Vliegmaatschappijen Qantas en Australian Airlines fuseren; Australië verkoopt nationale trots

WELLINGTON, 11 JUNI. De kangoeroe blijft op de staart en de veertig jaar oude naam blijft bestaan. Die garanties van de Australische regering zullen niet verhinderen dat de luchtvaartmaatschappij Queensland and Northern Territories Air Service, beter bekend als Qantas, voor de grootste veranderingen in haar historie staat.

De Labour-regering van premier Paul Keating slachtte vorige week een heilige koe van zijn partij. De internationale luchtvaartmaatschappij, thans volledig in overheidshanden, wordt geheel geprivatiseerd. Daarmee volgt Keating het succesvolle voorbeeld van British Airways, dat negen jaar geleden onder instructies van Margaret Thatcher werd verkocht.

Vorig jaar besloot de Australische regering, toen geleid door de lieveling van links Labour, Bob Hawke, al om 49 procent van Qantas te privatiseren. De belangstelling bleek echter gering. De Golfoorlog en de hardnekkige Australische recessie hadden een rampzalig effect op de bedrijfsresultaten. Qantas boekte vorig jaar een verlies van 158 miljoen gulden.

De aanbieding aan de potentiële investeerders moest daarom aantrekkelijker worden gemaakt. Keatings regering voelde er weinig voor om zelf de miljarden beschikbaar te stellen voor de noodzakelijke modernisering van Qantas. Daarom stemde Keating in met het samengaan van Qantas en het op binnenlandse routes vliegende Australian Airlines, dat eveneens eigendom is van de staat. Door de overname ontstaat een met Japan Airlines vergelijkbare middelgrote maatschappij met 78 toestellen en dertigduizend personeelsleden.

Het privatiseringsplan, dat de regering 1,4 miljard gulden moet opleveren, behoeft overigens nog de goedkeuring van de Labourpartij, maar dat lijkt een formaliteit. Met verkiezingen in het vooruitzicht realiseert de partij zich dat het de overwinningskansen sterk verkleint, als het nu nog een openbare vechtpartij met de nieuwe premier uitlokt. De premier is pragmatisch over de verkoop van de nationale trots, die al bijna veertig jaar zonder dodelijke ongelukken vliegt: “Sommige mensen krijgen misschien tranen in de ogen over de volledige privatisering, maar dezelfde mensen dachten ook dat Qantas op schuld kon leven”, aldus Keating.

Om de Australische identiteit te handhaven mag slechts 35 procent van het aandelenkapitaal van de Qantasgroep in buitenlandse handen komen. In het verleden hebben zowel Singapore Airlines als British Airways belangstelling getoond. Voor de Britse maatschappij zou deelname een tegenpool vormen van de operaties in Europa en daarmee een sterke uitgangspositie vormen voor een wereldwijd opererende onderneming.

Na het samengaan van Qantas en Australian kan Qantas straks ook op internationale vluchten passagiers mee laten vliegen op het binnenlandse deel van het traject. Met het enorme eilandcontinent als thuisbasis is dat een groot voordeel, want ook nu al doen de Qantas 747's op buitenlandse vluchten vaak twee luchthavens in eigen land aan.

De combinatie biedt operationele voordelen door de mogelijkheid van het doelmatiger gebruik van vliegtuigen en andere middelen. De Airbus-toestellen van Australian kunnen straks worden ingezet op avondvluchten naar Nieuw-Zeeland en kunnen de volgende ochtend vroeg terugkeren naar Sydney, waar ze dan een bijna volledige werkdag beschikbaar zijn op Australische trajecten.

Er zijn ook marketingvoordelen. De nieuwe maatschappij kan internationale tickets met aansluitende Australische trajecten verkopen. Volgens Qantas-directeur John Ward zal het samengaan niet tot ontslagen op grote schaal leiden, ondanks de visie van waarnemers dat zowel Qantas als Australian te ruim in het personeel zitten. “Met de verwachte groei zal er meer werkgelegenheid komen, niet minder”, volgens Ward.

Verdere liberalisering van de Australische luchtvaartmarkt brengt Qantas overigens ook nieuwe bedreigingen. De concurrentie zal toenemen. Air New Zealand, waarin Qantas een aandeel van 19 procent heeft, kan toestemming krijgen op binnenlandse Australische trajecten te vliegen. Vanaf 1994 mag Air New Zealand bovendien op routes van Nieuw-Zeeland naar Azië in Australië passagiers oppikken. De Nieuw-Zeelanders krijgen daarmee eindelijk een dividend op hun beslissing om de particuliere Australische maatschappij Ansett, deels in handen van Rupert Murdochs News Corporation, tot binnenlandse Nieuw-Zeelandse routes toe te laten.

Dat besluit leidde tot een enorm stoelenoverschot op Nieuw-Zeelandse routes, waardoor Ansett na vier jaar nog steeds geen winst heeft geboekt. De maatschappij heeft nu echter hooggespannen verwachtingen, omdat zij binnenkort ook op bepaalde routes over de Tasmanzee tussen Australië en Nieuw Zeeland heen en weer mag vliegen. Daarmee kan Ansett eindelijk zijn netwerken in beide landen zelf verbinden.

Keating blijft Qantas overigens aanvankelijk beschermen in de hoop op een goede verkoopprijs. In eerste instantie komt Ansett alleen in aanmerking voor Tasmanzee-routes met een duidelijke capaciteit voor extra stoelen.

Ansett heeft ook ambities om naat bestemmingen in Azië en de regio van de Stille Oceaan te vliegen. Er lijkt echter alleen ruimte op routes die Qantas niet vliegt en voor vluchten naar nieuwe bestemmingen die in bilaterale verdragen beschikbaar komen. Insiders speculeren evenwel dat Ansett een aanzienlijke buitenlandse kapitaalinjectie nodig heeft, voordat hij zich aan serieuze buitenlandse avonturen kan wagen.

Dat is uiteindelijk echter wel de bedoeling van de regering. Australië heeft geprofiteerd van de deregulering van de binnenlandse markt. Daar betekende extra concurrentie meer vluchten, betere service en lagere prijzen, waardoor vooral het niet-zakenverkeer fors kon toenemen. Het afgelegen eilandcontinent, waar het toerisme een sterke groei doormaakt, kan ook alleen maar profiteren van toenemende concurrentie op de buitenlandse verbindingen.