TENTOONSTELLING OVER RACISME IN DE VERENIGDE STATEN; Wat iedere Amerikaan moet weten

Tentoonstelling "Bridges and Boundaries: African Americans and American Jews'. T/m 19 juli. The Jewish Museum, p/a The New York Historical Society, 170 Central Park West. Inl 09-1212 390 3430. Catalogus $ 24,95.

De tentoonstelling "Bridges and Boundaries: African Americans and American Jews' - georganiseerd door The Jewish Museum en de National Association for the Advancement of Coloured People - is een actuele en uitmuntende openbare les over de geschiedenis van de verhoudingen tussen joden en zwarten in Amerika. Een overvloed aan documenten, teksten, foto's, kunstwerken, gebruiksvoorwerpen, film- en tv-fragmenten, geeft een beeld van de samenwerking en de conflicten in de twintigste eeuw tussen - met nadruk - sommige leden van beide groepen. Er wordt ruime aandacht besteed aan de "Spirituele Verwantschap'. Zowel The New York Age (een belangrijke zwarte publicatie) als The Jewish Daily Forward trokken in het begin van de 20ste eeuw parallellen tussen het lot van de joden tijdens de Pogroms in Rusland en het lot van zwarte Amerikanen in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het hoogtepunt van samenwerking, in de Burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig en zestig, viel niet toevallig na de Tweede Wereldoorlog. Zwarte soldaten waren de eersten die schrijnende foto's maakten in de bevrijde concentratiekampen.

Zowel de Joodse als de Afrikaanse Amerikanen waren gediscrimineerde buitenstaanders en slachtoffers van stereotypering in boeken, speelgoed (zoals een blikken negertje als schietschijf), theaterstukken en films (zoals Cohen's Fire Sale uit 1907, waarin een hebberige Jood zijn eigen winkel in brand steekt). Deze overeenkomsten leidden tot gezamenlijke acties, maar veroorzaakten ook de meeste stress en teleurstelling. Behalve de zwarte media schonk alleen de Joodse pers aandacht aan de lynchings die vanaf 1882 regelmatig plaatsvonden. De joodse "International Ladies Garment Workers Union' was niet alleen een van de weinige vakbonden die zwarte werkers toeliet maar ook actief hun deelname zocht. De zwarte leden, net als vrouwen overigens, zagen zich echter niet evenredig vertegenwoordigd in het leiderschap. Een experiment in wijkbestuur over openbare scholen leidde in 1907 in Ocean Hill-Brownsville in Brooklyn tot heftige beschuldigingen van antisemitisme en racisme. De meeste leerlingen waren Afrikaanse Amerikanen, de meeste onderwijzers joods.

In één van de gastenboeken op de tentoonstelling, vol lovende opmerkingen van bezoekers, staat de hartekreet: "Must be seen by every child in America!' Onder de groepen scholieren zag ik echter voornamelijk verveelde gezichten. De overweldigende hoeveelheid van het materiaal, hoe leerzaam ook, en de chaotische opstelling vergen nogal wat concentratievermogen. Een zeldzame geglazuurde pot uit 1857, gemaakt door de slaaf "Dave the Potter'; kandelaars met een kogelgat, souvenir van de pogrom in Kisjinev in 1903; eenvolledig Ku Klux Klan-kostuum, een originele "Missing' poster van de FBI uit 1964 voor de drie vermoorde jonge zwarte en joodse burgerrechtenactivisten: deze en andere voorwerpen naast elkaar in één ruimte vormen al genoeg inspiratie voor opvoedende verhalen. De eenvoudige boodschap van de kunstenaar Cary Leibowitz is bijna een verademing na het opnemen van al deze gecompliceerde materie. Zinspelend op de allesoverheersende Amerikaanse obsessie met lichaamsomvang, verwerkte hij de volgende tekst op een vloerkleed: "There are two things I need to watch for the rest of my life: my weight and my racism.'