Aardse Bruckner met snelle pols

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v Simon Rattle. Programma: Schubert, Symfonie nr. 8, de Unvollendete. Bruckner, Symfonie nr. 7. Gehoord: 11/6, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Herhaling: 13/6, Amsterdam, VARA-Matinee.

Er zijn maar weinig jonge dirigenten die zich wagen aan een symfonie van Bruckner. De Engelse dirigent Simon Rattle echter maakte op zijn negentiende al een Bruckner-opname om vervolgens zijn vergissing in te zien en met een grote boog om die monumentale partituren heen te gaan.

Inmiddels heeft hij een respectabele leeftijd bereikt. Voor de 37-jarige Rattle is de tijd gekomen om zich opnieuw met Bruckner te meten. In een interview in Entr'acte bekende hij vorig jaar dat hij het een moeilijke confrontatie vond: “Ik denk dat tot nu toe mijn hartslag te hoog heeft gelegen voor Bruckner. (...) Bij hem kun je je op een bergtop wanen met een geweldig uitgestrekte ruimte om je heen. Die ruimte is volledig gevuld met muziek zonder sex. Bruckner is volstrekt niet-erotische muziek.” Moet er dus eerst verstorven worden voor men met Bruckner om kan gaan? Ja en nee. Al te veel aardse levenslust staat het uitzicht op het hiernamaals nu eenmaal in de weg. En dat hiernamaals, daar was het de Weense meester immers om te doen. Zijn hele oeuvre was in feite één groot sollicitatiegesprek met daarboven.

Simon Rattle is zich daar wel degelijk van bewust, maar tegelijkertijd kan hij zijn aardse temperament niet verloochenen. Zodoende werd het gisteren in Utrecht een warmbloedige Bruckner met langzame metronoomcijfers en een snelle pols. Rattle bewees samen met het Rotterdams Philharmonisch dat de Zevende ook grote indruk maakt wanneer de blik op de aarde gericht blijft. Zijn interpretatie was dramatisch en extravert, het oor mocht genieten van een verzadigde klank terwijl de ziel niet lastig werd gevallen met ultieme kwesties. Van alle Bruckner-symfonieën leent de Zevende met zijn vele zonnige episoden zich bij uitstek tot een dergelijke benadering. Rattle dirigeerde zonder partituur en hield zich daarbij nauwgezet aan de genoteerde voorschriften. Elk detail had zijn aandacht zonder dat hij het geheel uit het oog verloor.

Er was echter één systematisch toegepaste ingreep die zijn opvatting iets bedenkelijks gaf: die van de overdrijving. Contrasten tussen pianissimo en piano werden vergroot, en bij een toch al dramatisch moment van stilte waarmee Bruckner in de finale de reprise aankondigt, deed Rattle daar nog een extra schepje bovenop en rekte deze generaalpauze tot het uiterste. Misschien is het toch nog wat vroeg en moet de grijze krullekop van de dirigent eerst wit worden voor hij zich Bruckner echt eigen kan maken.

Een acceptabele, maar nauwelijks ontroerende Unvollendete van Schubert vulde het gat in het programma dat was ontstaan door de plotselinge ziekte van de zangeres Elise Ross die de solopartij zou zingen in Alban Berg's Drei Bruchstücke aus Wozzeck.