Zesenvijftig visitekaartjes; VERKORTING EINDEXAMENFILMS VRAAGT OM ZELFVERZEKERDHEID EN BEHEERSING

Eindexamenprodukties 1992 van de Nederlandse Film- en Televisieacademie (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten / faculteit Film en Televisie). Eerste openbare vertoning tijdens de Nederlandse Filmdagen te Utrecht (24 september - 2 oktober).

Enkele maanden voor het publiek er kennis van kan nemen, worden de meeste eindexamenprodukties van de Filmacademie voorvertoond aan een publiek van pers en genodigden. In de rust van de zomermaanden kunnen die visitekaartjes van 56 studenten immers beter bestudeerd worden dan in de lawine van de totale jaaroogst van Nederlandse films. Het zijn zeker niet de slechtste korte films die aan de Filmacademie tot stand komen, getuige bij voorbeeld recente bekroningen van eindexamenprodukties van onder meer Paul Ruven, Karim Traïdia en Mike van Diem.

Niet alle 56 examinandi studeerden af als regisseur; de filmschool, die het volgend jaar na de snelle uitbreiding van de afgelopen tijd weer vijftien nieuwe studenten minder aan zal nemen, stimuleert zelfs de keuze voor vakken als geluid, camera en produktie, omdat er al genoeg werkloze regisseurs rondlopen. Desondanks wordt een film in eerste instantie beoordeeld op de regie; er zijn weer vele voorbeelden dit jaar van produkties met zwakke scenario's, die door andere positieve aspecten toch de aandacht trekken.

Waar Fatima Jebli Ouazzani tekort schiet als co-scenariste van De kleine Hélène, een warrige en gekunstelde speelfilm over een verwaarloosde rijkeluisdochter, maakt ze als regisseuse veel goed, door een intense, vaak originele blik op locaties en acteurs. Tjebbo Penning, afstuderend in de studierichting Audiovisuele produkties, regisseerde niet alleen drie redelijk geslaagde commercials, maar maakte ook een speelfilm over de reclamewereld, waarin de spotjes een rol spelen. Out of Bounds heeft weinig nieuws te melden over die genadeloze poel des verderfs, maar desondanks blijft de film in de herinnering door de zenuwachtige, hand-held-cameravoering van Han Wennink.

Die relatief nieuwe AV-studierichting leidt mensen op tot het verdienen van brood op de plank met het in opdracht verfraaien en verdraaien van de werkelijkheid. Petra Faber schetst in Mij een zorg een dusdanig rooskleurig beeld van de verpleging van demente bejaarden dat er zeker personeel mee geworven kan worden. Sommige van de AV-produkties zijn eenvoudige televisieregistraties, van minder (Bevrijdingsfestival 1992 door Boris Klatser) of meer intelligent gehalte, zoals Raimondo Fornoni's reconstructie van een café-optreden door het Safe Sextet. Laatstgenoemde regisseur slaagt er daarentegen niet in om van Portret van een passie, een dag uit het leven van Jeanette Vondersaar, eerste soliste bij het Nationale Ballet, een hartstochtelijke documentaire te maken.

Verreweg de beste AV-produktie van dit jaar hoort eigenlijk niet thuis in dit gezelschap, omdat het een op video gedraaide vrije en essayistische documentaire is. Harm Smit portretteert met fijne ironie in 4X4=één de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Terreinauto's, tevens kunstverzamelaar Wybe Tuinman. Met plezier poseert Tuinman als de liberale en beschaafde vlag op een modderschuit van vrije jongens, die hun 4wheeldrive-jeeps het liefst op de stoep voor hun werk parkeren. Door Tuinmans mooie praatjes over zijn liefde voor de natuur effectief tegenover de onder zijn verantwoordelijkheid aangerichte milieuverwoesting te zetten, ontstaat een schrijnend beeld van de consumptieideologie. En toch, niet de geringste verdienste van 4X4=één, blijf je die vreselijke man aardig vinden.

Voor het overige ontvouwt zich in de documentaire sector dit jaar aan de Filmacademie een waar panorama van gemiste kansen. Jos Werkhoven laat in Duikers Cineac een schitterend onderwerp, de teloorgang van een functionalistische bioscoop (een "actualiteitenmachine'), verzanden in willekeurig aandoende interviews, aangevuld met niet nader toegelicht archiefmateriaal uit de Cineac-historie. De categorie exotica en antropologische documentaires is rijk vertegenwoordigd, maar over het gevecht voor behoud van eigen cultuur van de Lappen (in Anna Kristina Knaevelsruds Kautokeino), de Canadese Indianen (in Joeri Donsu's Indianen in spijkerbroek) en de bewoners van een afgelegen Iers eiland (in Annette Beils Under the Lighthouse) zijn helaas al vaak veel betere en informatievere films gemaakt.

