Cambodja; Eeuwenoud racisme

Volgens de Rode Khmer zijn bijna alle Vietnamese burgers in Cambodja, ruim een miljoen in getal, verklede militairen, die wachten op een signaal uit Hanoi om opnieuw de macht te grijpen. Het leiderschap van de Rode Khmer verdedigt de weigering deel te nemen aan fase twee van het vredesplan, de ontwapening, die morgen zou moeten beginnen, met een verwijzing naar de Vietnamese wolven in schaapskleren.

De UNTAC, het tijdelijk bestuur van de Verenigde Naties over Cambodja, heeft de beweringen van de Rode Khmer dat het Vietnamese leger zich in 1989 niet werkelijk heeft teruggetrokken, maar alleen de uniformen heeft uitgetrokken, serieus nagetrokken. Geen enkel concreet bewijs werd gevonden. Ook de Rode Khmer zelf heeft geen Vietnamese militair, dood of levend, kunnen tonen.

Yasushi Akashi, het Japanse hoofd van de UNTAC, meent dat de houding van de Rode Khmer ten aanzien van de Vietnamezen is ingegeven door racisme. Akashi houdt onverkort vast aan uitvoering van het vredesplan, maar zijn aankondiging dat vanaf morgen zal worden begonnen met het ontwapenen van het regeringsleger en de twee verzetsgroepen die wel akkoord zijn (de nationalistische KPNLF en het legertje van prins Norodom Sihanouk) is niet realistisch. Als de Rode Khmer blijft bij zijn weigering de wapens in te leveren, zal de regering in Phnom Penh niet staan te springen dit wel te doen.

De militaire commandant van de VN-troepen, de Australiër John Sanderson, kondigde gisteren aan dat zijn manschappen niet zullen aarzelen zich te verdedigen bij eventuele aanvallen van de Rode Khmer. Die boodschap is vooral gericht aan het adres van de Nederlandse militairen, die in Thailand gereed staan om het westen van Cambodja, waar de Rode Khmer het sterkst is, binnen te trekken. Rode-Khmerleider Khieu Samphan staat de Nederlandse blauwhelmen nog steeds niet toe de grens over te steken; geweld of de dreiging met geweld zou straks wel eens de enige mogelijkheid kunnen zijn om de Rode Khmer te verplichten het akkoord van Parijs na te komen. De gevechtskracht van de Rode-Khmerstrijders, geschat op ongeveer 30.000 tot 40.000 man, wordt door waarnemers niet hoog aangeslagen.

Als ergens een simpele scheiding tussen de "goeden en de kwaden' niet opgaat is het in Cambodja, waar alle "tegenstanders' van de communistische Rode Khmer wel iets met de vroegere heersers te maken hebben gehad. Premier Hun Sen was vroeger zelf lid van de Rode Khmer; prins Sihanouk - die sinds november optreedt als staatshoofd ad interim - en KPNLF-leider Son Sann waren jarenlang bondgenoten van de Rode Khmer tégen Hun Sen. De politieke verhoudingen zijn een goede afspiegeling van de samenleving: de Cambodjanen laveren in hun sympathie tussen de partijen. Met name op het platteland heeft de Rode Khmer een niet te onderschatten aanhang.

Het racisme van de Rode Khmer ten aanzien van de Vietnamezen staat niet op zichzelf, ook dit aspect vindt men terug onder "het volk'. De trek van Vietnamezen naar het buurland Cambodja is al eeuwenoud en ingegeven door economische motieven. De Vietnamezen beheersen een deel van de handel in Cambodja en dat steekt. Niet alleen VN-man Akashi neemt in dit verband het woord racisme in de mond. Het hoofd van het Rode Kruis in Phnom Penh, de Zwitser Jean-Jacques Frésard, betitelde in februari tegenover deze krant de Vietnamezen als “de joden van Cambodja”. Frésard wees erop dat de Vietnamese burgers in 1975 de eerste slachtoffers waren van het schrikbewind van de Rode Khmer. Zij die niet wisten te vluchten werden onherroepelijk gedood, niet alleen door de Rode Khmer, ook door "gewone Cambodjanen'.

Dit is het belangrijkste probleem voor de Verenigde Naties in Indochina: het opruimen van de haat. Nu de vredesoperatie in een zo ver gevorderd stadium is, duizenden VN-militairen al in het land zijn, zullen de VN uiteindelijk wel slagen in hun opzet: de overdracht van het bestuur aan een burgerregering, na de vrije verkiezingen, voorzien voor 1993. Het verzet van de Rode Khmer tegen ontwapening zal, waarschijnlijk goedschiks en eventueel kwaadschiks, wel worden gebroken, maar wat gebeurt er na het vertrek van de VN?

Vooroordelen en racisme zijn geen zaken die binnen enkele jaren kunnen verdwijnen. Het zou beter zijn voor Cambodja en voor de regio een semi-permanent verblijf van VN-troepen te regelen, zoals het Amerikaanse leger na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa bleef.