Vanaf de veranda

The Man in the Moon (Die zomer toen ik veertien was). Regie: Robert Mulligan. Met: Sam Waterston, Tess Harper, Gail Strickland, Reese Witherspoon, Jason London, Emily Warfield. In: Amsterdam, Tuschinski 6.

Om de een of andere reden leek regisseur Robert Mulligan in zijn grootste bloeiperiode, ten tijde van To Kill a Mocking Bird (1962) en Summer of '42 (1971), al een oude en onthechte man. Toch is hij nu pas 66; zijn meest recente werk, The Man in the Moon, past probleemloos in de reeks milde, beetje kleurloze oefeningen in nostalgie naar verloren onschuld op het Amerikaanse platteland. Dit is kwaliteitscinema op z'n Amerikaans: integer, redelijk intelligent, maar gevaarlijk balancerend op de rand van sentimentele clichés.

Het scenario van The Man in the Moon, gebaseerd op de autobiografische jeugdherinneringen van debutante Jenny Wingfield, is gesitueerd in Louisiana, 1957. Twee tienerzusjes dromen op de veranda weg en hebben nu al heimwee naar hun kindertijd, toen ze hun problemen nog voorlegden aan het mannetje in de maan. De jongste draait voortdurend een ballad van Elvis Presley, terwijl de oudste zich al daadwerkelijk laat mee uit nemen door aanbidders. De nieuwe buurjongen zwemt in de poel met de jongste, maar beledigt haar dodelijk door te vallen voor de verleidingskunsten van de oudste. Zijn plotselinge dood dreigt een definitieve breuk te veroorzaken tussen beiden, totdat hun vader voor een verzoening zorgt.

Een mooi voorbeeld van Mulligans overmatige mildheid is de keuze van Sam Waterston voor de vaderrol. Het personage gedraagt zich als een zuidelijke bruut, die pas in de laatste akte van de film begrip kan opbrengen voor de groeistuipen van zijn dochters. Maar Waterston, een van de sympathiekste en minst gewelddadige filmacteurs die je maar kunt verzinnen, maakt van die plotwending een bijzonder ondramatische gebeurtenis, omdat je zijn aanvankelijke botheid geen moment geloofd hebt.

Ook al gebeuren er de verschrikkelijkste dingen, het landschap en de personages van The Man in the Moon blijven gedompeld in de gouden gloed van maïsvelden, zonsondergangen en lome zomermiddagen. De onderhuidse wreedheid van de zuidelijke idylle, effectief bezongen door Williams, Faulkner en O'Connor, blijft hier een vage echo, die slechts andere gezinnen kan treffen.

Als The Man in the Moon een roman was, zou je slechts een paar pagina's doorbladeren en het vervolgens wegleggen voor een zondagmiddag, die geen enkele andere besteding in petto heeft. Niet slecht, maar volstrekt overbodig.