Zes personages op zoek naar een maaltijd

Le charme discret de la bourgeoisie. Regie: Luis Buñuel. Met: Fernando Rey, Paul Frankeur, Jean-Pierre Cassel, Bulle Ogier, Stéphane Audran, Delphine Seyrig. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

Zelden kwam een Oscar zo goed terecht als die voor de beste niet-Engelstalige film van 1972 bij Luis Buñuels Le charme discret de la bourgeoisie. De op twee na laatste film van de toen uitsluitend in Frankrijk werkzame Spaanse grootmeester, zou immers de internationale reputatie van Buñuel (1900-1983) op het laatste moment uittillen boven die van een obscure, onbegrijpelijke surrealist. Zowel de critici die altijd moeite hadden gehad met Buñuel als zijn trouwste fans, waren het er over eens dat hij in Le charme discret de la bourgeoisie voor het eerst sinds de overweldigende anarchie van L'âge d'or en Un chien andalou (1930) zijn demonen had weten onder te brengen in een overtuigende stijl. Met andere woorden: de niet-lineaire verteltrant, die steeds onderbroken wordt door quasi-irrelevante terzijdes, toevallige details, dromen of dramatische gebeurtenissen van buiten, is het onderwerp zelf geworden van Le charme discret de la bourgeoisie. Slechts in de volgende film, Le fantôme de la liberté (1974), zou die methodiek nog consequenter doorgevoerd worden, zonder zelfs maar de schijn van een doorlopend verhaal in stand te houden.

De zes personages in Le charme discret de la bourgeoisie zijn voortdurend op zoek naar een maaltijd. Het in rust en volgens de daartoe gestelde regels nuttigen van een diner wordt steevast voortijdig onderbroken; de ene keer blijkt de afspraak een dag later te zijn vastgesteld, een andere keer is de restauranthouder net overleden, dan komt net het leger binnengestormd om in de betreffende villa ingekwartierd te worden. Ook komt het voor dat een terroristische bende of een politiecommissaris een abrupter einde stelt aan het samenzijn van de eetvrienden, maar die meer gewelddadige ontknoping wordt meestal even later terugverwezen naar de nachtmerrie van een van de deelnemers.

De rituelen van de drie heren en drie dames, regelmatig vergezeld door de tuinman van een van hen, in werkelijkheid een bisschop, ontkennen hun sterfelijkheid en de wreedheid van het leven, zoals het de bourgeoisie betaamt. De vorm is belangrijker dan de inhoud, en mits met de juiste beleefdheid gepresenteerd kan men de verschrikkelijkste dingen doen: cocaïne via de diplomatieke post verzenden, met een jachtgeweer uit het raam op een potentiële terroriste schieten, de gasten laten wachten om eerst in de tuin de geslachtsdaad te verrichten. De scène waarin Stéphane Audran en Jean-Pierre Cassel met grassprieten in het haar de bisschop ontvangen vormt een van de meest hilarische van de film.

Het aardige van Buñuels allegorie is dat ondanks allerlei toespelingen op de actualiteit van twintig jaar geleden, veel van wat destijds voor beeldspraak door kon gaan, inmiddels aanvaardbare realiteit geworden is. De drugssmokkelende Zuidamerikaanse diplomaat Fernando Rey, die zijn arrestatie ongedaan laat maken door minister van Binnenlandse Zaken Michel Piccoli, is nauwelijks meer een hyperbool.

Le charme discret de la bourgeoisie is een zeer goede introductie op het werk van Buñuel en de eerste van drie films die deze zomer opnieuw uitgebracht zullen worden. Sinds ik weer de ober in de deftige tearoom heb horen vertellen dat er thee, koffie noch alcohol meer voorhanden is, maar dat er natuurlijk wel een glaasje water geserveerd kan worden, heb ik voortdurend binnenpretjes bij elke bestelling in de horeca.