Manager Roxburgh kiest tegen Oranje rol van underdog; Bij Schotten is iedereen welkom

GOTHENBURG, 11 JUNI. Natuurlijk worden de punten morgenavond pas echt verdeeld op het veld van het Ullevi-Stadion, maar qua presentatie heeft het Nederlands elftal het al moeten afleggen tegen Schotland. Daar waar Oranje zich afzondert in een badplaats op een uur rijden van Gothenburg, doen de Britten niet moeilijk over hun locatie. De selectie van bondscoach Andy Roxburgh heeft haar intrek genomen in het statige Sheraton-hotel, in het hart van de stad, direct tegenover het station van Gothenburg. Iedereen kan er zo in en uit wandelen.

Dat is niet het geval in het "Kusthotellet' in Varberg waar Oranje huist. De ingang van het hotel blijft de hele dag hermetisch gesloten. De honderden journalisten uit alle landen van Europa moesten dinsdag hun werk doen op een te klein terras of liggend op een grasveldje. Een drankje werd alleen tegen betaling verstrekt. De KNVB-voorlichter deelde aan het einde van de bijeenkomst nog even snel een presentatiegidsje uit.

Dan de Schotten. In de speciale conferentiezaal kon iedereen comfortabel plaatsnemen en hoefde de geluidsinstallatie niet eerst te worden getest. Een blauw aktentasje met het embleem van de The Scottisch Football Association bevatte informatie en wat relatiegeschenken. Manager Roxburgh verwees de Schotse pers naar een belendend zaaltje waar de journalisten in alle rust hun werk konden doen. Aanvoerder Richard Cough voegde eraan toe dat de spelers beschikbaar waren voor interviews. Roxburgh zou de internationale media bedienen. Dat ging misschien aanvankelijk wat knullig, maar aan de andere kant heel ontspannen.

“Dit is een gedenkwaardige periode”, begon hij zijn betoog vanaf een katheder. “We hebben veel te vieren. Allereerst is Stuart McCall vandaag 21 geworden. Dat moeten we vieren, yèèès (applaudiseert). Speech! We hopen dat hij zich hier zal vermaken in de komende weken. Doelman Andy Goram viert vrijdag zijn 21ste cap. Hij speelde een van zijn eerste wedstrijden tegen Nederland in Eindhoven. Voor mij en mijn assistent Graig Brown is het vrijdag ook een belangrijke dag omdat Schotland dan debuteert op het EK. Tja, en nog iets: precies honderd jaar geleden werd hier in Gothenburg de eerste voetbalwedstrijd gespeeld waarbij zes Schotten waren betrokken. Zij hebben gewonnen, hoor.”

Roxburgh doelde op een duel dat werd georganiseerd door de atletiekclub Oergryte, dat momenteel met een voetbalteam in de hoogste afdeling speelt van de Zweedse competitie en wordt getraind door de voormalige Feyenoord-coach Gunder Bengtsson. Zes Schotse gastarbeiders die werkzaam waren in de haven, wilden de voetbalsport introduceren en organiseerden een partijtje tegen elf Zweeds militairen. De Britten werden aangevuld door atleten van Oergryte. De primeur van het voetbal in Zweden had plaats op een veldje naast de plek van het huidige Ullevi-Stadion, dat morgenavond met 37.000 toeschouwers gevuld zal zijn.

Roxburgh is niet al te optimistisch over de kansen van zijn formatie tegen Oranje. Hij heeft het Nederlands elftal het afgelopen half jaar in verschillende oefenwedstrijden op de voet gevolgd. “De eerste helft van Frankrijk-Holland was een van de beste oefenwedstrijden die ik de laatste jaren heb gezien”, zegt hij bewonderend. “Holland speelt moedig en avontuurlijk. Dat kan ook als je over zoveel talent beschikt in je elftal. Toch heb ik zwakke plekken ondekt in het team. Ik weet hoe Holland in de problemen kan komen. Daar moeten we van profiteren. Maar als we verliezen van deze ploeg betekent dat niet het einde van de wereld. Ik denk dat de Nederlanders momenteel met hun individuele klasse een beter team hebben dan de Duitsers.”

