Nederland houdt vast aan eigen drugbeleid

DEN HAAG, 11 JUNI. Het installeren van een drugwaarnemingscentrum door de Europese Commissie mag geen consequenties hebben voor het Nederlands drugbeleid.

Daarover bleken de Tweede Kamer en minister Van den Broek (buitenlandse zaken) het gisteravond eens tijdens een door D66-afgevaardigde Wolffensperger aangevraagd spoeddebat.

Afgelopen dinsdag werd bekend dat de Europese Commissie gekoppeld aan de opbouw van een Europees drugwaarnemingscentrum vergaande bevoegdheden wil krijgen op het terrein van de drugbestrijding. In het ambtelijk vooroverleg, zo bleek, was de Nederlandse regeringsvertegenwoordiger tegenstander van dergelijke plannen. Gevreesd werd dat Nederland op den duur gedwongen zou kunnen worden het coulante drugbeleid te beëindigen.

Alle fracties in de Tweede Kamer drongen er gisteren bij minister Van den Broek op aan het Nederlandse drugsbeleid te verdedigen en de Europese Commissie geen bevoegdheden te verlenen op het terrein van justitie.

Van den Broek verzekerde de Kamer dat de regering niet van plan is het Nederlandse drugbeleid prijs te geven. Volgens Van den Broek worden de Nederlandse bezwaren tegen het Commissie-voorstel gedeeld door twee andere landen. Hij wilde niet zeggen welke. Naar verluidt zijn ook Engeland en Duitsland tegen. Volgens Van den Broek heeft Nederland zich “krachtig verzet” tegen die onderdelen van het plan die ertoe zouden leiden dat justitiële aspecten van het gebruik en de handel in drugs in Communautaire sfeer zouden komen. De bewindsman zegde toe dat de Tweede Kamer vandaag nog op de hoogte wordt gesteld van de resultaten van het ambtelijk vooroverleg in Brussel. De Kamer kan dan vervolgens besluiten om vanavond nog opnieuw over deze kwestie te debatteren.

Alle fracties toonden zich ongerust over de voortvarendheid van de besluitvorming op Europees niveau. “Zou er een reële kans zijn geweest dat de Kamer pas achteraf te horen had gekregen dat ons land een niet onbelangrijk deel van haar justitiële soevereiniteit zou zijn kwijtgeraakt aan Brussel?”, zo vroeg GPV-woordvoerder Van Middelkoop. CDA-afgevaardigde de Hoop Scheffer meende dat “wij ervoor moeten zorgen dat het grote Europa niet van ons en de burger afdrijft”.