beschikbaar en eind 1994 moeten het er 8.355 zijn. Volgens prognoses van Justitie is het tekort dan nog hooguit enkele tientallen per jaar.

Uit de officiële statistieken blijkt dat het volraken van gevangenissen niet het gevolg is van een grotere hoeveelheid, maar van langere vrijheidsstraffen. Een verband tussen de hoogte van de straftoemeting en de ontwikkeling van criminaliteitscijfers blijkt uit geen enkel onderzoek. Onderzoek bevestigt juist dat andere oorzaken de criminaliteit bepalen. In zoverre dragen zwaardere straffen niet bij aan de oplossing van het criminaliteitsprobleem - behalve dan dat gedurende de periode van vrijheidsbeneming de gedetineerde zich niet nogmaals schuldig zal maken aan strafbare feiten buiten de inrichting.

In de tweede plaats wordt te vaak voorlopige hechtenis toegepast. De bedoeling van de wetgever was dat het voorarrest zo min mogelijk zou worden toegepast. Dit uitgangspunt verdraagt zich slecht met het idee van "lik op stuk' (het direct bestraffen van een geconstateerde overtreding, red.). Lik-op-stuk is verwerpelijk als beleidsuitgangspunt, omdat bestraffing gebeurt voordat de strafwaardigheid van dader en gedrag is vastgesteld. De overheid moet meer werk maken van een spoedige berechting.

De derde oorzaak is mismanagement. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over criminaliteitsbestrijding uit 1991 laat zien dat op de drie peildata in 1990 en 1991 respectievelijk 17,5, 17,3 en 11,6 procent van de cellen leeg stond. Uit intern onderzoek van het ministerie van justitie van enkele jaren geleden is verder gebleken dat het openbaar ministerie de gemaakte interne afspraken over de toepassing van voorlopige hechtenis en het heenzenden van arrestanten frustreerde, door onjuiste schatting van de later op te leggen straf. Uit gegevens over de recente vrijlatingen blijkt dat nog steeds zware gevallen worden heengezonden om verdachten van lichtere vergrijpen vast te kunnen houden.

De vierde oorzaak is dat de politie in de randstad haar eigen beleid bepaald. Het voorjaarstoerisme is een belangrijke aanleiding om kleine dieven en inbrekers van straat te halen. De politie voert gerichte acties tegen Noordafrikaners die veelal geen woonplaats in Nederland hebben en om die reden in voorarrest gaan. De politie bepaalt het beleid en met de bijzondere acties zet ze overige organen van de strafrechtspleging voor het blok. Het openbaar ministerie kan dat slechts doorbreken door daadkrachtige beleidskeuzes te maken, maar laat dat na.

De remedies zijn niet moeilijk te bedenken. De officieren van justitie moeten worden aangezet om minder lange straffen te vorderen. Dit zal zonder twijfel leiden tot milder straffen. In het geval van oplegging van een jarenlange gevangenisstraf zal periodiek de voortzetting van de tenuitvoerlegging kunnen worden beoordeeld, om bij het ontbreken van noodzaak tot verdere tenuitvoerlegging ambtshalve gratie te verlenen.

Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van justitie blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking is voor alternatieve straffen. De door de bewindslieden van justitie uitgesproken wens om te komen tot alternatieven voor vrijheidsbeneming, zal niet worden verwezenlijkt zolang cellen in ruime mate beschikbaar zijn. Om die reden pleit de Coornhert-Liga al jaren voor handhaving van de celcapaciteit, zodat alternatieven kunnen worden ontwikkeld met het bedoelde effect.

De vraag blijft waarom twee mensen op een cel onwenselijk is. De discussie daarover is in de jaren tachtig tweemaal gevoerd met als eensluidende conclusies dat het een slecht en onuitvoerbaar idee is. De cellen in de Nederlandse penitentiaire inrichtingen zijn gemaakt op het verblijf van één persoon. De consequentie is dat gedetineerden nooit meer een moment voor zichzelf hebben. De resultaten van een gedwongen verblijf van meer personen in zo'n kleine ruimte werkt agressie, intimidaties en gedwongen seksueel contact in de hand, alsmede het gevaar van besmetting van allerhande ziekten waaronder aids.

Niet zonder reden vrezen gevangenisdirecteuren en -personeel beheersproblemen. Een celdeur waarachter meer mensen zitten kan nimmer door één bewaarder worden geopend. En een ruziënde bevolking geeft deining in de hele inrichting. Het maakt het reguliere gebruik van allerhande voorziening onmogelijk met als gevolg dat de voorzieningen slecht of zelfs niet gebruikt worden. Ondanks de bezuinigingen is het gevangeniswezen in Nederland humaan. Heeft het parlement zich wel eens afgevraagd waarom hier zo weinig gevangenisopstanden zijn en wat de maatschappelijke besparingen zijn van het feit dat ex-gedetineerden weer in de samenleving worden opgenomen?

De stellingname in het parlement lijkt te bevestigen dat in onze samenleving "criminelen' rondlopen die niet beter verdienen dan buiten de maatschappij te worden gesloten. Deze onzalige gedachte treedt in plaats van het besef dat het onze kinderen en buren zijn, die na de straf aanspraak op een plaats in de samenleving hebben. Daar ligt ook de noodzaak tot een humane en kwalitatief hoogwaardige strafrechtspleging en gevangeniswezen.

Als wordt besloten gedetineerden tijdelijk onder te brengen in daartoe niet geschikte plaatsen met onvoldoende opgeleid personeel, is dat een verlies voor de samenleving. Als het gevolg is dat er nog meer cellen bij komen is dat ook een verlies. Immers, de wens om te komen tot alternatieven voor vrijheidsbeneming zal niet verwezenlijkt worden zolang celruimte niet schaars is.