Even later laat hij zijn respect voor Oranje ook nog blijken als een journalist vraagt of Roxburgh het niet vreemd vindt dat Nederland geen behoefte heeft aan een training in het Ullevi-Stadion. “Wanneer je spelers als Gullit en Van Basten in je ploeg hebt kun je zelfs hier op de vloerbedekking goed voetballen”, antwoordt Roxburgh. “Laat de voorbereiding maar over aan Rinus Michels . Dat is de beste manager van de wereld.”

Roxburgh manoeuvreert zijn team graag in de rol van underdog. Het liefst wil hij met Schotland te boek staan als de zwakste deelnemer van het EK. Toch heeft Roxburgh niet zo'n slechte staat van dienst opgebouwd. In de afgelopen twee jaar verloor hij alleen in Roemenië door een omstreden penalty en tegen de voormalige Sovjet-Unie in een oefenwedstrijd in het Ibrox-stadion van Glasgow. De laatste zes oefenwedstrijden bleef Schotland ongeslagen. Het team kreeg slechts twee treffers tegen. In het kwalificatietoernooi had Schotland enigszins geluk dat Roemenië in de laatste wedstrijd tegen Bulgarije een strafschop miste (Hagi) en in plaats van met 2-0 te winnen, dat voldoende was voor de reis naar Zweden, uiteindelijk met 1-1 gelijkspeelde.

In Italië, twee jaar geleden, nam Schotland voor de vijfde achtereenvolgende keer deel aan een WK, maar dat bleek geen enkele garantie voor een goed resultaat. De ploeg ging af, onder meer tegen Costa Rica, waarin ook Zweden zich verslikte. Roxburgh kreeg de taak om een vrijwel nieuw team op te bouwen. Want in vergelijking met het WK ontbreken in de huidige selectie om uiteenlopende reden spelers als doelman Leighton, McLeish, Gillespie, Nicol, Collins, Johnston en Robertson.

Tot overmaat van ramp moest kort voor het EK ook routinier Gordon Strachan afhaken, waardoor Roxburgh met een wel erg onervaren team naar Zweden afreisde. De afweer en een gebrek aan rendement bij de aanvallers vormen de grootste problemen waarmee het team worstelt. In Schotland hopen ze dat Gordon Durie, die samen met Ally McCoist de aanval vormt, zover mogelijk verwijderd blijft van het eigen strafschopgebied. Hij verraste zijn doelman al eens met een terugspeelbal van twintig meter. En Durie was in Roemenië ook verantwoordelijk voor de strafschop die de Schotten bijna het EK kostten.

De verdedigers van de Schotten zijn bij hun club verschillende soorten systemen gewend. Dat zorgt in de nationale ploeg nog weleens voor een chaos. Roxburgh moet nu steeds lezen dat de Schotten tegen Nederland met een sweeper (een laatste man achter de verdediging) moeten spelen, maar de coach houdt hardnekkig vast aan het Britse concept met vier verdedigers op één lijn.

Schotland heeft in Ally McCoist dan weliswaar de winnaar van de gouden schoen voor de beste schutter van Europa (34 treffers in de Schotse eerste divisie, 5 in het bekertoernooi), de speler van Glasgow Rangers komt in het nationale team slechts een op de drie wedstrijden tot scoren. Het verschil in rendement wijt hij zelf min of meer aan de assistentie die hij krijgt bij zijn club. “Ik profiteer met name van de Russische en Engelse internationals die voor de Rangers uitkomen”, verklaart McCoist. “Ik ben dit seizoen voor de derde keer topscorer van Schotland geworden, terwijl ik de eerste zeven wedstrijden door een blessure heb gemist. Ik maak heel vaak een doelpunt in de slotfase van de wedstrijd. Misschien omdat de verdedigers dan staan te slapen. Ik scoor op allerlei mogelijke manieren, behalve met het hoofd.”

Dat laatste zal een geruststelling zijn voor de Nederlandse defensie die niet bepaald is begiftigd met goed koppende verdedigers. McCoist, die het afgelopen seizoen zeventig wedstrijden speelde: “Als we op dit toernooi verder willen komen, zullen we minimaal een punt moeten pakken tegen Nederland. Ik heb veel bewondering voor spelers als Papin en Van Basten. Elke wedstrijd leer ik van ze. Ik heb het Nederlands elftal op verschillende video's bekeken. Zo zwak vind ik de verdediging van deze ploeg niet. Als wij scoren tegen Nederland komt dat echt door de klasse van Schotland.”