Tambalacoque boom

Terecht ontzenuwt Rob Biersma nogmaals de fabel dat de tropische regenwouden de "groene longen' van de wereld zijn (W&O van 4 juni).

Jammer dat hij bij zijn bespreking van het boek Tropisch regenwoud - schatkamer van biodiversitei klakkeloos een andere ecologische fabel overneemt. Het gaat om de dodo en de tambalacoque boom. De zaden van die boom zouden door de in de zeventiende eeuw uitgeroeide dodo gegeten moeten worden om in diens maag een verandering te ondergaan en zo kiemkrachtig te worden. Er zijn nog maar 13 bomen over en die zijn allemaal meer dan 300 jaar oud, een prachtig bewijs van de stelling.

Helaas zijn zulke strikte één op één relaties zeer ongewoon, zoals Witmer vorig jaar mei in het blad Oikos schreef. Er blijken nog honderden tambalacoque bomen over, waaronder vele die minder oud zijn dan 300 jaar. Ook zonder dodo's zijn de zaden kiemkrachtig, al dan niet na het passeren van het darmkanaal van de nog overgebleven vruchteneters van Mauritius, zoals de papegaaien en de twee soorten reuzenschildpadden. Toch heeft de tambalacoque boom het niet gemakkelijk. Dat komt alleen niet door het verdwijnen van de dodo. Het is het wat saaie standaardverhaal over vernietiging van de natuurlijke omgeving door, ook hedendaagse, menselijke activiteiten en het introduceren van soorten die er niet thuishoren.