Adriana Varejao Galerie Barbara Farber, ...

Adriana Varejao Galerie Barbara Farber, Keizersgracht 265, Amsterdam. T/m 30 juni. Di-za 13-18 uur. Prijzen: van ƒ 17.000,- tot ƒ 26.000,-.

Bob Negrijn Stelling, Burgsteeg 14, Leiden. T/m 21 juni. Do-za 14-18 uur, zo 14-17 uur. Prijzen: ƒ 3.642,73.

De Gang-De Tuin De Gang-De Tuin: werk van tien kunstenaars. T/m 20 september. Kloosterstraat 7, Beuningen. Do-zo 13-17 uur.

Adriana Varejao

Op de tentoonstelling van Latijnsamerikaanse kunst "UABC' in het Stedelijk Museum, tweeëneenhalf jaar geleden, trok vooral het werk van de jonge Braziliaanse Adriana Varejao (1964) de aandacht: exuberante schilderijen vol met bloemen, engelen en verguldsel, geïnspireerd op de beschilderingen van barokke kerken in Brazilië. De verflagen waren zo dik dat het bijna geen schilderkunst meer was, maar een herscheppen in reliëf van barokke decoraties. De directheid en onstuimigheid van dit werk waren overrompelend.

Varejao toont nu recente schilderijen bij Barbara Farber. Zij schildert nog steeds barokke, religieuze motieven in dikke verflagen, maar toch is haar werk sterk veranderd. Het verfoppervlak is nu overal gebarsten en valt bijna in scherven uiteen. Dit craquelé-effect verkrijgt zij door een toevoeging van gips. Pas nadat deze "huid' gedroogd en gebarsten is, begint zij met het beschilderen. Het craquelé-patroon is mede bepalend voor de compositie, bijvoorbeeld in het doek De wonderbare visvangst. Dit werk is een soort azuurblauw mozaïek, opgebouwd uit afzonderlijk beschilderde "scherven' die er uitzien als stukjes majolica of Delfts blauw. Alleen de vissen zijn heel en zwemmen onbekommerd tussen de fragmenten door.

Het craquelé is een verwijzing naar de achttiende-eeuwse "Chinoiserieën' die een belangrijk element zijn in de Braziliaanse barok. Aardewerk, juwelen, guirlandes en engelen worden door Varejao samengevoegd tot een geheel van profaniteit en religie. Haar werk is typisch katholiek - en in de ogen van een protestant zonder meer heidens. Het is bijna letterlijk een incarnatie van religieuze dogma's. In Kelk, nr.3 is de wijn die uit de beker vloeit in bloed veranderd. Vaag, in een blauwgetint grisaille, tekent zich het mystieke moment af, omlijst door maskers, doodskoppen, bloemen en putti. Het bloed sijpelt weg in de gekloofde verfhuid. Hier, en ook in andere schilderijen, zijn de barsten angstaanjagend, openingen naar een zwarte afgrond, metaforen voor dood en verval.

Sommige schilderijen doen meer aan het eerdere werk denken, bijvoorbeeld Magic Eye, waarin de verf tot een juwelenhanger is geboetseerd. Het zou een reliëf kunnen zijn, opgehangen voor een achtergrond van witte wolken, ware het niet dat Varejao er een zelfportret achter schilderde waarvan één uitvergroot oog het middelpunt is van het sieraad. In Twin zijn allerlei juwelen, sieraden en haarspelden losjes over een zelfportret uitgestrooid.

De naïviteit en onstuimigheid zijn uit het werk van Varejao verdwenen en het gevaar dat de methode een maniertje wordt is dan ook niet afwezig. Toch toont Varejao ook nu weer enkele imposante schilderijen. Hier en daar maakt de exuberantie plaats voor een sombere, bijna bittere sfeer, zoals in Chinese Landscape, dat introvert is en minder toegankelijk dan het andere werk. De craquelures, in het "Chinese' landschap, en het reliëf, een zilveren duif hangend aan een kruis, zijn hier minder nadrukkelijk. Daarmee wint dit schilderij uiteindelijk juist aan expressiviteit.

