Laatste hordes conferentie Rio nog onneembaar

RIO DE JANEIRO, 11 JUNI. De laatste grote hordes van de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED) - de financiële hulp, een paragraaf over de bescherming van de atmosfeer en een verklaring over de bossen - zijn vanmorgen onneembaar gebleken.

Wel is een akkoord bereikt over de Verklaring van Rio over Milieu en Ontwikkeling, dat in een vorige fase nog Handvest van de Aarde heette. Op nadrukkelijk verzoek van de Verenigde Staten is de passage over bezette gebieden uit het eerder goedgekeurde ontwerp verwijderd.

De vergadering van het UNCED-presidium, waarin alle teksten van de conferentie die samen Agenda 21 vormen definitief moeten worden vastgesteld, is vanmorgen vroeg (zes uur plaatselijke tijd) beëindigd. De drie controversiële kwesties zullen in de loop van vandaag door een klein comité van ministers behandeld worden, alvorens de plenaire UNCED-vergadering Agenda 21 formeel kan goedkeuren.

Sommige waarnemers sloten niet uit dat de ministeriële vergaderingen kunnen voortduren tot het komende weekeinde, wanneer de rondetafel van staatshoofden moet plaatsvinden.

In Agenda 21, het belangrijkste vergaderstuk van de UNCED, is een gedetailleerde strategie beschreven om te komen tot "duurzame ontwikkeling'; een gezond economisch bestel voor alle landen, dat geen milieuschade oplevert.

De twistpunten uit de financiële paragraaf heten ODA, IDA en GEF. ODA is de internationale aanduiding voor ontwikkelingshulp. Om Agenda 21 te kunnen uitvoeren, is het nodig dat de rijke landen hun ontwikkelingshulp opvoeren. In de VN is daarvoor al meer dan twintig jaar geleden een norm van 0,7 procent van het bruto nationaal produkt afgesproken, maar het wereldgemiddelde ligt op 0,35. De rijke landen kunnen het niet eens worden over de termijn waarbinnen die 0,7 procent bereikt moet zijn: in het jaar 2000, “zo snel als mogelijk”, dan wel “in het jaar 2000 of zo snel als mogelijk”.

IDA is de afkorting van een fonds van de Wereldbank voor "zachte' leningen aan ontwikkelingslanden. Dit fonds moet een "Earth Increment' - een extra aanvulling voor milieuprojecten - krijgen, maar hoe dit gefinancierd moet worden is nog een open vraag.

Het Global Environmental Facility (GEF) is een fonds waarmee mondiale milieuproblemen bestreden moeten worden, zoals de aantasting van de ozonlaag, het broeikaseffect en de waterschaarste. De arme landen willen zeggenschap over de bestemming; de rijke landen willen voorwaarden kunnen stellen. Binnen de EG wordt nog gepalaverd over een Frans voorstel om een bedrag van drie miljard ecu ter beschikking te stellen voor een snelle financiering van Agenda 21.

Er is nog een financiële controverse: de arme landen wensen niet dat “economieën in overgang” (de voormalige Oostbloklanden) apart genoemd worden, omdat dat ten koste zou gaan van geld voor de ontwikkelingslanden.

De atmosfeerparagraaf wordt vooral tegengehouden door Saoedi-Arabië en Koeweit, die hun van olie-export afhankelijke economieën in gevaar zien komen door maatregelen ter beperking van broeikasgassen en het zoeken naar “nieuwe energievormen” en tot het laatste moment het hoofdstuk in zijn geheel onacceptabel bleven vinden - tot nijd van de andere delegaties. “De essentie van onderhandelen is dat we allemaal iets verliezen en allemaal iets winnen en dan naar huis mogen”, zei een afgevaardigde tijdens een verhit debat om vier uur in de ochtend plaatselijke tijd. Zelfs de VS gingen zover hun bondgenoten uit de Golfoorlog in het openbaar de les te lezen, met een daverend applaus tot gevolg.

De verklaring over de bossen, het stokpaard van de VS, kon vanmorgen vroeg ook nog niet worden vastgesteld. Het ziet er echter niet naar uit dat er een duidelijke verwijzing naar een echt bossenverdrag komt, zoals de geïndustrialiseerde landen willen. Daarentegen kregen de ontwikkelingslanden voor elkaar dat onderhandelingen zullen beginnen die moeten leiden tot een woestijnverdrag in 1994.