Kuschwarda City van Hollandia in verlaten fabriekscomplex in Wijnegem; Zelfmedelijden in een oude mouterij

Voorstelling: Kuschwarda City van Herbert Achternbusch door Hollandia i.s.m. Theater deSingel. Regie: Johan Simons, Paul Koek. Spel: Jeroen Willems, Peter Paul Muller, Elsie de Brauw, Tom de Ket, Betty Schuurman. Gezien: 6/6, Stokerijstraat 15, Wijnegem, België. Aldaar t/m 20/6. Inl. 075-310231 of 09-3232483800.

Sinds het ontstaan in 1985 houdt Theatergroep Hollandia zich aan twee tradities: zij speelt op lokaties en zij speelt stukken van de Duitse toneelschrijver en cineast Herbert Achternbusch. Opgegroeid in een gehucht in Neder-Beieren, situeert Achternbusch zijn sterk autobiografische stukken meestal op het platteland net als F.X. Kroetz, een andere geliefde Hollandia-auteur. Beider werk leent zich uitstekend voor opvoering in oude boerenschuren, kerkjes en verlaten garages. En daar zijn er veel van in Noord-Holland, de regio van Hollandia.

Ten behoeve van de door de minister van WVC gewenste "internationalisering' heeft de groep de eigen streek voor de uitvoering van Achternbusch' Kuschwarda City (1980) verlaten en is zij neergestreken in Vlaanderen, in het plaatsje Wijnegem, nabij Antwerpen. Voor het vijfde Achternbusch-stuk op het repertoire vonden de artistiek leiders en regisseurs Johan Simons en Paul Koek samen met het co-producerende Antwerpse Theater deSingel een verlaten, ooit graanverwerkende, "mouterij', een indrukwekkend fabriekscomplex met vervallen schoorstenen, betonnen silo's en verroeste ijzerconstructies.

Dat hen dit de uitgelezen plek leek, wekt geen verbazing. Kuschwarda City is de naam van de held van het Achternbusch' drama. Hij is een stadsnomade die met enkele anderen een kolossale ramp heeft overleefd. Over de precieze oorzaak zegt de schrijver niets: duidelijk is dat de overlevenden het einde van de wereld denken mee te maken, al heeft de catastrofe slechts een beperkte streek (waarschijnlijk Beieren) getroffen. Achternbusch zegt in dramatisch opzicht sowieso weinig: alleen het eerste deel van het uit vier episoden opgebouwde stuk heeft een handeling. We zien een elitair gouverneursgezin de confrontatie met Kuschwarda City niet overleven. Geperverteerd als deze bourgeoisie is, beschikt zij niet over de mogelijkheden de door haarzelf veroorzaakte ramp te boven te komen.

Dit eerste gedeelte - grotesk geënsceneerd op een hoge houten stellage in een kale ruimte waar het publiek plaats neemt op een "tribune' van samengeperste vodden - is slechts de inleiding van een monoloog van Kuschwarda City in de volgende delen. Over zijn jeugd, zijn overleden kind, zijn materiële omstandigheden, zijn mislukkingen.

Het stuk eindigt met de verzuchting: “Ik heb zeer veel medelijden met mijzelf”. Dat klinkt als een relativering, maar de klaagzang die eraan vooraf gaat, wordt er niet door goedgemaakt. Schrijft Achternbusch in stukken als Ella, Suus en Gust nog over verwanten, Kuschwarda City gaat gebukt onder het gebruik van "ik'. Drie delen lang wordt het publiek deelgenoot gemaakt van de kleinste details van een privé-bestaan, herinneringen aan het eigen leed, opgeroepen door de vernietiging van de wereld.

Dat zou kunnen werken, de metafoor van het persoonlijke voor het politieke. Maar dat doet het niet. Het zelfonderzoek van Achternbusch is vooral een "J'accuse' en vertoon van het eigen morele gelijk. Alleen al daarom is Kuschwarda City onverteerbaar koket: dat geen gedachte, geen formulering het onthouden waard is, lijkt temidden van de zelfgenoegzaamheid een detail. Achternbusch schreef een brij woorden - die op bewonderenswaardige wijze door Jeroen Willems in de titelrol nog enigszins gestructureerd wordt. Willems heeft een groot actieradius in zijn stem en optreden en dat buit hij uit, maar deze tekst redden kan hij niet, zo min als zijn tegenspelers, naar wie ik toch ook graag kijk.

Waarschijnlijk door toedoen van Achternbusch valt me trouwens op hoezeer de specifieke aanpak van Hollandia routine is geworden. De lokatie en de omslachtige verhuizing per tekstdeel naar een andere ruimte in de bouwval komen me in elk geval in deze voorstelling vrijblijvend en betekenisloos voor. Het gebruik van in verval geraakte lokaties is bedoeld als simpel, eerlijk en aards theater, maar de systematiek ervan staat me tegen. Niet alleen wordt de verrassing voorspelbaar, ik kan me ook niet voorstellen dat een lokatie altijd maar betere mogelijkheden biedt dan een gestileerd, naar de hand gezet decor.