Galerie Barbara Farber, Keizersgracht 265, Amsterdam. T/m 30 juni. Di-za 13-18 uur. Prijzen: van ƒ 17.000,- tot ƒ 26.000,-.

Bob Negrijn

Bob Negrijn, winnaar van de Prix de Rome 1991, heeft naam gemaakt met kleurrijke foto's van onder meer groente en fruit. Daarnaast vervaardigde hij objecten die men als "interieurstukken' zou kunnen betitelen, even vrolijk en bont als de foto's: grillige tafeltjes bezaaid met kleine schaaltjes, grote vazen met kunstbloemen, dingen kortom, die onfunctioneel zijn maar een hoog decor-gehalte bezitten.

Sinds kort wijdt Negrijn zich aan het schilderen. Het resultaat is in Leiden bij Galerie Stelling te zien, een serie van 26 doeken, getiteld A t/m Z. Ook de schilderijen munten uit in uitbundigheid. Ze bestaan uit een fond van gekleurde banen met daaroverheen strepen die zo uit de tube op het doek zijn gedrukt. Aldus ontstonden rasterpatronen, ruitjes en waaier-achtige patronen.

Ze doen denken aan de katoenen stoffen waar moeders in de jaren vijftig rokjes en jurkjes voor hun dochters van maakten. Zelf had ik ook zo'n rok, en vooral één doek riep een dierbare herinnering op. Maar daar bleef het bij: meer dan aan ouderwetse katoenen stoffen deden de schilderijen van Negrijn mij niet denken.

Stelling, Burgsteeg 14, Leiden. T/m 21 juni. Do-za 14-18 uur, zo 14-17 uur. Prijzen: ƒ 3.642,73.

De Gang-De Tuin

Voor de achtste keer is er in de zomer een tentoonstelling te zien in "De Gang' en "De Tuin' van een voormalig kloostercomplex in Beuningen, dat wordt bewoond door een groep beeldende kunstenaars. Ieder jaar nodigen zij een gastconservator uit om de tentoonstelling te organiseren. Verleden jaar was dat de Belg Luc Deleu, wat toen enkele mooie verrassingen opleverde.

Dit jaar is dat jammer genoeg niet het geval. Er wordt veel kunst voortgebracht die goed noch slecht is, maar onbeduidend, en dus eigenlijk overbodig.

De beeldhouwer Uwe Poth en zijn Duitse collega Horst Hellinger hebben dit soort kunst naar Beuningen gehaald. In de fraaie tuin, doeltreffend voor het exposeren van beeldende kunst ingericht met coulissen van beuken- en taxushagen, staan her en der de beelden opgesteld. De Duitse Claudia Rahayel leverde een reusachtige natuurstenen, Ulrich-Rückriemachtige stoel. Een drieledige constructie van ruwe houten balken en graniet van Werner Sauer houdt zich in wankel evenwicht staande op het gazon. In wisselende kleurstellingen staat "IK' afgebeeld op vijf windrotatiemolens, gemonteerd op betonnen sokkels, de bijdrage van Sef Peeters. Jan Meyer-Rogge heeft een hoepel gedrapeerd rondom een vierkanten stalen plaat, een idee dat even verroest is als het materiaal.

Het is de afgezaagde beeldentuin-kunst die hier te zien is en waar iedere zomer ons hele land van vergeven is. Het wordt eigenlijk al voorspeld in de inleiding in de catalogus van Uwe Poth: “De begrippen tijd, plaats en handeling zijn centrale uitgangspunten voor mijn werk als beeldend kunstenaar. Vaak heb ik "ter plekke' getekend, geschilderd en gebouwd in directe relatie met de gegeven ruimte.” Poth nodigde beeldhouwers uit die "op deze werkwijze in wilden gaan'. Hoe zou een dergelijk nietszeggend uitgangspunt ook in een boeiende tentoonstelling kunnen resulteren?

De Gang-De Tuin: werk van tien kunstenaars. T/m 20 september. Kloosterstraat 7, Beuningen. Do-zo 13-17 uur.