Museum

De Hemsterhuisstraat, spreek het goed plat uit, in een achterbuurt van Den Haag. Daar stond het Schoolmuseum, een chaotische dump van exotische voorwerpen waar mijn moeder mij, een tienjarige nieuwsgier, doorheen leidde. Prachtig: geheimzinnige reuzenskeletten van oerbeesten, enge vlezige dingen in stopflessen, glanzende stenen, vernuftigde oude machines.

Het Schoolmuseum heet nu Museon, wat een vies woord. Het is gevestigd in een mooi gebouw ontworpen door Quist. De chaos van het Schoolmuseum is keurig geordend in hapklare educatieve brokken voor de zich ontwikkelende kleine medeburger: het scholier.

Na het dwalen tussen computers en opgezette meeuwen, backaks en imitatiezee met de leerlingen volgt altijd een bezoek aan het Omniversum ernaast. In het Omniversum worden films geprojecteerd op de binnenkant vn een halve bol met een uitzicht van 180 graden horizontaal zowel als verticaal. Prachtig. Het lijkt of je wegzinkt in de woest blubberende roodgloeiende rivieren van lava, alsof de asregen op je hoofd neerdaalt. Tijdens de schaarse rustige momenten kan de vermoeide docent-begeleider meer liggend onder dan zittend voor het scherm, even een uiltje knappen. Geweld van explosies voorkomt dat hij doorslapend ontdekt wordt door het aan hem toevertrouwde kroost.

Quist heeft z'n best gedaan om een gebouw te maken dat past bij het veel oudere Berlage-ontwerp, waaraan het is vastgebouwd: het Gemeentemuseum. Je komt binnen door de glazen gaanderij, langs de oude vestiaire in de prachtige ontvangsthal van Berlage en moet dan met je Museonkaartje en je Museon-kinderen rechtsaf om de moderne tijd van Quist binnen te gaan. Nee, met dit kaartje kon ik niet in het Gemeentemuseum.

Het Gemeentemuseum is vooral de laatste jaren een veelbesproken museum. Daar is de Van Basten, de Thatcher, de Dis, de Reve, de Van der Valk, de Wisse Dekker, nee de Centurion van de museumdirecteuren de baas. En dat is niet mis. Het is er nogal leeg. Jammer, met al die prachtige Mondriaans. Nee, niet te vergelijken met het gedruis van het jonge klootjesvolk in het Museon. Het Museon is onderwijs, het Gemeentemuseum is cultuur.

Daar ergens gaat het mis.

De gebouwen zitten aan elkaar vast, de architectuur uit twee tijdperken is in harmonie. Maar directies, doelstellingen, type bezoekers en sfeer zijn verschillend, gescheiden, apart.

Het Museon is mooi ingericht, maar toch . . . Ze fladderen erdoor, als ze niet bij de hand worden genomen, zonder te kijken, zonder te zien. Misschien moet nog langer over de inrichting nagedacht worden, moet er meer geld tegenaan. Dat is heel belangrijk, want zo'n 300.000 kinderen per jaar stellen daar vast of ze later nog eens naar een museum zullen gaan.

Hier is werk voor een groot museumdirecteur, de nederige arbeid om pubers te boeien met becaks en opgezette meeuwen. En dan moet er nog iets veranderen. De kinderen moeten ook naar Mondriaan leren kijken, anders krijgen we nooit nieuwe Mondriaans. De directeur moet de kinderen met zachte hand zijn kunstkerk binnenleiden. Wat is belangrijker, cultuur of onderwijs? Of gaat onderwijs over cultuur?