Thuisland won sinds '60 driemaal titel

De eerste eindronde van het Europese kampioenschap werd in 1960 gespeeld.

Sindsdien eindigde het organiserende land drie keer op de eerste plaats. Spanje met spelers als Iribar, Zocco en Amancio, won in 1964 de finale voor 120.000 toeschouwers in Madrid met 2-1 van Sovjet-Unie. Italië versloeg vier jaar later Joegoslavië in de eindstrijd. Daar was een replay voor nodig. De finale eindigde op 8 juni in Rome na verlenging in 1-1 en moest twee dagen later worden overgespeeld. De thuisploeg won toen met 2-0 door doelpunten van Riva en Anastasi. De Italianen, met de lange Facchetti als aanvoerder en Mazzola als spelverdeler, hadden in hun eerste wedstrijd van het eindtoernooi 0-0 tegen Sovjet-Unie gespeeld en bereikten via loting met geluk de eindstrijd. In 1980 was Italië als organiserend land minder succesvol en werd slechts vierde.

Frankrijk behaalde in 1984 in eigen land de titel. Het won de finale in Parijs met 2-0 van Spanje. De huidige bondscoach, Michel Platini, maakte deel uit van het gouden elftal. Hij zorgde voor één van de twee doelpunten. De andere treffer was van Bellone. Platini maakte tijdens de eindronde van '84 negen van de veertien Franse doelpunten. Tegen België (5-0) en Joegoslavië (3-2) scoorde hij drie keer. Frankrijk organiseerde ook de eerste eindronde in 1960. De gastheer eindigde toen vierde en laatste.

De eerste vijf eindtoernooien hadden vier deelnemers. Vanaf 1980 doen er acht landen mee.