Brussel: Commissie relativeert eigen rol

BRUSSEL, 12 JUNI. Na voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie doen nu ook de andere leden van het dagelijks bestuur van de EG hun uiterste best om het imago van Brussel als het bureaucratisch machtscentrum van Europa te verzachten. Europees commissaris Sir Leon Brittan zei gisteren in Florence dat de Commissie bereid moet zijn bepaalde bevoegdheden terug te geven aan de lidstaten. Daarmee moet de Commissie aantonen dat zij niet uit is op het vergaren van zoveel mogelijk macht uit eigenbelang.

En Brittans collega Van Miert wees gisteren in Brussel, bij de presentatie van plannen voor een Europees netwerk van autowegen, waterwegen en railverbindingen, opvallend vaak op de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de lidstaten. “Nogmaals, ik wil het onderstrepen, de Europese Commissie gaat niets voorschrijven. Wij leggen geen wegen aan, dat is een zaak voor de lidstaten”, aldus Van Miert.

In Florence noemde de Britse commissaris Brittan - die zich de afgelopen maanden in toespraken toch al lang niet meer beperkt tot het onderwerp van zijn eigen portefeuille, mededinging - twee concrete voorbeelden van EG-regelgeving die te ver doorschiet. Het ene is het opleggen van Europese normen voor de kwaliteit van drinkwater en het andere betreft de plannen voor introduktie van een Europees paspoort. Waarom is zo'n Europees paspoort nodig, vraagt Sir Leon zich af.

Zijn betoog sluit naadloos aan op de toespraak die Commissie-voorzitter Delors eerder deze week hield in het Europese Parlement. Volgens Delors moet niet alleen de besluitvorming in de EG veel doorzichtiger worden, maar moet de EG zich ook beperkingen opleggen in zijn taakuitoefening.

Uit de opmerkingen van de zijde van Commissie blijkt hoezeer de zogenoemde "subsidiariteit' - beslissingen moeten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen - het centrale thema is geworden van de discussie die is losgebarsten na de negatieve uitkomst van het Deense referendum. De Britse regering speelt al met de gedachte een apart protocol toe te voegen aan het Verdrag van Maastricht, waarin het beginsel van de subsidiariteit nog eens krachtig wordt verwoord.

Maar diplomatieke kringen in Brussel betwijfelen of zo'n plan ook inderdaad kans van slagen heeft. Frankrijk is tegen zo'n manoeuvre terwijl van Duitse zijde verschillende signalen worden gegeven. Eerder deze week leek Bonn in te stemmen met het Britse plan, maar gisteren liet minister Klaus Kinkel van buitenlandse zaken in Den Haag een ander geluid horen. “We zijn er niet voor om de bevoegdheden van de Commissie te beperken.”

Dat neemt niet weg dat de leden van de Europese Commissie zelf zich zo deemoedig mogelijk proberen op te stellen, kennelijk uitgaande van de gedachte: wie wordt geschoren, moet stil zitten. Transport-commissaris Van Miert, anders altijd vol zelfvertrouwen over de plannen die hij lanceert, had er gisteren nog wel enige moeite mee.

Onder andere via het nog op te richten cohesiefonds - bedoeld voor de armere lidstaten Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland - zal de EG in de komende jaren geld beschikbaar stellen voor medefinanciering van infrastructurele werken die een "gemeenschappelijk Europees belang' dienen. Het gaat om EG-subsidies voor investeringen die lidstaten zelf doen in wegen, waterwegen en railverbindingen. Dat niet Brussel wegen gaat aanleggen, of bepaalt waar ze komen te liggen, dat werd de toehoorders gisteren wel duidelijk gemaakt . Maar voor Van Miert kon dat niet voldoende worden herhaald: “Het subsidiariteitsbeginsel is zo belangrijk, het wordt steeds belangrijker (..) Als er wat gedaan moet worden, doen de lidstaten het.”

De zaal gaf geen krimp. Dat gebeurde pas toen Van Miert zich uiteindelijk versprak. “Cohesielanden als Denemarken en.....”. Freud lachte, de zaal lachte en Van Miert grimlachte.