Verdrag Maastricht staat voor stabiliteit

De Denen hebben in meerderheid nee gezegd tegen het Verdrag van Maastricht. Maar waar zijn ze precies tegen? Niet tegen de EG als zodanig, dat wil zeggen de belangrijkste poot van de Unie, zo wordt alom verzekerd. Dat zou ook moeilijk te begrijpen zijn, want de Deense export-economie vaart bijzonder wel bij de gemeenschappelijke markt, en het gemeenschappelijk landbouwbeleid vormt een aantrekkelijke bron van inkomsten voor de Deense boerenstand. Denemarken heeft indertijd uit overwegend economische motieven toegang gezocht tot de EG en het Deense volk heeft daarmee - per referendum - ingestemd.

De Deense regering is in 1986 eveneens akkoord gegaan met de voltooiing van de interne markt, zoals vastgelegd in de Europese Akte, en de bevolking heeft - wederom per referendum - deze Akte en het daarin vervatte meerderheidsprincipe het groene licht gegeven. Mopperen over supranationaliteit of de Brusselse bureaucratie is dus niet erg consequent. Bovendien valt het wel mee met die bureaucratie. De Europese Commissie is een heel toegankelijk college met nauwkeurig omschreven bevoegdheden en slechts een bescheiden ambtelijk apparaat, ook al leidt de mythe van de "bureaucratische superstaat' een taai leven.

De Economische en Monetaire Unie gaat inderdaad een flinke stap verder. Het macro-economisch beleid wordt meer en meer op Europees niveau gecoördineerd en de Deense kroon zal uiteindelijk moeten plaatsmaken voor een gemeenschappelijke munt. Een Europese Centrale Bank (die vermoedelijk in Frankfurt wordt gevestigd, met een Deense vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur) zal in de toekomst ongetwijfeld een belangrijke greep krijgen op het Deense monetaire beleid. Zonder EMU wordt dat beleid echter ook grotendeels in Frankfurt bepaald, maar dan door de Bundesbank, en zonder Deense inspraak. Alleen al uit het feit dat in Duitsland grote aarzelingen bestaan om de trotse mark in te ruilen voor een vage Europese munt, had de Deense nee-zegger kunnen afleiden dat de EMU (hetzelfde geldt trouwens ook voor de politieke unie) mede nuttig is om Duitse neigingen tot eigenrichting enigszins aan banden te leggen.

Eventuele bezwaren tegen een gemeenschappelijk buitenlands beleid (zoals geregeld in Titel V van het Verdrag) zijn ook niet erg overtuigend. De desbetreffende voorzieningen wijken immers weinig af van de reeds bestaande praktijk, waarmee de Denen zich via het referendum van 1986 akkoord hebben verklaard. De procedure rondom een zogenaamd "gemeenschappelijk optreden' beoogt weliswaar het principe van de meerderheidsbesluitvorming te introduceren in de Europese buitenlandse politiek (en het daarmee voor kleinere landen moeilijker te maken om dwars te liggen), maar de Raad moet daartoe eerst unaniem besluiten.

Formeel is op dit gebied nog niet wezenlijk aan de nationale soevereiniteit getornd, en dat geldt ook voor het defensiebeleid. Denemarken is geen lid van de WEU en kan zich binnen de Maastrichtse akkoorden geheel legaal onttrekken aan eventuele Europese militaire operaties. Defensie valt ook buiten de meerderheidsprocedures voor een "gemeenschappelijk optreden'. Vooral op veiligheidsgebied (maar niet alleen daar) houdt het Verdrag van Maastricht rekening met uiteenlopende nationale belangen en kunnen de lidstaten kiezen uit meer integratiesnelheden. Men hoeft in Jutland dus niet bang te zijn dat de Deense luchtmacht op last van Jacques Delors Bagdad moet gaan bombarderen.

Europa heeft in de afgelopen jaren een aantal zeer krachtige schokken te verwerken gekregen. De ineenstorting van het Sovjet-imperium en van de Berlijnse Muur hebben geleid tot een metamorfose van de bipolaire wereldorde en tot een ongeëvenaarde belasting voor de Westeuropese beleidsinstellingen. In korte tijd kregen deze, naast allerlei lopende zaken zoals de noodzakelijke landbouwhervormingen en de GATT-besprekingen, ook nog eens de Duitse eenwording, verzoeken om grootscheepse hulp en associatie, een virulente burgeroorlog, en een explosieve situatie in de voormalige Sovjet-Unie te verstouwen.

Het Verdrag van Maastricht was mede bedoeld om door middel van een wat nauwere economische, politieke, en - naar believen - ook militaire samenwerking, met nieuwe financiële instrumenten (zoals het Cohesiefonds) en een wat grotere samenhang tussen de verschillende Europese instellingen en beleidssectoren, deze schokken op te vangen. Een wat steviger Europese Gemeenschap (en veel meer is de "Europese Unie' voorlopig niet) kan bij een terugwijkende Amerikaanse presentie, maar in nauwe samenwerking met andere internationale organisaties zoals de NAVO, CVSE, of VN, als ankerplaats voor de ontredderde Oosteuropese volkeren een stabiliserende functie vervullen in het post-revolutionaire Europa. "Maastricht' staat niet louter voor toenemende Europese regelgeving, maar ook voor veiligheid en stabiliteit (net zoals indertijd de EGKS).

Joegoslavië toont dat een beschaafde en redelijk moderne volkerengemeenschap binnen luttele maanden tot barbarij kan vervallen als vitale politieke instellingen in het ongerede raken. De dappere Deense democraten en hun Nederlandse bewonderaars hebben nog niet geheel duidelijk weten te maken waarom, te midden van chaos en rampspoed, uitgerekend een internationale rechtsgemeenschap in opbouw (met overigens alle menselijke tekortkomingen), bij voorkeur onklaar moet worden gemaakt.