Sommige van de afgestudeerden in de categorie documentaire blijken toch een speelfilm te hebben afgeleverd. Gerda Heijnis' Rites de Passage is een op zichzelf genomen interessante, maar in een overmaat aan intellectuele pretenties verzuipend experiment in zwart-wit over de hoogst persoonlijke angst voor de ouderdom van een jonge vrouw. En hoe Piet Oomes zijn in coproduktie met de Praagse FAMU-filmschool, geheel Tsjechisch gesproken De golem ooit als een documentaire heeft kunnen verkopen, is mij een raadsel. De kruising tussen Kafka's Proces en elementen uit de Golem-mythe doet als een volledig authentieke Tsjechische korte film aan. De geprojecteerde videomontage van het 35mm-materiaal was echter zo drabbig, dat de film zich feitelijk aan elk oordeel onttrekt.

Op het breukvlak van speelfilm en documentaire beweegt zich Memorias sin batallas y otros muertos, een van de beste produkties van dit jaar. De 21-jarige Spaans-Franse Nathalie Alonso Casale getuigt van een aan Alejandro Agresti (die ze assisteerde bij Library Love) herinnerend groot talent in haar zoektocht in Aragon naar de waarheid over de Spaanse Burgeroorlog. Casale speelt zelf de hoofdrol van een jonge vrouw die wil weten onder welke omstandigheden haar grootvader gefusilleerd werd. Maar terwijl ze rouwend in de stoet achter zijn kist loopt, licht hij het deksel op en roept haar toe dat ze die periode niet zo moet idealiseren. De les van deze geestige, voortdurend pootje lichtende zwart-wit-film is dat niet meer uit valt te maken wie goed en wie slecht was in deze juist door het zwijgen van alle betrokkenen mythisch geworden broedertwist.

Het zal wel toeval zijn dat de nieuwe regisseurs van deze lichting, wier produkties werkelijk nieuwsgierig maken naar een volgende film, alle drie vrouwen zijn. Speelfilms als Rerun van Stephan Brenninkmeijer, over een uit de hand lopend avondje stappen van twee ex-boezemvrienden, en Het perfecte huwelijk van Michiel van Jaarsveld, waarin een schrijver inspiratie vindt voor het definiëren van de onsterfelijkheid tijdens een logeerpartij bij een mysterieuze baron, verraden behalve een zekere handigheid vooral een onvolwassen gebrek aan beheersing van de respectievelijke genres (de literaire thriller bij Van Jaarsveld, de psychologische actiefilm bij Brenninkmeijer) en daardoor houterigheid. Cyrus Frisch weet waarschijnlijk niet eens in welk genre Welcome thuis zou kunnen horen, zo onbeholpen is deze door Janis Joplin en de hippie-cultuur geïnspireerde vertelling voor twee oervrouwen en een holenman.

Daarentegen maakten Nathalie Alonso Casale, Aletta Becker en Wolke Kluppell elk een eindexamenfilm, die de indruk wekt dat het niet anders had gekund dan op deze manier. Controle en zelfverzekerdheid zijn de beste garanties voor een losse en soepele vormgeving. Kluppell vertelt in Soy Luna een quasi-rommelig verhaaltje, waarvan de losse eindjes uiteindelijk perfect bij elkaar aansluiten. Een man vindt een onbekende, vermoorde vrouw in zijn bed, die zijn springlevende buurvrouw blijkt op zoek naar aandacht. Maar de andere buren hadden al lang in de gaten dat er een misdaad in de lucht hing, want zij bevolken roddelend en rondstommelend een aangenaam bizarre tragikomedie.

Aletta Becker maakte van Zondermeer een zeer beheerste, bijna gewiekste fantasie, die een overbekend syndroom, de anorexia nervosa, presenteert als een speels vormgegeven nachtmerrie. Wanneer de hoofdpersoon haar ijskast opendoet, ziet ze een heel gesneden bruin en een tartaartje liggen, die even later meer dan levensgroot terugkeren als decorstukken in de herinnering aan de ouderlijke eettafel. Musical en melodrama, komedie en voorlichtingsfilm ontmoeten elkaar in een brutale, originele en hout snijdende vormgeving, die een toekomstig roulement in de filmhuizen en later vertoning door de IKON-televisie meer dan billijkt.

Na het vertrek van directeur Henk Petiet eerder dit jaar heeft de Filmacademie onder de interim-directie van Rolf Orthel en Addy Wortmann de buikriem enigszins aangetrokken. Financieel uit de hand lopende produkties als verleden jaar het in vele opzichten uitzonderlijke De tranen van Maria Machita zijn nu ondenkbaar geworden. De verkorting van de gemiddelde speelduur van de eindexamenfilms van ongeveer veertig minuten naar minder dan een half uur brengt wat voor velen de laatste in volledige vrijheid tot stand gekomen film zal blijken te zijn, terug tot realistischer proporties. Die belemmeren geenszins het zicht op de mate van het aanwezige talent.